Homilie allerheiligen 2015
‘De natuur weet het.
Het is de tijd van vallende bladeren
en van opkomende mist.
De mensen zeggen dat het kouder wordt…
Ze bedoelen meer dan alleen
een daling van de temperatuur.
In deze dagen gaan velen naar het kerkhof.
Bijna vanzelfsprekend.
En dat is goed.
Het verleden moet je niet zonder meer begraven,
maar je moet evenmin jezelf erin begraven.
Afscheid nemen is misschien de moeilijkste opdracht
die een mens voortdurend te verwerken heeft,
zijn leven lang.
Afscheid nemen van geliefde mensen wil zeggen:
aanvaarden wat pijn doet,
er doorheen groeien zonder vanbinnen dood te gaan,
en een dankbare herinnering overhouden
om verder mee te leven.
Het is gaan van ‘hard’ naar ‘mild’
en daardoor andere mensen heel nabij komen.
De mist van Allerheiligen en Allerzielen laat wat weemoed na.
Hij heeft je pijn begraven,
niet je vragen.
Want in de schemerige mist van het niet-weten,
rijzen de verste verlangens.
Pasklare antwoorden in zakformaat
bestaan gelukkig niet. (Karel Staes)
Aarzelend prevelen we overgeleverde woorden
Ze omhullen onze diepste verlangens
Milderen de onzekerheid
Maken de dood leefbaar.
Het zijn woorden van trouw.
Woorden van een God die zich laat kennen
Als ‘Jahwe’ ‘ik zal er zijn’
een God die zich laat kennen als de God van Abraham, Izaak en Jakob,
Een God van levenden en niet van doden.
Het zijn woorden van herinnering.
Herinnering aan een mens die dode mensen weer tot leven riep.
Een mens die God zijn vader noemde
Hij sprak over een God met een hart
voor mensen die doodgezwegen worden.
Hij bracht een woord van toekomst
voor mensen die in een doodlopend straatje leven.
Een woord van hoop
voor wie doodsbenauwd de dag van morgen tegemoet ziet.
Een woord van leven
voor wie zich doodop voelt.
Hij sprak over het huis van God waar plaats is voor velen.
En dat hijzelf voor ons daar een plaats bereid heeft:
Een thuis voor zuiveren van hart en voor zachtmoedigen.
Een veilige haven voor treurenden en voor armen van geest.
Een oase voor vredebrengers en hen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid.
Aan die woorden klampen wij ons vast.
Aan dat levensverhaal van de man van Nazaret vertrouwen wij ons toe.
We staan weer op
–opstanding: een verrijzeniswoord –
We staan weer op en gaan weer op pad
Soms vastberaden en doelgericht.
Soms met voorzichtige wankele schreden.
We mogen ons dan afstemmen op het tempo van tochtgenoten.
We mogen voor elkaar herderen
Tot we ooit zullen thuiskomen
Bij de Herder bij uitstek
In het hemelse Jeruzalem.
Amen. Het zij zo.
(jan lerouge)