Levensverhaal van Theofiel Verbist, stichter van de missionarissen van Scheut

De missionarissen van Scheut vieren 150 jaar bestaan. Hun stichter was priester-aalmoezenier van de militaire school in Brussel. Hij was tevens nationaal voorzitter van de H. Kindsheid, een organisatie die de missiegeest bij de kinderen wilde verspreiden en fondsen werven voor de christelijke opvoeding van hulpeloze en verlaten kinderen in de missielanden. Zijn naam is Theofiel Verbist, niet te verwarren met Pater Ferdinand Verbiest van Pittem, een jezuïet die tweehonderd jaar eerder als sterrenkundige naam maakte in Peking.
Theofiel werd in Antwerpen geboren (12 juni 1823) in een gezin met zeven kinderen. Zijn vader was bankier en zijn moeder was de dochter van een chirurg uit Dendermonde. Hij studeerde in het klein seminarie van Mechelen waar hij ook zijn studies in het groot seminarie deed en priester werd gewijd. Zijn eerste benoeming was die van studieprefect in het klein seminarie waar hij zelf had gestudeerd en na zes jaar werd hij aalmoezenier van de militaire school in Brussel en tevens directeur van de zusters van Namen daar in de omgeving. Hij was groot van gestalte, stevig gebouwd, had een energieke houding en een donker getaande gelaatskleur. Zijn voornaamheid en zijn beleefde manieren gingen gepaard met grote eenvoud en oprechte hartelijkheid. Hij was hoffelijk in woorden en gebaren, af en toe eerder terughoudend en voorzichtig in zijn optreden maar nooit verlegen om zijn inzicht en overtuiging met vuur te verdedigen. Zijn goedheid was opvallend. Men noemde hem in de militaire school ‘de goede meneer Verbist’. Ook als studiemeester was hij geliefd door de studenten en een ware vriend van de leraars.
Na het jaar 1800 en na de franse revolutie kwam een missionaire beweging op gang in Europa. Priester Theofiel, directeur van de H. Kindsheid, was bijzonder getroffen door berichten over de extreme armoede in het Chinese binnenland en door de vele kindjes die er te vondeling werden gelegd en in weeshuizen meestal werden opgevangen. Toen in 1860 de grenzen van China weer opengingen was hij onmiddelijk bereid om daarheen te gaan als missionaris. Hij voelde zich echter ook geroepen om in België - zoals reeds in Frankrijk, Engeland, Duitsland en Spanje - een missie-congregatie op te richten en dan vooral voor China. Vier van zijn vrienden priesters sloten zich bij hem aan en gingen met hem samen wonen in Anderlecht. Theofiel slaagde erin zijn plan voor een missie-congregatie te laten goedkeuren door de Kardinaal van Mechelen, door het Vaticaan en door het werk van de Voortplanting van het Geloof in Parijs. Hij nam ook contact op met de bisschop van Peking. Met hun aller goedkeuring en financiële steun vooral vanuit Parijs, bouwden zij in de wijk Scheut te Anderlecht een seminarie voor de opleiding van missionarissen. Met de hulp van een paar jezuïeten stelden de vijf priesters, die reeds samen woonden op de Ninoofsesteenweg te Scheut, een ontwerp van statuten op. Dit werd in 1862 - nu juist 150 jaar geleden - goedgekeurd door kandinaal Sterckx van Mechelen-Brussel en van toen af aan begon Scheut zijn opgang als missionerende congregatie onder de officiële naam van ‘Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria’, maar in de volksmond werd en bleef het ‘de missionarissen van Scheut’. Er werd in de buurt van dit seminarie een straat naar hen genoemd: de Missionarissen straat.
Tot nu toe zijn in de voorbije 150 jaar meer dan 3000 scheutisten naar de missie vertrokken, niet alleen naar China maar ook naar een twintigtal andere landen. Een foto van ieder die naar de missie vertrok is te bezichtigen in de fotogalerij naast het Chinees museum van Scheut. Nu zijn ongeveer 900 Scheutisten in leven. De helft van hen is afkomstig uit Afrika, Azië, Noord- of Zuid America. Het generaal bestuur is in Rome want Scheut is ondertussen een internationale congregatie geworden. Scheutisten werken, samen met de locale bevolking, aan een wereld van vrede en rechtvaardigheid, een samenleving van goedheid en medemenselijkheid, een samenleving waar taal, cultuur en religie kansen bieden tot ontmoeting en dialoog. Dat betrachten en doen zij in de naam van de Heer Jezus en zijn Evangelie. Hun leuze is Cor unum et anima una, wat betekent: één van hart en geest bij de gezamelijke inzet voor het Rijk Gods.
Drie jaar na de stichting waren de scheutisten reeds met zes en vier van hen maakten zich reeds klaar om naar China te vertrekken. We zijn dan in het jaar 1865. De reis duurt juist 100 dagen en gaat over Parijs, Rome en Marseille waar ze inschepen. Vliegtuigen waren er nog niet. Na een lange boottocht worden ze enthousiast ontvangen door de bisschop van Peking en door de Franse paters Lazaristen, die omwille van hun tekort aan personeel zich zouden terug trekken uit Mongolië. Zij waren bereid hun missieposten aldaar over te dragen aan de nieuwe Belgische stichting. Met de hulp van zes Chinese priesters uit Mongolië konden de voorlopig nog maar vier scheutisten zich daar installeren en chinees beginnen leren. Na enkele maanden schrijft Theofiel een brief aan zijn zus - 238 brieven van hem bevinden zich in de archieven van Scheut - hij schrijft : Lieve zus Elisa, Ik ben nu in China, een droom van jaren ver is in vervulling gegaan. Elke dag dank ik God daarvoor. Ik denk op deze plek te kunnen bereiken wat ik me als ideaal heb voorgesteld. Immers al sinds mijn priesterwijding wilde ik uit liefde voor God met vrucht werken aan het heil en het welzijn van zijn schepselen. Maar in een latere brief aan zijn medebroeder in Scheut schrijft hij**: Nu ik begonnen ben aan mijn missionerende inzet voor het Rijk Gods in China, besef ik beter dan ooit hoeveel moed en zelfverloochening daarvoor nodig zijn. Het is een leven dat, natuurlijk gesproken, helemaal niet aantrekkelijk is. Het is een hard leven, maar dat is onze roeping.**
Als gelovigen het Onze Vader bidden en vragen Uw Rijk kome, dan moeten zij op een of andere manier daadwerkelijk een bijdrage daartoe leveren. Wat is of waarin bestaat het Rijk gods? Het is recht en gerechtigheid in de samenleving, het is een blijvende innerlijke ingesteldheid bij de mensen die gelovig zijn, een ingesteldheid die wij liefde noemen, maar die liefde heeft weinig met gevoel te maken en zeker niet met een voorbijgaand gevoel. Het Rijk Gods is ook niet louter mensenwerk. Paulus schrijft dat het op vrede en vreugde aankomt, vrede en vreugde door de H. Geest. Het vraagt wel bij de gelovigen moed en een zekere zelfverloochening om het goede te doen en te blijven doen, om Gods wil te volbrengen en een godsdienstig leven te leiden. Jezus heeft het Rijk Gods aangekondigd en ervoor tot geloof en bekering opgeroepen. Het is door Hem tot stand gebracht in en door zijn kruisoffer en zijn verrijzenis. Paulus spreekt in zijn brieven herhaaldelijk over gelovig leven dat erin bestaat te leven in Christus en deel uit te maken van het volk van God. Dat dit aan mensen gegeven is, dat dit in hun bereik ligt, dat is de blijde boodschap voor de mens van alle tijden en in alle landen. Die Blijde Boodschap wilde Theofiel Verbist brengen in China. Het Rijk Gods wordt voor elk die zich ervoor openstelt ’n gave Gods, ’n kostbare schat - misschien ’n nog gedeeltelijk verborgen schat - en het wordt voor de gelovigen de diepste werkelijkheid van hun menselijk bestaan.
Het spreekt vanzelf dat daarvoor vanwege de missionaris een aanpassing nodig is aan de locale cultuur. Hij moet de taal van de mensen spreken en de volksgewoonten zoveel mogelijk overnemen. In Mongolië was dat de grote opgave omwille van de moeilijkheid van de taal, de uiterst strenge winter in het noorden van China, de hongersnood reeds in het tweede jaar van hun verbijf aldaar. Het was ’n moeilijke opgave als missionaris te moeten leven en werken zonder inkomen en totaal afhankelijk te zijn van giften uit het buitenland, maar die giften hebben zij overvloedig gekregen van de kristenen in België. In Mongolië waren bovendien in die tijd weinig dokters en altijd weer doken hier en daar roversbenden op… Spijts dat alles hebben tot 650 scheutisten in China gewerkt vanaf 1865 tot aan de jaren van het communisme. Toen werden vanaf 1944 door de communisten alle vreemdelingen en missionarissen het land uitgezet. De Kerk echter leefde er voort en breide zich uit ondanks de onderdrukking vanwege de communisten. Missionarissen zijn altijd het heilzame instrument geweest in Gods hand om zijn Rijk te vestigen in de harten van de mensen. Het communisme is er niet in geslaagd dat te beletten of uit te roeien… Het levensideaal dat de Stichter van Scheut meegaf aan zijn volgelingen was kort samengevat**: Inzet en blijvende inzet tot lof van God en heil van de mensen.** Het komt als een leitmotief terug in veel van zijn brieven.
Pater Theofiel Verbist stond eigenlijk op het punt terug te keren naar Brussel om daar het noviciaat te organiseren. Hij wilde echter nog eerst alle missieposten van zijn gebied terug bezoeken. Bij het beklimmen van een lange helling geraakte zijn paard moeilijk vooruit met de overdekte traamkar. Het was in de maand februari en het was bitter koud. Hij trok zijn lederen mantel uit, stapte van de kar en ging naast het paard de helling op. Toen hij boven kwam was hij erg bezweet en ging weer in de kar zitten, maar om af te koelen heeft hij nagelaten zijn mantel weer aan te trekken. Op de missiepost aangekomen werd hij ’s avonds door koorts overvallen. Er was geen dokter en geen kliniek in de nabije of verre omgeving. Hij is daar overleden op de leeftijd van 44 jaar… Na de studie van alle brieven uit die tijd, brieven ook aan de familie Verbist gericht, is ontdekt dat zijn overlijden mogelijk niet aan tyfus zou te wijten zijn, maar eerder aan een te snelle afkoeling na erg bezweet te zijn geweest en dus zou hij waarschijnlijk gestorven zijn aan een longontsteking. In elk geval waren er geen rode vlekken op zijn huid te zien, rode vlekken die een teken zijn van vlektyfus, vandaar die naam. En van de buiktyfus sterft men pas na een langdurende ziekte.
De graankorrel is dus gans onverwacht in de aarde gevallen. Zijn vrienden medebroeders echter hebben daarna met grote toewijding zijn werk verder gezet en heel veel jonge mannen zijn in hun voetspoor naar China getrokken ondanks tegenslagen, ziekten en gevaren allerhande. Zij hebben een bloeiende christenheid doen ontstaan. Daarvan erkenden zelfs de communisten in China ’n paar jaar geleden dat de christenen een goed sociaal netwerk en een gezonde samenleving bevorderen.
Pater Theofiel Verbist werd begraven vóór het altaar binnen in de kerk van de missie waar hij gestorven is. Pas 63 jaar later werd zijn kist ontgraven en overgebracht naar België. Zijn stoffelijke resten bevinden zich nu in een mooie Chinese houten sarcofaag in de crypte van de kapel van O.L.Vrouw van Gratie te Scheut-Anderlecht. Al wie het Chinees museum en de fotogalerij daar komt bezoeken brengt ook ’n bezoek aan de crypte van die kapel.
Pater André Loyson cicm, Ninoofsesteenweg 548, 1070 Brussel www.hoogdagartikel.com