Beste Vrienden,
Het jaar dat komt, is het jaar van de duizendste PK.
ons parochieel kontakt.
In de nummers van de laatste tijd wordt
teruggekeken,
en het is heel leerzaam om te zien hoe sommige dingen van
alle tijden zijn:
Pater Coopmans die zich 20 jaar geleden afvroeg
of
het nu echt wel zo is dat de mensen in deze tijd zo slecht waren.
En
hij wijst op Jesaja, de profeet met de visioenen;
want je kunt er ook
anders tegenaan kijken.
Augustinus is iemand die er anders tegenaan
kijkt.
Van hem herdachten we dit jaar dat hij 1650 jaar geleden is
geboren,
dat is toch lang genoeg om van een andere tijd te spreken:
Augustinus heeft het in zijn preek over
dat er angst is bij zijn
parochianen,
want, zeggen ze, er is sprake van een overvloed aan
slechte mensen,
die in onze stad alsmaar meer invloed krijgen.
Het
zijn slechte tijden, zeggen de mensen dan.
Maar wat zet Augustinus daar
tegenover:
de mensen zeggen het zijn slechte tijden,
laten wij
liever goed leven,
dan worden de tijden vanzelf goed; wij zijn de
tijden.
Zoals wij zijn, zo zijn de tijden.
Dat is een nuchtere
benadering
die voor mijn gevoel heel dicht aansluit bij de lezingen van
vandaag.
Jesaja laat zich helemaal gaan
in zijn droombeelden;
hij schetst een ideaalbeeld van de toekomst,
alles wat goed is en
mensen gelukkig maakt
dat laat God over ons komen.
Niemand die kwaad
doet,
niemand die onheil sticht.
Je moet even wennen aan de
stijl;
het is bijna een extase waarin de schrijver verkeert;
en
daarin zegt hij dan: wie geen honderd jaar wordt geldt als vervloekt;
m.a.w.: iedereen wordt honderd en meer,
dat hoort bij de zegeningen die
God geeft;
en honderd worden en meer wordt door de mens niet ervaren
als een last,
integendeel, het wordt ervaren als zegen. zegen van God.
Al die goede dingen, door God zelf aan ons geschonken,
er moet nog heel wat
gebeuren wil dat allemaal zo zijn,
willen we dat zo kunnen ervaren in
het jaar dat ons te wachten staat.
Het evangelie is een stukje uit
de Bergrede,
de grote toespraak van Jezus aan het begin van zijn
verkondiging;
hij is als leraar gaan zitten en spreekt zijn leerlingen
toe
en geeft aan wat als de kern van zijn onderwijzing geldt:
Heb toch vertrouwen,
heb toch vertrouwen in God. Dat is de
basisvoorwaarde voor iedere gelovige.
Als je om je heen kijkt,
en je
ziet de schepping en je ziet al het moois dat erin is,
en je kunt er de
zorg van de Schepper in ontdekken,
zelfs bij de grassen, vandaag volop
in bloei en morgen gemaaid,
bij de vogels, vrij in de lucht, en God
zelf voedt ze
kom dan tot de conclusie:
en hoeveel te meer is die
zorg van God er voor ons,
mensen die Hij naar zijn eigen beeld
geschapen heeft.
Jullie Vader weet wat je nodig hebt
en als een
vader als een moeder geeft God ons dat,
wat we nodig hebben.
In de
nieuwe bijbelvertaling die dit jaar is uitgekomen
staat ook het Onze
Vader in de nieuwe tekst;
het Onze Vader is bij Matteus opgenomen in
dezelfde Bergrede.
Geef ons heden ons dagelijks brood
is de oude
formulering;
in de nieuwe vertaling staat:
Geef ons vandaag het brood
dat wij nodig hebben.
Misschien mogen we op deze oudejaarsavond
met het
oog op het nieuwe jaar bidden:
geef ons dit jaar het geloof
dat we
nodig hebben.
Het vertrouwen in God
en in Gods zorg voor ons allen;
en laat dat ons krachtig maken,
kracht geven om aan te kunnen wat op ons
levenspad komt.
Oudjaar (2004)
Thematisch · Allerlei · groen