“Waarom is dit feest niet zoals een ander?”,
vraagt het Joodse kind aan de familievader
bij het begin van Passover, het Joodse paasfeest.
Met matzes, de wijn, kaarsen en het paaslam
viert men het vertrek van Israël uit de slavernij in Egypte.
“Waarom is dit feest ook voor ons niet zoals een ander?”
Voor christenen is de bevrijding een hedendaags gebeuren:
Jezus leeft, zelfs de dood kan Hem niet raken.
Gods’ liefde is sterker dan elke dood of slavernij.
Zij geeft ons alles in handen wat ons leven kan redden.
“Ja” zeggen tegen Pasen, is geloven dat alles ten goede komt
omdat God niets anders dan het goede voor ons wilt,
en omdat wie in het goede, in de liefde gelooft,
de sterkste kracht op aarde bezit.
Daarom hoeven wij niet te blijven stilstaan bij een graf,
bij wanhoop, tegenslagen, kwellingen, angsten,
of bij een achtergelaten land zoals Egypte of wat dan ook,
maar we mogen naar de verte kijken.
Daar groeit de nieuwe wereld, het Koninkrijk.
Het groeit niet zoals op die tekening van Pasen,
waarbij de grafsteen wegknalt als een champagnekurk,
maar wel zoals de zachte wind die geruisloos waait
wanneer mensen die even voordien
nog in diepe nood zaten, ten einde raad waren,
in konflikt of pijn dichtgeslagen, nu elkaar vinden
in hoop, in toekomst, in begrip, in liefde.
Dan is er Pasen, dan ontstaat iets nieuws,
dan is het een feest anders dan anders!
Zalig Pasen!