Kruisverheffing

Feest · 14 september · Kruisverheffing · rood

Homilie op het Feest van de Kruisverheffing (14 september 2014):

“Het Logo van het christendom!”

(Num. 21, 4-9; Fil. 2,6-11; Jo. 3, 13-17)

Als je wel eens, op de televisie of in het echt, een eucharistieviering van de Russisch-orthodoxe kerk hebt gezien, werd je zeker getroffen dat door de priesters en gelovigen veelvuldige kruistekens worden gemaakt. Dat geldt niet alleen voor de eucharistie, maar ook voor de andere vormen van liturgie en voor allerlei belangrijke gebeurtenissen. In het dagblad Trouw van 1 februari 2002 zag je op de groepsfoto dat de zwaar in het bont gestoken leden van het Russische vrouwen-hockeyteam, tijdens een gebedsdienst in de Sint-Georgius-kerk in Moskou , aan de vooravond van hun vertrek naar Amerika met een kaarsje in de hand devoot een kruisje sloegen om Gods zegen af te smeken over hun deelname aan de Olympische winterspelen in Salt Lake City.

Is het je ook al opgevallen, o.a. in het W.K. voetbal maar ook bij allerlei andere sportieve gebeurtenissen, dat de sportlui zeker die uit niet-Westerse landen, vooraleer ze vertrekken en zeker bij een succesrijke prestatie, spontaan een kruisteken maken.

Het hoeft ons dan ook niet te verwonderen dat het feest van de Kruisverheffing in de oosterse kerk van oudsher een grotere prioriteit heeft dan in de westerse. Bij ons vieren we dat feest enkel maar als het op zondag valt, zoals het dit jaar het geval is.

Kruisverheffing: waar komt die naam eigenlijk vandaan? Het feest van de Kruisverheffing is oorspronkelijk het verjaardagsfeest van de wijding van een kerk die in het jaar 335 door keizer Constantijn de Grote op de berg Golgota bij Jerusalem werd gesticht. Op die dag viert men de vooral de terugvinding van het heilig Kruis, die wordt toegeschreven aan de heilige Helena, de moeder van keizer Constantijn. In de Griekse ritus wordt op dat feest het kruis naar de vier windstreken opgeheven; vandaar de naam Kruisverheffing.

Misschien staan we er een beetje versteld van dat er in de bijbellezingen van vandaag een vergelijking gemaakt wordt tussen de slang die in de woestijn door Mozes op een paal gespietst werd, en Jezus die op het kruis verheven werd.

Als Johannes, na veel wikken en wegen, die gewaagde vergelijking maakt, is het omdat hij wil aansluiten bij het in die dagen algemeen bekende mythologische beeld van de slang als levensdier. Omdat de slang periodiek zijn huid afwerpt en zich telkens schijnt te verjongen, was de slang in veel culturen een symbool van eeuwig leven geworden. Mozes had van dat gegeven al eens gebruik gemaakt toen hij het volk opriep op te zien naar de slang op de paal om daardoor, - door dat opzien, - gered te worden. Naar dat multiculturele beeld grijpt Johannes terug. De vergelijking die de evangelist maakt, gaat dan vooral om het omhoogheffen en het opzien. De bronzen slang wordt op een paal gezet; Jezus wordt op het kruis verheven. Die gekruisigde en verheven Jezus belooft dat Hij allen die in Hem geloven, tot zich zal trekken. En de gelovigen worden uitgenodigd ernaar op te zien.

Het doel van Jezus’ verheffing op het kruis is: leven geven aan de mensen. “Zodat eenieder die gelooft, in hem eeuwig leven bezit” voegt Johannes, zichzelf herhalend, eraan toe: “Zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven bezit”. Vanuit die overtuiging is het kruis, martelwerktuig van de Romeinse bezetter, een teken van leven geworden. Al vooraleer het heilig kruis in Jerusalem werd teruggevonden, hadden de eerste christenen in de wereldstad Rome het teken van het kruis in de muren van de catacomben gegrift als herkenningsteken. Maar als Johannes die gewaagde vergelijking met de slang op de paal niet had geïntroduceerd, was het teken van het kruis waarschijnlijk nooit het logo van het christendom geworden.

Die verheffing van Jezus op het kruis en aan de rechterhand van de Vader openbaart ons de liefde van de Vader. God heeft Zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om Hem van ons, mensen, af te nemen wanneer de zaken mislopen en Hij niet door iedereen wordt geaccepteerd. Nee, God geeft zijn Zoon aan de wereld, aan de mensen, zonder voorbehoud, eens en vooral, ook al zullen de mensen Hem verwerpen en aan het kruis nagelen. Het kruis is dan ook geen teken van Gods oordeel over de wereld, maar een teken van heil, van verlossing. “Want God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te veroordelen, maar om door Hem de wereld te redden”, lezen we in het evangelie.

We vieren vandaag het feest van de Kruisverheffing. Wanneer wij het kruisteken over onszelf maken, wat doen we dan, wat betekent dat voor ons? Als je een wielrenner of een voetballer een kruisje ziet slaan, vraag ik me wel eens af: Wat zou die daarbij denken? Misschien is het voor hen wel een heel bewust teken dat ze geloven in Gods hand te zijn, zowel wanneer ze winnen als wanneer ze verliezen. Ik hoop echt dat het dat is. Want het besef in Gods hand te zijn in goede en kwade tijden, dat is toch de kern van ons geloof.

En als we zelf een kruisteken maken is het te hopen dat we dan ons hele leven, met al het winnen en verliezen dat erbij hoort, met al zijn vreugde en verdriet, afstemmen op de golflengte van Jezus, de gekruisigde, de verhevene. Als alle christenen overal ter wereld dat teken in ere houden, kan het niet anders of de hele wereld zal gered, herboren en verheven worden. Dat mogen we elkaar vandaag toewensen, in de Naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen

Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt


Homilie op de 25e zondag door het jaar A: Jaloersheid, obstakel voor de vrede (Mt. 20, 1-16a)

Tielt, 21 september 2014

Op een dag was ik in een gezin uitgenodigd om te dineren. De ouders hadden drie kinderen: één van 10, één van 8 en één van 5 jaar. Voor de volwassenen aan tafel schonk de vader een glas wijn, voor de kinderen schonk de moeder een cola. Onmiddellijk plaatste het meisje van 10 haar glas naast dat van haar broer en zus en zei: “Mama, die twee hebben meer gekregen dan ik.” Waarop de moeder, die geen pedagogisch diploma had maar wel veel gezond verstand, de drie glazen wegnam en de cola in de uitgietbak in de keuken uitgoot, ze vulde met water uit de kraan en zei: “Het is nu voor de rest van de week zonder cola maar water uit de kraan.” Wat zie je dan? Drie lange beteuterde gezichten en zes ogen die lelijk kijken naar elkaar. Een gewoon fait divers dat ouders in de beste gezinnen meemaken. Geen drama, maar wel tekenend voor de maatschappij.

Er is zoveel jaloersheid onder de mensen.

Mannen zeggen dat de jaloersheid een typisch vrouwelijke eigenschap is. Het kan waar zijn dat de jaloersheid een sieraad is van de vrouw. Want als vrouwen niet jaloers zouden zijn, zouden veel mannen heel wat meer knipoogjes geven aan de buurvrouw, die zoveel heeft dat hun eigen vrouw misschien mist. Dus zegt men dat vrouwen jaloers zijn. En dat is maar goed ook.

Maar het gekke is dat je nooit een vrouw ontmoet die toegeeft dat ze jaloers is. Want elke keer dat je zegt: “Mevrouw, bent u niet wat jaloers?”, antwoordt ze: “Hoe komt u daarbij? Geen sprake van!” Zodoende kom je tot de conclusie: mannen zijn niet jaloers en vrouwen zijn niet jaloers. En, omdat er onder de mensen enkel vrouwen en mannen bestaan, is er dus niemand jaloers.

Maar hoe komt het dat dan dat wij het eigenlijk eens zijn met de arbeiders van het eerste uur in het evangelie, die zich de hele dag kapot gewerkt hebben en protesteren omdat ze maar evenveel krijgen als de mensen die vlak voor sluitingstijd maar een uurtje gewerkt hebben? Is dat protest nu jaloersheid of is het gewoon rechtvaardigheidsgevoel?

We worden eigenlijk schaakmat gezet door die vraag van Jezus, die eigenlijk geen vraag is, namelijk: “Ben je boos omdat ik goed ben?” Ons antwoord is: Ja!

Een beetje terecht! Zeker begrijpelijk!

Mensen doen zo gemakkelijk wat die drie kinderen deden met hun glas cola, dat niet even vol was. Ze vergelijken zo graag. Waarom winnen mijn buren de lotto en win ik nooit iets? Waarom zijn anderen gezond terwijl ik ziek ben? Waarom kom ik uit een arm milieu en zijn anderen rijkeluiskinderen van bij hun geboorte? Waarom verdien ik met werken maar 1200 euro per maand terwijl anderen bijna hetzelfde bedrag krijgen als uitkering? Waarom worden sommige mensen 95, terwijl mijn goede moeder op haar 35e overleed?

Het wondere daarbij is dat mensen in onze maatschappij veelal doodongelukkig zijn en bijzonder jaloers omdat ze zichzelf steeds vergelijken met anderen die zogezegd meer hebben. Je kent dat mooie evangelieverhaal, waarin Jezus aan Zijn leerlingen zegt: “Maak je geen zorgen: kijk naar de bloemen.” Want een bloem is wat ze is en tevreden met wat ze is: de aronskelk is niet jaloers van de prachtige orchidee. Konden wij, mensen, dat maar! Tevreden zijn met wie we zijn en met wat we hebben! Er is maar één jaloerse bloem, namelijk de tulp: als je ze plaatst naast een andere bloem, laat ze haar kopje hangen. Wees dus niet als de tulp: jaloers!

Niet vergelijken! Ook niet in een gezin. Je man niet vergelijken met die van je zus of van je buurvrouw, die misschien knapper of althans handiger is of als gladde paling meer succes heeft in een gezelschap. Je vrouw niet vergelijken met een andere dame die knapper of althans charmanter is. Je drie zonen niet vergelijken met elkaar: de oudste is misschien de slimste van de drie, haalt schitterende uitslagen op school maar is technisch niet vaardig en ook niet dienstvaardig. De tweede is veel trager van begrip maar is op weg om een goede tuinman te worden: iedereen bij wie hij een vakantiejob doet, is tevreden over zijn werk en over zijn vriendelijk karakter. En de derde is vanaf zijn geboorte ietwat gehandicapt: hij leerde laat lopen, kon moeilijk spreken en de ouders vrezen dat hij later niet veel zal aankunnen. Maar hij is bijzonder aanhankelijk en gevoelig voor wat tederheid en kan je verrassen met een ongeremde knuffel. Wie is de beste van de drie? Aan wie zal je als vader en moeder het meeste hebben?

Het evangelieverhaal over de werkers van het elfde uur is natuurlijk geen uitgangspunt voor sociaal recht en kan geen leidraad zijn voor een CAO. Jezus wil ons enkel laten voelen dat God anders tegen de mensen aankijkt dan wij. “Zijn gedachten zijn nu eenmaal niet onze gedachten”, zei Jesaja al in de eerste lezing. Gods liefde is niet bekrompen. God is veel royaler dan wij. Hij laat de laatsten evenzeer mee genieten en delen in het geluk. De laatsten zijn Hem evenveel waard als de eersten.

Nog altijd zijn er laatsten, mensen die minder kansen hebben en minder meetellen in ons midden. Mensen die voorgoed zonder werk zijn geraakt om welke reden dan ook. Mensen uit gebroken gezinnen en in plaats van begrip voor de ellende die ze meemaken, met misprijzen bekeken worden en met schuld beladen. Of mensen die ziek zijn, gehandicapt of oud zijn geworden en zich afgeschreven voelen. Dat en heel veel anderen zijn de laatsten in onze maatschappij. En dan natuurlijk al die mensen die geboren zijn in een van de landen aan de verkeerde kant van de streep.

Jezus zegt ons vandaag heel duidelijk: Vrede wordt alleen daar geboren waar mensen elkaar het goede en het geluk gunnen.

Vergelijk je met niemand. Wees van niemand jaloers. Wees blij als anderen het beter hebben dan jij. Wees vooral bekommerd met de laatsten, met hen die het misschien minder goed gedaan hebben dan jij, minder wilden, maar heel vaak ook minder kansen kregen. Die vrede wens ik je van harte.

Dan zouden we minder beteuterde gezichten zien rondom ons.

Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online