Beste vrienden,
In het kort iets over vandaag.
Allerzielen, alle levenden die niet meer levend in ons midden zijn.
We kunnen niet veel anders dan erover spiegelen,
we praten over de grenzen van ons gewone waarnemen heen.
Daarom: de lezingen zijn richtingwijzers,
zoals heel Gods Woord ons richting wijst,
over hoe het zal zijn, over hoe het is in de eindtijd;
Jesaja, in een tijd van dreiging: en hij schetst:
een maaltijd met overvloed van het allerbeste,
een einde aan al wat nu nog tekort is
* en.. straks nota bene ook: een helder zicht op God,
* geen floers over onze ogen,
* helder zicht op God als Hij die redt;
* een God die waar maakt waar wij op hoopten.
Met andere woorden:
maak je niet druk, niet om alles wat je nu nog in de weg zit:
het komt goed,
we komen bij God.
En zo spreekt Jezus ook in zijn Bergrede;
de zaligsprekingen, de mensen die gelukkig genoemd mogen worden;
en waarom mogen ze gelukkig genoemd worden:
en dan volgen de beloften:
van hen is het koninkrijk van de hemel,
zo begint het en zo eindigt het;
en wat wordt er van dat koninkrijk beloofd:
een overvloed aan troost, voor hen
aan verzadiging, voor hen,
aan barmhartigheid, voor hen
ze bezitten het land, beërven de aarde, het kan hen niet worden afgenomen
ze heten kinderen van God, - geen kinderen van de duivel,
of van het niets of van de leegte,
zij zullen God zien, van aangezicht tot aangezicht.
Onderricht van Jezus,
opdat we het als goed nieuws, als evangelie een plaats kunnen geven,
opdat het ons goed nieuws geeft over wat ons bedrukt:
dat onze dierbaren niet langer dichtbij en tastbaar en voelbaar en actueel bij ons zijn.
Laat toch niemand denken: ze zijn nergens.
laat veeleer geloof en hoop spreken,
laat het woord van Jezus ons troosten.
We sluiten ons aan bij het geloof zoals dat van eeuwen bezongen is en wordt.