Eerste communieviering (2006)

Thematisch · Sacramenten · groen

Lezing: Naar Lucas 22, 1-20

Kinderen, ik wil jullie bedanken voor de geweldige voorbereiding die wij samen hebben gehad. Zeven keer zijn we bij elkaar geweest.
Nu snap ik heel goed dat jullie op dit moment wat zenuwachtig zijn. Misschien is het daarom goed dat ik nog even herhaal hoe wij ons samen hebben voorbereid op het grote feest van vandaag. Dan weten de mensen in de kerk ook meteen hoe goed jullie je best hebben gedaan.

We kwamen steeds bij elkaar in de pastorie en (a.) dan luisterden we naar een verhaal over Jezus.
(b.) Daarna gingen we letterlijk allemaal één voor één door de poort heen,
(c.) en dan kwamen we in het land van God waar het goed en leuk is en waar jullie ook allemaal gingen helpen om het nog beter en leuker te maken.
\

  1. a. De eerste keer ging het over een griezelig mens, een man die zijn eigen naam niet eens kende; die door Jezus beter werd, en Adam heette, mens werd.
    b. Jullie werden toen door de Poort van duizend-en-één-namen geroepen, en hebben toen jullie eigen naam genoemd.
    c. In het land van God hebben jullie je eigen gezicht getekend, een zelfportret, en die een plek gegeven tussen de foto’s van mensen van deze parochie en de namen van jullie bij die van je ouders.
    \
  2. a. De tweede keer hoorden we het verhaal van Levi, de tollenaar, die door iedereen werd gepest, maar van Jezus weer mee mocht doen met de andere mensen.
    b. En wij gingen toen door de Poort die áltijd open is.
    c. En we maakten in het land van God een collage van allemaal verschillende mensen, die we uit tijdschriften en kranten knipten en plakten.
    \
  3. a. We lazen en we luisterden naar het verhaal van Simon, de papa van een kind: Simon die visser was geweest totdat hij met Jezus meeging en toen ontdekte dat er meer is dan werk en dat veel dingen gratis en voor niets aan ons gegeven zijn.
    b. En we gingen door de Poort van al-het-goede-dat-gegeven-is en we noemden iets wat wij gekregen hadden.
    c. En in het land van God aten we fruit dat we aan elkaar gaven en daarvoor bedankten.
    \
  4. a. We hoorden over Mara, die iedereen in de stad een slechte vrouw vond en waar sommigen zelfs met een boog omheen liepen, maar die wel Jezus’ voeten waste met haar tranen en afdroogde met haar haren; en misschien kwam het nu wel weer goed met haar en alle andere mensen die ook wel eens iets fouts doen.
    b. En we werden geroepen door de Poort van de tranen die worden gedroogd en we droogden onze tranen af.
    c. In het land van God bedachten we allemaal manieren waarop we het weer goed konden maken dat schreven we op blaadjes die we ophingen in de Boom van de verzoening.
    \
  5. a. We hoorden van de twee kinderen die vijf broodjes en twee vissen meekregen toen ze met heel veel mensen naar Jezus gingen luisteren, en hoe Jezus toen iedereen te eten gaf van dat kleine beetje.
    b. En wij gingen door de Poort van samen eten.
    c. En in het land van God hebben we samen heerlijk gegeten, en God en Ria bedankt voor alle lekkernijen, voor het koren en de druiven van onze aarde.
    \
  6. a. Toen hoorden we het verhaal dat we vandaag in de viering ook hebben gehoord over het Brood om niet te vergeten.
    b. En toen jullie door de Poort van de herinnering werden geroepen, noemden jullie allemaal een herinnering aan een verhaal van Jezus of iets anders moois.
    c. En in het land van God hebben we toen de herinneringen aan Jezus opgehaald (net als nu) en geoefend hoe wij met brood en wijn bij Jezus aan tafel mogen gaan.

    In jullie voorbereidingstijd hebben jullie op Palmzondag ook nog meegedaan aan de feestelijke optocht door de kerk met jullie zelfgemaakte Palmpaasstokken.
    Op Goede Vrijdag hebben we samen de kruisweg gelopen.

    \
  7. En afgelopen vrijdag hebben we samen met pater Bert een viering van goed en kwaad gehouden (grote mensen zeggen: een boeteviering) met jullie papa’s en mama’s. Het verkeerde hebben we verbrand en het goede bewaard. Jullie hebben een soort speurtocht door de kerk gehouden, en geoefend voor vandaag.

    Wij hebben samen met je ouders van jullie genoten. Jullie hebben heel goed je best gedaan. We hebben veel gelachen en wij vonden het heel leuk, en jullie hopelijk ook.

    In deze viering doen we dezelfde drie dingen van jullie voorbereiding.
    a. We hebben het verhaal van Jezus gehoord.
    “Denk aan mij”, zei Hij: “steeds opnieuw, dan wordt onze hele wereld steeds meer het land van God.” Sommige mensen hier in de kerk denken nu misschien: Is dat alles wat ze die kinderen leren, aan Jezus denken? Maar in de Communie is Jezus er toch echt zelf in Brood en Wijn? Ze hebben gelijk, maar Jezus was een jood, en joodse mensen weten heel goed dat als je iets of iemand gedenkt, dat die er dan ook echt is, hier en nu.
    b. En jullie zijn bij de ingang van de kerk al door de poort gekomen, én vandaag zijn zelfs alle mensen door de poort gekomen.
    c. En jullie weten natuurlijk best dat het land van God niet alleen die ene kamer in de pastorie is, en niet alleen dat ene uurtje dat wij bij elkaar zijn, maar heel het leven. Jullie hebben geleerd hoe mooi en goed God onze wereld en ons leven wil, ook thuis, op school. Straks gaan jullie dan ook de vrede doorgeven aan de mensen in de kerk. Hebben jullie al bedacht aan wie je dat gaat doen?

    En dan, tot slot:
    Straks worden jullie hier voor in de kerk nog één keer door de Poort geroepen, de Poort van je Eerste heilige Communie.
    En dan denken we weer aan dit verhaal.
    Het is Jezus zelf die jou roept bij je naam en je uitnodigt in het land van God. Wij hopen dat je dat nooit zult vergeten.
    En dan in het lnd van God gaan jullie te Communie, en met jullie nodigt Jezus iedereen uit die net als jullie groot genoeg is om met Jezus mee te willen doen: eten en drinken, leven en spelen wie Jezus is.

    Laten we dan nu samen het “Lied van de poorten” zingen.

Zoeken in Preken Online