Allerheiligen

Feest · 1 november · Allerheiligen · wit

Homilie op het Feest van Allerheiligen 2014: Het feest van de heiligen, niet

van de helden… Of toch? (MT. 5, 1-12a)

Tielt, 1 november 2014

Helden zijn er bij de vleet. Echte en verzonnen helden; helden van de daad of door de media gemaakt; helden die blijven en een monument hebben in hun geboorteplaats of een muurplaat in hun geboortehuis; helden van korte duur die zo diep gevallen zijn als hun standbeeld hoog was; helden van één moedige of uitzonderlijke daad, niet noodzakelijk van een heldhaftig leven…

Heiligen zijn heel anders. Om tot held uitgeroepen te worden, moet je iets buitengewoons doen. De heilige doet niets bijzonders of, beter gezegd, hij of zij doet het gewone op een buitengewone manier.

Naar een held kijk je op en schreeuw je je bewondering uit. In de nabijheid van een heilige word je stil en ga je nadenken.

Held kun je worden op slag. Heilig ben je nooit in één keer, maar slechts beetje bij beetje.

Een held word je hoog op een berg, diep in het water, in een ruimteshuttle, in een sportwedstrijd, in het oorlogsgeweld… Een heilige word je onopgemerkt in de keuken en de living, achter je bureau of in je werkplaats, op de paar vierkante meter waar je doet wat van je verwacht wordt…

Sommige helden zijn heiligen geweest en sommige heiligen waren ook helden. Beide meestal uitzonderlijk!

Op Allerheiligen vieren we niet de helden, zelfs niet de heldhaftige heiligen, maar de vele kleine mensen die in hun gewoon bestaan geproefd hebben van dat speciale abdijbiertje niet in het café De Vrede bij de abdij van Westvleteren, maar in de herberg van de acht zaligheden, die we zopas beluisterd hebben. In het evangelie kijken we vandaag even naar het etiket op het flesje.

Het woordje “zalig” staat er 8 maal. Daarmee wordt een bijzondere vorm van gelukkig zijn aangeboden, zo verschillend van het geluk dat de meeste mensen nastreven.

Vele mensen vechten om het ver te brengen en zouden daarvoor over lijken gaan en vertrappen wie in de weg staat. De arme van geest acht zich van niemand de meerdere: noch van wie minder verstandig is, noch van wie minder handig of minder zelfzeker is of minder rijk.

Jezus prijst gelukkig wie verdriet heeft: verdriet om de gang van zaken in de wereld, verdriet om de hardheid en de verdrukking, om de honger en de triomf van het geweld en het terrorisme in de wereld.

Jezus prijst gelukkig wie lijdt omdat hij machteloos staat tegenover de pijn van de zieken, tegenover de onmacht van mensen met een handicap.

Gelukkig wie poogt hen nabij te zijn met een lief en zachtmoedig woord en een helpende hand als balsem op hun pijn.

God prijst je gelukkig omdat je kunt vergeven, omdat je niet wrokkig of bitter blijft, maar opnieuw verder wilt optrekken met mensen die je kwaad of onrecht hebben berokkend.

De zuiveren van hart, die horen ook bij God: zij die zonder bijbedoelingen, zonder verborgen agenda, zonder leugen en zonder verholen winstbejag met hun medemensen omgaan.

Zalig ook de vredelievenden, die hun gelijk niet met geweld afdwingen. Meer nog, zij die vrede stichten en verzoenend optreden als er aanleiding tot ruzie is.

Zalig tenslotte ben je als je omwille van die manier van leven bespot of als een dwarsligger verketterd wordt: een streep door de rekening van vele anderen om je heen.

Inderdaad, de herberg van de acht zaligheden stap je niet zomaar binnen en het abdijbiertje smaakt soms bitter in je keel. Soms zal je misschien twijfelen of die herberg wel bestaat. Het is veeleer een ideaal, een visioen om naar toe te leven. Ga toch maar binnen in die herberg en proef van dat speciaal abdijbiertje. Misschien word je echt dronken van geluk.

Dan zal er poëzie steken in je leven ofschoon je nooit een gedicht schreef. Dan zal er muziek weerklinken in je daden ofschoon je nooit een lied hebt gecomponeerd. Dan zullen mensen toch naar je luisteren ofschoon je niet welsprekend bent. Niemand kan tegen je op omdat je niet leeft voor eigen glorie maar glans geeft aan het leven van medemensen.

Je hoeft echt geen heldendaden te presteren om heilig te zijn.

Allerheiligen is het feest van al die gewone mensen, die ons nabij waren en geliefd omdat ze door hun zachte glimlach of hun traan van medeleven kleur en smaak gaven aan het leven.

Een heldhaftige opgave voor elk van ons!

Ik wens je van harte een zalig en inspirerend feest van Allerheiligen.

Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt


Homilie op het Feest van Allerzielen

Tielt, 2 november 2014

In Agra, in Noord-India, kun je het meest gefotografeerde bouwwerk van dat mooie land bewonderen, namelijk de Tay Mahal: een wereldwonder uit de 17e eeuw, volgens sommigen het meest volmaakte gebouw ter wereld, in alle geval een sprookje in wit marmer.

Aan de bouw van de Tay Mahal ligt een liefdesgeschiedenis ten grondslag, die slechts door Romeo en Juliette wordt geëvenaard. Toen Muntag, de vrouw van Shah Jahan, gestorven was, heeft haar ontroostbare man, volgens de wens van zijn geliefde vrouw, dat unieke grafmonument opgericht. Later werd Shah Jahan door zijn zoon afgezet en in het fort van Agra opgesloten, in het zicht van de Tay Mahal. Daar stierf hij 8 jaar later met zijn gezicht naar een spiegel waarin het praalgraf van zijn geliefde werd weerkaatst.

Op het feest van Allerzielen zien veel mensen als het ware in een spiegel de weerkaatsing van het beeld van geliefde afgestorvenen.

Dat feest is geen vedetteparade, maar veeleer een volksfeest. Op die dag denk je spontaan terug aan die ontelbare dierbare afgestorvenen, die veel voor jou betekend hebben: je man of je vrouw, je vader of je moeder, misschien zelfs je zoon of je dochter, die je nabij en dierbaar is geweest: heel gewone mensen, even beladen en bezwaard als jij en ik, die, met vallen en opstaan, soms langs kronkelwegen en dwaalwegen, eerlijk gepoogd hebben in Jezus’ geest te leven. Ze hebben wellicht niets uitzonderlijks gedaan. Dat hoeft ook niet. Heiligheid wordt geweven met kleine draden. Aan die draadjes in het leven van onze afgestorvenen denken we vandaag met een tikje weemoed in het hart en met een bloem in de hand wanneer we voor hun graf even staan te mijmeren.

Aan dat paarse draadje van moedig gedragen leed, fysiek lijden en soms schrijnend verdriet, waarover ze nooit klaagden, waarmee ze niemand tot last wilden zijn maar dat je kon zien in de weemoed van hun ogen.

In het weefsel van hun leven stak een rood of roze draadje van liefde en tederheid, dat nu nog je hart vertedert als je aan hen terugdenkt: de onbaatzuchtige zorg van hun overleden vrouw of man of van hun overleden ouders; de onuitsprekelijke vreugde die uitging van je kind, wiens vroegtijdige dood je als vader en moeder achterliet met een levenslang verdriet.

Als je vandaag terugdenkt aan dierbaren die gestorven zijn, zie je misschien in het weefsel van hun leven dat gouden draadje van vroomheid en vertrouwen in Gods Voorzienigheid: een rotsvast en vanzelfsprekend geloof dat je zelf misschien mist en waarvan je een beetje jaloers bent, vooral in moeilijke dagen.

Door het weefsel van hun leven liep vooral een dikke draad van aanstekelijke vreugde die levenslang gegrift blijft in je dankbare herinnering.

Zulk een leven lijkt wel een wandtapijt, aan de achterkant een wirwar van draden en knopen, maar aan de voorkant een prachtig beeld, waarbij je ontroerd een traan van vreugde en dankbaarheid wegpinkt. Want het waren vreugdezaaiers in hun midden.

Die mensen, die we vandaag op Allerzielen gedenken, nodigen je uit om met Gods hulp in je leven zelf zo een wandtapijt te weven, draadje na draadje.

Probeer het maar.

Misschien zullen de mensen, die je dierbaar waren, als je sterft, misschien wenen omdat ze je hard zullen missen. Maar dan zal je ondervinden wat in India in dat ontroerend mooi gezegde verwoord wordt:

“Toen je geboren werd, toen huilde je

en lachten de mensen om je heen.

Leef zo dat, als je sterven zal,

de mensen om je heen gaan huilen

en jijzelf kan heengaan

met de glimlach op het gelaat.”

Ik wens jullie allen van harte een inspirerend feest van Allerzielen.

Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online