Allerzielen (2005)

Feest · 2 november · Allerzielen · paars

Hoe mensen omgaan met de dood, zegt alles over het niveau van hun cultuur en beschaving.
Sommigen kiezen voor de weg van het verstand en zeggen met oude wijsgeren:
het heeft geen zin om je druk te maken over de dood.
ben ik er dan is mijn dood er nog niet,
is mijn dood er, dan ben ik er niet meer.
Anderen, we zien en horen het deze dagen volop,
zoeken houvast in de waarden van een vrije en democratische samenleving
waar plaats is voor ieder
waar vrijheid van meningsuiting bestaat en soms voegt men nog toe
waar respect is voor ieder.
Belangrijke waarden maar voor mij blijft het in het aangezicht van de dood
toch wat leeg en bleek.
Op mij maakt het een povere indruk als je in het aangezicht van de dood lawaai gaat maken in plaats van stil te worden.

Wij hebben een ingewikkelde verhouding met de dood.
Er zijn mensen voor wie de dood een bron is van vermaak. Wat dat betreft wordt de geschiedenis van de strijd der gladiatoren voortgezet in onze platenwinkels waar DVD te koop zijn met verhalen over de dood waar een normaal mens niet goed van wordt. Er zijn daar ook talloze computerspellen waar het hoogste doel is zoveel mogelijk mensen de dood in jagen in de korst mogelijke tijd. Je ziet het in films die ontspanning heten te bieden door dood en geweld in overvloed te tonen. Ik vind het een manier van omgaan met de dood die mensen afstompt en ongevoelig maakt voor het geheim van het leven.

Je zou het ook zo kunnen zeggen: de dood toont zich in drie personen.
De dood toont zich in ‘de derde persoon’ als we ’s morgens wakker worden met het laatste nieuws van een ramp: zoals de afgelopen tweede kerstdag met die tsunami, ieder was getroffen door het natuurgeweld en het onvoorstelbaar aantal doden; of zoals enkele weken geleden in Pakistan en India bij de aardbeving. De dood toont zich ook in de derde persoon als we de krant openslaan en kennisnemen van de overlijdensadvertenties, die vooral even oplichten als het over een bekend iemand gaat., of als het gaat over de tientallen dagelijkse doden in Irak. Voor het overige raakt ons die dood in de derde persoon meestal niet zo vreselijk, want de dood is doodgewoon, het is de weg van alles wat leeft.

De dood toont zich ook in ‘de tweede persoon’, wanneer hij iemand van ons wegneemt die ons dierbaar was en is; wanneer een mens sterft die zo helemaal bij ons hoort dat we niet kunnen voorstellen dat er nog leven is zonder deze vertrouwde en dichtbije mens.
De dood in de tweede persoon kan ons hard treffen omdat met deze mens iets van onszelf afsterft, en de betrekkelijkheid van alles komt onloochenbaar aan het licht.
Je zou wel alles willen doen om dit te verhinderen en om contact met de geliefde persoon te blijven houden of al was het maar even te herstellen.
vgl. het mooie gedicht van Ida Gerhardt dat we straks gaan zingen:

Zevenmaal om de aarde te gaan
Als het zou moeten op handen en voeten
Zevenmaal om die ene te groeten
die daar lachend te wachten zou staan
Zevenmaal om de aarde te gaan
Zevenmaal over de zeeën te gaan,
Schraal in de kleren wat zou het mij deren
Kon ik uit de dood die ene doen keren,
Zevenmaal over de zeeën te gaan
Zevenmaal om met z’n tweeën te staan

Bij de dood in de tweede persoon begint ook al iets op te lichten van de dood wanneer hij zich toont in de eerste persoon, dat is wanneer mijn tijd is aangebroken. Wanneer alles zal doorgaan zonder dat ik er nog invloed op kan uitoefenen of mij er nog druk over kan maken want ik zal er dan niet meer zijn.

Naarmate de dood ons dichterbij treft, wordt het verzet dat we voeren heviger.
Alles bij elkaar heeft de dood alle trekken van een werkelijkheid die ons mensen overstijgt en ontglipt. Hij heeft iets fascinerends, trekt aan met een geheimzinnige kracht en is tegelijkertijd huiveringwekkend, stoot af en brengt in verwarring en niet weten.

Zo zijn wij hier vanavond bijeen, mensen geraakt en soms ook getroffen door de dood. Sommigen van ons hebben het afscheid van een dierbare nog vers in het geheugen, alles wat zich afspeelde in die laatste dagen en bij het afscheid hier in onze kerk. We zijn hier bijeen, al was het alleen maar uit meeleven met elkaar, het zou al voldoende zijn.

Maar we zijn hier ook bij elkaar omdat we ervaren dat de dood op een intense wijze menselijke waarden aan de orde stelt en in het geding brengt. De dood, of we hem in de derde, tweede of eerste persoon ontmoeten, legt onoplosbare vragen aan ons voor.
Vragen van
liefde en haat,
aantrekking en afwending,
rechtvaardigheid en onrecht,
lot en noodlot,
bezit en loslaten van bezit,
Levensvervulling en levensmislukking,
angst en hoop,
binnenwereldsheid en perspectief op de eeuwigheid.
De dood zet ons aan het denken over de grondslagen van het leven.

Als we zo raken aan de fundamenten van het bestaan dan zoeken wij als gelovigen elkaar op, laten weten dat we met elkaar meeleven, we luisteren naar wat de Heilige Schrift ons in deze ogenblikken te zeggen heeft, en -aarzelend en tastend misschien- wagen we een gebed, ieder voor zich en samen, een gebed tot God…..
Het is goed om zo tussen alle drukte en lawaai van ieder dag, in alle rust bij elkaar te zijn,
de namen van onze lieve doden te laten klinken, te beseffen wat zij voor ons betekenen en ons tegelijk te bezinnen op het perspectief van ons eigen leven.

Allerheiligen en Allerzielen, gedenkdagen in het najaar als een tegenwicht van dat grote feest in het voorjaar: Pasen.
Pasen in de lente, is het feest van meest wezenlijke punt van ons geloof: Jezus, onze broeder, die geleden heeft, is gestorven, is door God opgewekt, Hij is onze Heer, de Levende, de eerste van ons allen.
Paulus geeft het belang daarvan aan: als Christus niet verrezen is is ons geloof zonder grond.

Ondanks de fundamentele betekenis van dit feest -dat is toch wel ieders ervaring- blijft het ook ver van ons af, raakt ons niet zo in het hart. Hoe jammer theologen en kerkleiders dat ook vinden, Pasen heeft nooit de emotionele lading van Kerstmis gekregen.
Het is dan ook wijsheid van de kerk die we samen zijn om een half jaar na het grote paasfeest alles nog eens dunnetjes over te doen maar nu zo dat we ook het gevoel hebben dat het over onszelf gaat, we zijn er zelf direct bij betrokken bij Allerheiligen en Allerzielen.

Het gaat nu om mensen die we van heel dichtbij hebben gekend, mensen die ons dierbaar zijn omdat ze van ons hebben gehouden. Ze waren mensen met hun fouten en tekortkomingen, maar juist door dat alles werden ze mensen die we niet willen vergeten,
want zonder hen waren wij niet wie we zijn.
Gisteren bij Allerheiligen ging het over de mensen die hebben laten zien dat leven als volgeling van Jezus echt mogelijk is en veel goeds en moois oplevert, zij zijn bakens op onze weg waarop zij ons voorgingen …..
Vandaag met Allerzielen gaat het over mensen uit onze directe omgeving, mensen die we hebben gekend. De scherpte van het directe afscheid is veelal voorbij. Hun heengaan heeft een plaats gekregen in ons leven. Maar we kunnen en willen niet om hen heen…
Want we zijn schatplichtig aan hen en aan alles waarvoor zij hebben geleefd.
En we zien nog iedere dag op welke manier en in welke goede dingen iets van die mens voortleeft in kinderen en kleinkinderen, in resultaten van zijn werk en inspanningen, niet voor niets spreekt zoveel mensen het beeld aan van die steen die in de rivier gelegd de loop van het water verandert als is het nog maar zo’n beetje, maar onmiskenbaar.

En ikzelf dan? en mijn eigen dood?
Een zekere voorkennis daarvan doen we op tijdens ons leven, telkens als we echt afscheid moeten nemen van mensen en dingen. Onze wil om te blijven leven is sterk, evenals onze behoefte om alles in eigen hand te houden.
De wetenschap dat het eenmaal zover zal komen dat we ons leven uit handen moeten geven, misschien stapje voor stapje, misschien ineens helemaal, dat kan ons beangstigen, want de dood is een indringer, die midden in ons leven zijn aanwezigheid doet voelen. Midden in het leven staan we in de schaduw van de dood, bij lijden, pijn ziekte, aftakeling, onderdrukking, onrecht. Soms kan van mensen ook gezegd worden dat ze dood zijn voor ze zijn gestorven omdat ze geen leven hebben, de televisie toont ons daarvan bijna dagelijks beelden.

Een van de weinige zekerheden in het leven is de dood, dat weten we allemaal.
Maar is dat inderdaad zo vanzelfsprekend om de dood die onaantastbare status te geven? Ik wil daar wel enige twijfel over zaaien.

Ik wil dat doen met behulp van een betrouwbaar getuige.
Ik las onlangs een artikel van een priester die vlak voor zijn dood stond.
Hij schreef het volgende:
Zou het niet mogelijk zijn dat het sterven van mensen relatief is, relatief zoals alles wat het leven kenmerkt? We zien de dood altijd aan de voorkant. Hij verschijnt hij ons als een vraatzuchtig monster, een zwart gat zonder bodem. Maar heeft de dood ook geen achterkant? De kant die voor ons onzichtbaar blijft, zolang we ons blind staren op zijn voorkant.
Heeft de dood geen achterkant? Die vraag mag nooit van tafel worden geveegd door een voortijdig antwoord te geven, noch in positieve, noch in negatieve zin. Het antwoord op die vraag behoort niet tot de categorie van het zeker weten, maar wel van een hoopvol vertrouwen. Hoopvol vertrouwen dat spreekt uit dat beeld van die nieuwe hemel en nieuwe aarde en van God die alle tranen uit mensenogen wist. Hoopvol vertrouwen waartoe Jezus onze broeder oproept: ik ben de opstanding en het leven.
Hoopvol vertrouwen dat spreekt uit het gedicht dat we als slotlied zingen zullen: een klein visioen over God die ons wakker roept en wij die ademloos zijn lichtend spoor volgen.
God houdt van mensen, van ieder van ons, dat is een van de basisovertuigingen van ons geloof, van volgelingen van Jezus.
Zou die Vader God dan ophouden ons lief te hebben, zodra we gaan sterven? Zou hij, in de laatste ogenblikken van ons leven, zijn liefde intrekken en ons prijsgeven aan de leegte van de dood?
Jezus zelf heeft de blijvende en levengevende liefde van God mogen ervaren, zelfs in de meest duistere uren van zijn leven. Ook wij mogen erop vertrouwen dat we opgenomen worden en ons thuis mogen voelen in zijn creatieve liefde. Dat mogen wij vandaag in alle vertrouwen, tegen elkaar en naar God uitspreken, want waarom Jezus wel en wij niet?

Zoeken in Preken Online