Het is met enige huiver dat ik tot u vandaag het woord richt
dat komt omdat u allemaal het zo druk hebt met uw eigen gevoelens
en die zijn van ieder van u zo verschillend.
Er zijn hier mensen bij die afscheid moesten nemen
van iemand van wie ze helemaal geen afscheid wilden nemen:
verloofde mensen die zich voorbereidden op nog vele gezellige jaren samen:
iemand die na jaren in het buitenland geweest te zijn
gezellig een flatje in Haarlem had gekocht
en plotseling sterft zijn vrouw. Hij dapper alleen verder.
Allemaal zijn we hier met verschillende gevoelens
en toch is het goed elkaar te zoeken
en ook een beetje te vinden hier in de kerk.
En we doen dat rond mensen die ons dierbaar zijn.
We leven in een wereld waarin veel te zien is;
op het scherm van onze TV-apparaten
we zien alle groten der aarde langs paraderen:
we zien hoe er wordt omgegaan met macht
- en meestal is dat slecht -
we zien de foto’tjes van nieuwe ministers en staatssecretarissen:
allemaal heel best: ze willen het goede toch?
Maar je zou kunnen denken dat alleen de mensen
die in de schijnwerpers van de publiciteit voortschrijden
de echte belangrijke mensen zijn…
Vandaag weten we hier beter.
De echte belangrijke mensen
zijn de mensen van dichtbij,
de mensen die wij zelf ontmoetten
de mensen die ons vormden en vormen:
de mensen die ons troosten
de mensen die ons door hun levenshouding lieten zien,
als vaders, moeders, vrienden
dat wij zelf er mogen zijn.
Mensen zijn geschapen om bij elkaar te blijven
om elkaar handen te geven en bij te praten
om elkaar te strelen en
desnoods met elkaar een beetje ruzie te maken
maar om elkaar los te laten is altijd moeilijk.
Zelfs als iemand 90 jaren oud is
willen wij ze toch niet missen..
en zo moeten we dat ook blijven voelen.
Want mensen zijn kostbaar
mensen zijn uniek.
Ieder mens bewaart een bijzonder geheim en is onmisbaar:
-een bekend spreekwoord omdraaiend-
ieder mens is naar Gods beeld geschapen en waardevol.
Er zijn twee dingen die je overeind kunnen houden
in de droeve uren:
I. Het eerste is
de saamhorigheid, de steun van de familie en de omstanders.
En daar zijn wij allen toe geroepen.
Niet alleen in de eerste uren van het verdriet
maar vooral als het verdriet, volgens de anderen slijten gaat
en het maar over moet zijn. Juist dan moeten wij elkaar in de gaten houden..
Iedereen zal ze zich op een eigen wijze
de eigen dierbaren herinneren
hoe ze praatten
hoe ze lachten
hoe ze vriendelijk waren,
hoe lastig ze soms waren
Hoe ze ons tot de orde riepen
hoe ze stuk voor stuk mensen waren van wie wij zeggen
dat wij allen blij zijn dat wij hen hebben ontmoet.
Helaas: wij moeten allen sterven !
Dat is moeilijk om samen te verwerken.
We moeten nu meer de diepte in.
In een van de oude geloofsgeschriften van Israël, het boek Job,
klaagt de man Job over die menselijke kwetsbaarheid.
Hij zegt (en bij veel uitvaarten het afgelopen haar lazen we dat):
‘voor een boom is er hoop,
als hij wordt gekapt schiet hij weer uit,
zodra hij maar water ruikt zal hij uitschieten
als een jonge plant’.
Dat mag zo zijn.. het leven is sterk.
‘Maar’ zo klaagt de man Job:
‘sterft een mens, wat ligt hij dan machteloos neer’.
De machteloosheid van de mens erkennen
is geen sombere constatering
van een humeurige sombere mens
maar is het begin van de genezing:
is het begin van een nieuw begin.
We gaan ons dan openstellen
voor de echte levensbron zelf:
voor God die de Heer van het leven is.
II. En als wij dat doen
worden wij niet teleurgesteld.
En dan kom ik aan het tweede dat ons overeind kan houden
het geloof in God die van ons houdt en de dood overwinnen kan.
Nooit kunnen wij dat genoeg erkennen..
nooit wordt dat te vaak verkondigd.
Iedere uitvaart die wij meemaken zal
-hoe droevig ook-
tegelijkertijd een verkondiging moeten en mogen zijn
van de doorbraak van het leven
dankzij de kracht van Levende God van Israël
die ook onze God wil zijn.
De eerste lezing van vandaag spreekt daarover.
Over God als goede gastheer die ons verwent
die –zo staat het er- heerlijke wijnen voor ons opentrekt.
Een prachtig beeld toch?
De tweede lezing gaat daarover door.
‘Het huis van de vader biedt vele woningen.’
Vele treurende families kozen voor deze lezing
bij de uitvaart van hun dierbare.
lazen wij bij zo menige uitvaart.
‘Het huis van de vader biedt vele woningen.’
Deze geloofsbelijdenis getuigt
van onze hoop dat onze dierbaren
bij Hem terecht kunnen.
Maar, zelfs op Allerzielen,
zijn zij niet de enigen die belangrijk zijn.
Deze viering is er ook voor ons.
opdat wij, zoals wij hier zijn,
bedroefd en verslagen, angstig onzeker,
dwalend, zoekend, vindend mogen horen
dat er voor ons ook ruimte is bij God.
Ook wij mogen er zijn
ook voor ons is er plaats
in het huis van de Vader
in Zijn liefde
is er ook ruimte voor ieder van ons
die achterblijft
en die -vaak alleen- zijn of haar weg moet gaan.
III. Dat God de mensen die voor Hem kiezen niet teleur zal stellen
vieren we op deze 1e en 2e november:
Allerheiligen en Allerzielen.
Allerzielen hoort geen donkere dag te zijn
die akelig contrasteert met allerheiligen
maar een dag van licht en troost.
God houdt van mensen en zal dat blijven doen.
Tot ons ALLEN SAMEN is gezegd:
‘jullie zijn een heilig volk’
en tot IEDER VAN ONS PERSOONLIJK is gezegd:
‘ik heb jou nodig, ik kan niet zonder jou.’
Tot ieder van ons persoonlijk wordt gezegd:
‘ik roep jou bij je naam,
wees er voor de mensen voor wie jij iets kunt betekenen.’
En dan geldt voor jou,
dan geldt voor ons allen
dat Hij ons niet teleur zal stellen.
De bladeren zijn gevallen, buiten lijkt de dood weer te gaan regeren
maar binnen verkondigt de kerk dat God een Bewaarder van het levenden is.
Hij is ons mensen trouw.
Hij heeft onze namen geschreven in de palm van zijn hand,
Hij begeleidt ons met Zijn licht.
Hij zal ons opvangen in zijn heerlijkheid
en ook wij mogen staan in die grote kring
rond de 144.00 getekenden
-waar wij gisteren over hoorder spreken -
en rond allen die ons zijn voorgegaan
en nu voor ons ten beste spreken.
Wij hier beneden zijn nu al opgenomen
in de liefde van God die alle begrip te boven gaat.
Ook wij mogen leven in het licht
dat niemand doven kan.
Komen we naar voren en plaatsen we de lichten
hier op de vloer onder de koepel die net weer open is
en die glanzend in het licht het Nieuwe Jeruzalem verbeeldt
de stad van God waarvan wij allen samen
wij en allen die ons voorgingen
de bewoners zijn.