Kerkwijdingsfeest van de Lateraanse Basiliek: een versteende
verwijzing naar de grenzeloosheid van de Kerkgemeenschap
(Ez. 47, 1-2 en 8-9.12; 1 Kor. 3, 9b-11.16-17; Joh. 2, 13-22
Tielt, 9 november 2014
Elkeen kent de Sint-Pieterskerk te Rome met dat indrukwekkende Sint-Pietersplein dat we zo dikwijls op T.V. zien. En toch is die kerk niet de bisschopskerk van de paus. Die eer komt toe aan de basiliek van Lateranen, waarvan we vandaag de kerkwijding herdenken.
Ik vermoed dat je dat geen barst kan schelen. Dat is een voldoende reden om er geen homilie over te houden, maar te preken over iets dat meer in je leefwereld staat.
En toch zal ik er toch over preken vandaag, want in dat feest steekt een rijke symboliek. Als mens en gelovige moet je af en toe terug naar je wortels.
Ik ben geboren en opgegroeid in Meulebeke, wat in die tijd geen referentie was. Een match tussen de voetbalploegen van die twee gemeenten kon even goed even goed uitdraaien op een klein heizeldrama. Maar dat is, bij mijn weten, thans veranderd. Als ik in mijn geboortedorp ben, gebeurt het dat ik een omweg maak om nog eens langs mijn geboortehuis traag voorbij te rijden. Ik ben blij dat daar nog altijd één van mijn vele neven woont samen met zijn vrouw en zijn 5 kinderen. Het zou me heel veel pijn doen als het aan vreemden zou verkocht worden en nog meer als het zou afgebroken worden. Sinds mijn jeugd is het nochtans, zoals de meeste huizen uit die tijd, grondig verbouwd. Maar toch blijft het ook nu nog een stuk van mijn leven. Het ouderlijke huis is een versteende verwijzing naar je kinder- en jeugdjaren en naar alles wat in de geborgenheid van dat huis mocht beleefd worden aan vreugde en verdriet.
Wat geldt voor het ouderlijke huis, geldt ook voor de eigen parochiekerk. Ook het kerkgebouw heeft een grote symbolische betekenis. Het verwijst naar de belangrijke overgangsmomenten uit het eigen leven zoals doopsel, eerste communie, vormsel, huwelijk, priesterwijding of naar de uitvaart van geliefden. Je hebt erin zoveel meegemaakt, zoveel religieuze kracht, inspiratie en geborgenheid ervaren. Het is een versteende verwijzing naar je geloofsleven. Het kerkgebouw heeft zelfs zijn waarde voor mensen die zelden naar de kerk gaan. De kerk is meestal het centrum van het dorpszicht dat zo onuitwisbaar in ons netvlies ingeprent is. Wee de bisschop, de deken of de pastoor die er een andere bestemming aan geeft. Die krijgt zeker tegenwind.
Het Kerkwijdingsfeest van de Lateraanse basiliek te Rome maakt ons ervan bewust dat de christelijke gemeenschap niet ophoudt bij de grenzen van de eigen parochie. Het is een versteende verwijzing naar de grenzeloosheid van de kerkgemeenschap.
Dat te beseffen is belangrijk in een tijd waar mensen zich zo graag koesteren in hun eigen coconnetje: in hun eigen persoontje, hun gezinnetje, hun kaartclub of koffiekransje, hun gesloten relatiewereldje of beperkte belangengroep, zelfs hun eigen religieus clubje of organisatie. Mensen zijn zo kortzichtig. En kortzichtigheid maakt mensen altijd enggeestig, ongelukkig en zelfs depressief. Elke gezonde zin voor relativiteit verdwijnt: de kleinste molshoop wordt een berg. Marcelle Auclair vertelt daarover een sprekend verhaaltje over een vrouw die die een goudvisje had. Het visje zat in een kleine bokaal waarin het de hele dag moest rondcirkelen. Nu wou die vrouw die bokaal eens grondig schoonmaken. Ze zette daarom voor een poosje het visje in haar badkuip, maar, in plaats van nu vrijuit te zwemmen, bleef het goudvisje ronddraaien in het kleine kringetje waaraan het gewend was. Nu drong tot de vrouw door dat zijzelf zo een goudvisje was. Dat bracht haar tot inkeer.
Veel mensen blijven in hun leven rondcirkelen als visjes in een bokaal. Er is maar één oplossing: de bokaal laten stukvallen. Dat is de prijs van de bevrijding.
Dat is ook de boodschap van het feest van vandaag. Het staat zo raak verwoord in de eerste lezing. Het water dat uit de tempel stroomde, liet een spoor van leven na: voedsel, vissen, vruchten, geneeskundige bladeren. Heel wat anders dan de tempel uit het evangelie, waarin Jezus grote kuis hield. Daar ging het alleen om instroom, het inkomen om het gebouw en de bedienaars overeind te houden.
Twee lezingen die ons uitnodigen om in ons eigen bekrompen huisje grote kuis te houden. Twee lezingen die aan elk van ons de vraag stellen: Sijpelt er bij ons, na onze bijeenkomst hier in de kerk, iets naar buiten? Kun je het merken aan onze manier van leven in ons gezin, op ons werk, in onze vriendenkring, in onze bekommernis om de noden van de mensen, waar ook ter wereld, te lenigen en om die grote broederband in de wereld te helpen stichten? Soms maken wij als priester er ons drukker over hoeveel mensen er in de kerk komen dan hoe zij eruit komen.
Mag ik jullie straks bij het verlaten van de kerk eens vragen: Hoe kom je uit deze kerk?
Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt