WOORD VAN WELKOM
Welkom aan U allen,
Mensen in rouw, mensen met vragen,
Soms wanhopig, soms berustend.Soms nog vol met beelden van het afscheid,
Soms leeg en vermoeid na een periode van zorg
Welkom aan U allen die een naam in Uw hart meedraagt van een mens die Uw leven heeft veranderd en die niet meer bij U is.
Wij zoeken troost bij elkaar in deze parochiegemeenschap waar aandacht is voor Uw verdriet, ruimte voor Uw vragen.
Als wij gedenken en namen noemen, noemen wij ook de naam van God, een naam die ons wil sterken met licht opdat wij stevig kunnen blijven staan in de stormen van ons leven.
Wij noemen ook de naam van Jezus Christus. Hij heeft immers ons verteld dat Gods barmhartigheid groter is dan wij mensen ons kunnen bedenken.
Laten wij ruimte maken voor Gods stem in ons eigen leven
Laten we gaan staan om in stilte onze dierbaren te gedenken.
HOMILIE
Een naam van een geliefd mens blijft nog heel lang doorklinken. Na het afscheid, als de stilte in je leven op de plaats komt van de vele uren zorg en aandacht die je aan de ander hebt besteed, dan klinkt nog heel lang de naam die je zo dierbaar is. Een naam die gebleven is, een naam van je dierbare echtgenote of echtgenoot, van je goede vriend of vriendin, van je vader of je moeder, van je zus of je broer, de naam van je kind.
De naam stond prominent op de rouwkaart en met de foto is deze naam een belangrijk symbool van de vele herinneringen die ons bijgebleven zijn. Je noemt deze naam in gezelschap van je gezin of familie of nabije vrienden en het is alsof iemand dan even dichterbij komt.
Toch lijkt de afstand die de dood heeft aangebracht niet te overbruggen. En hoe meer tijd er verstrijkt, hoe definitiever het afscheid blijkt te zijn. De verhalen die je deelde, de gebeurtenissen die je met elkaar hebt meegemaakt, de geschiedenis die je samen met je gestorven man of vrouw of met je ouders had, komt steeds verder weg. Je zult je huidige leven toch echt zonder die ander moeten vervolgen.
Deze dag, Allerzielen, is een dag om uitdrukkelijk hun naam nogmaals te noemen met alle aandacht die in ons is. We noemen deze namen hier voor het aangezicht van God, we ontsteken een kaars met licht dat we ontlenen aan Christus. Het is paaslicht dat hier voor ons opnieuw opgaat; het licht van de nieuwe morgen die al is opgegaan voor hen die gestorven zijn.
Wat is het nut van het noemen van deze namen? Denken we dat God hen anders zal vergeten? Denken we dat er anders geen vergeving voor hen zou zijn in de wereld van Gods liefde? In al onze vieringen brengen we de namen van onze dierbaren bij het altaar van God dat we in ons midden hebben opgericht, en dat het hart van onze kerkgemeenschap vormt. Zij horen blijvend bij onze geloofsgemeenschap. Iedereen mag hun naam horen en we zouden iedereen wel willen vertellen wat er in ons omgaat als de naam klinkt. Bij iedere naam die straks klinkt, beseffen we hoeveel liefde en verbondenheid daarin schuil gaat. In iedere naam klinkt een heel leven mee dat voor ons onzichtbaar is geworden, maar waarvan we geloven dat het nu in God geborgen is, en bij Hem een plaats heeft gekregen.
Jezus roept Lazarus bij zijn naam en roept hem weer tot het leven. Op de vierde dag komt hij uit het graf en voegt zich weer bij zijn geliefden. Hoe graag zouden wij ook niet bij het roepen van de naam weer even een glimp opvangen van onze dierbaren en horen dat het hun goed gaat! In het gesprek dat Jezus met de zussen Marta en Maria voert, blijkt echter dat de bedoeling van het roepen van de naam niet is om weer terug te keren tot het oude, tot het leven van vroeger toen de dood nog in geen velden of wegen te bekennen was. Het gesprek is erop gericht om Marta en Maria de weg te wijzen om in haar leven die bronnen aan te boren die sterker zijn dan lijden en dood, bronnen die ons verbinden met de gave van het leven dat door God ons wordt geschonken. Daarom zegt Jezus: Ik ben de verrijzenis en het leven. Als wegwijzer voor een andere blik op onze werkelijkheid. Als wij uitsluitend met onze woorden en begrippen de vragen willen beantwoorden rond dood en leven, als wij alleen met onze ervaringen en emoties definities of beschrijvingen willen geven van het leven bij God, het leven dat onze werkelijkheid overstijgt, dan moeten we erkennen dat we beter kunnen zwijgen.
Als mensen gevraagd wordt naar hun geloof in het hiernamaals, vinden zij het vaak moeilijk om daar volmondig ja op te zeggen. Het is een lastige vraag omdat alle beelden die we daarbij kunnen bedenken of die we vroeger hebben meegekregen, eigenlijk slechts een voortzetting van ons bestaan betekenen. Mooi en vredig, dat wel, maar is dat voldoende om in te geloven?
Wat God te bieden heeft is een nieuw en ander leven, een leven zonder grenzen van tijd en ruimte, een bestaan dat geborgen is in zijn aanwezigheid. Dat gaat ons voorstellingsvermogen te boven. Door de ontmoeting met Jezus laat God een glimp zien van dit leven. Doordat we Jezus leren kennen, kunnen we ontdekken wat dit nieuwe, eeuwige leven werkelijk inhoudt. In Hem vallen alle grenzen die wij kennen, even weg en kunnen we raken aan wat voor ons nog onbereikbaar is: eeuwigheid. Dat wordt zichtbaar in zijn verrijzenis, een al even ondenkbaar gebeuren, waarin God ons zegt hoezeer ons mensenleven hem dierbaar is!
Het noemen van de namen van onze dierbaren betekent een brug slaan tussen onze wereld en hun wereld. Wij kunnen niet weten wat er aan de overkant ligt, maar zolang wij in de brug geloven en aan die brug blijven bouwen, zal God ons ook ooit over die brug helpen en thuis brengen, samen met allen die ons zijn voorgegaan. Moge dat vertrouwen ons bemoedigen, troosten en sterken.
Amen