Als jonge mensen het waagstuk van liefde aandurven,
dan ligt er een onbekende toekomst …
en gelukkig maar, zou ik zeggen,
anders zou het niet meer de moeite waard zijn om te dromen én om die droom als een avontuur gestalte te geven.
De hunker naar de toekomst in het hart van de verliefdheid,
maar zonder zuurstof bloedt dood.
Liefde grijpt je aan om heel ver, tot uiterste te gaan.
Dit gaat echter niet vanzelf. Er is tijd en rijping nodig.
Wie de bloem in de knop al plukt, zal nooit vruchten oogsten.
Gaandeweg, met vallen en opstaan, leren geliefden wat liefhebben betekent:
voldoende nabij zijn, voldoende afstand
houden
om elkaar te verrassen,
apart en
samen.
Doorheen de opgave van jullie liefde, toont zich de mystiek van de liefde.
voor gelovigen
een goddelijk geschenk.
Dit willen jullie niet alleen uitdrukken door ‘samen’ te leven en te tonen aan de maatschappij
maar ook tegenover God.
Misschien is het nog niet ‘zo’ slecht dat het kerkelijk huwelijk
zijn ‘vanzelfsprekendheid’ heeft verloren.
Zo wordt het weer veel duidelijker een getuigenis van geloof,
een teken van Gods onvermoeibare voor de mensen
in goede en
kwade dagen tot de dood ons scheidt.
Jullie zijn als een marsmannetje en een marsvrouwtje?
Voor sommige mensen lijken jullie verdacht veel op iemand van een andere planeet
als je kiest om te trouwen en daarvoor inspiratie zoekt in de christelijke traditie.
G.O.D. = die Geeuw-Opwekkende Dooddoener
= Geheel
Onwetenschappelijke Denkpiste.
= Gefantaseer Over Droombeelden.
Je hebt in elkaars hart een gastvrije thuis gevonden.
Jullie liefde kent stralende zomers.
Ook dwars doorheen miezerige herfsten en koude winters blijf je de echo horen van beloftevolle lentes.
Je wilt je relatie van de daken schreeuwen.
Iedereen mag weten dat je voortaan met z’n tweeën bent
en dat je niet meer zonder elkaar kunt.
Je wilt samen ontwaken en slapen gaan.
Je wilt een eigen nest bouwen.
Mijn
liefje, toen we trouwden,
toen
las ik in je blik,
wij
trouwen met z’n drieën,
het
wonder, jij en ik.
In de opgaande zon
groet je mij met een zonnestraal
en toon je mij het gelaat van je schoonheid.
Als ik de aarde bespeur onder mijn voeten,
beleef ik hoe je mij steun geeft
dag na dag.
De roos verbergt je geheim,
kunstig uitgewerkt in een bloesemblad.
Jij bent in de ruisende stroom,
in de hoogheid van je macht en grootte.
De bron van de weg ben jij
in je levensmacht.
Jij bent de wind die me streelt,
ademtocht na ademtocht.
Jij kust me
met elke regendruppel
die van mijn gezicht parelt.
In het spelende kind
versta je de kunst
om in het ogenblik te leven.
Jij bent mijn droom
in het donker van mijn nacht,
jij, Morgenster, wijst mij de weg.
Van jou is de zee die je hebt gemaakt,
de bergen de dalen.
Want jij bent berg en dal,
zee en boom, zon en wind.
Jij avondrood van mijn leven,
teder en mild in de kleuren van de hemel.
Niets evenaart Jouw pracht,
Jij in alles, aanwezige God.
De kostbare parel ligt diep verborgen.
Duik als een parelvisser.
Duik diep, duik nog dieper en zoek!
Misschien dat je de eerste keer wel niets zult vinden.
Houd vol als een parelvisser,
zonder
versagen, houd vol,
duik diep,
altijd dieper, en zoek.
Wie het “geheim” niet kennen zullen spotten met je,
en het zal je pijn doen.
Maar verlies de moed niet, parelvissers.
De kostbare parel ligt daar echt,
verborgen,
verborgen heel
diep in de diepte.
Je geloof zal je helpen de schat te
vinden,
en het zal
mogelijk maken dat wat verborgen was
eindelijk
wordt onthuld.
Duik diep, duik nog veel dieper als een parelvisser,
en zoek, zoek zonder versagen!
Liefde op alle wegen
doet verdriet en pijn vergeten,
maakt verzoening tot zegen.
Liefde neemt van alles de maat,
liefde laat
nooit versleten,
liefde verdort
zelfs het kwaad.
Eert Hem die Al liefde is
door te vertrouwen, te beminnen
telkens opnieuw te beginnen
al ging het de vorige keer mis.
Hij alleen kan je dragen
waar niemand
kan gaan
overal naast
je staan
voor de rest van je dagen
Gaandeweg…
Ga met me mee
als de vogels hun nesten bouwen,
als het voorjaar uitbot en bloeit
en aan wereld verhalen vertelt
over wat komen gaat
en nog nooit werd gezien.
Ga met me mee
als de zomer
boven de velden koepelt
en het koren
rijpt goudgeel,
als de straat
warm zijn tot in de avond
en de mensen
dankbaar om zoveel zon en zegen.
Ga met me mee
als de wind in de bomen klinkt,
als hij wolken aanjaagt van verre
en als de dagen gebukt naar de avond gaan.
Schuil dan bij me
en luister naar wat de hemel in de bomen zingt
voor jou en mij misschien
een lied van verlangen.
Ga met me mee
als de wereld
stil wordt,
als de bomen
verstard ten de hemel staan
en in stilte
dromen van morgen,
van mensen als
die als jij en ik
verwonderd
door de wereld gaan.
Ga met me mee,
want de wereld is te groot
voor mij alleen. \