Tijd om te oogsten (2008)

Feest · 1 november · Allerheiligen · wit

In Rome hing een verliefd stelletje een hangslot aan de Ponte Milvio en wierp het sleuteltje in de Tiber. En tot verbazing van het gemeentebestuur zagen ze hoe de brug langzamerhand groeide met hangsloten. Een nieuwe traditie was geboren! Volgens de legende loopt de liefde geen gevaar zolang het slotje aan de brug blijft hangen. Mensen die verliefd zijn hebben niet zo’n moeite elkaar trouw te zijn en elkaar te verstaan. En als ze elkaar niet verstaan, wordt alles bedekt met de mantel der liefde, want liefde maakt immers blind! Maar als je wat ouder bent, weet je dat binnen zeven jaar één op de drie bruidparen het sleuteltje weer probeert op te duiken, omdat ze op elkaar zijn uitgekeken, elkaar niet meer verstaan. Dan proberen we de sloten te openen. En als we de sleutel niet meer kunnen vinden, wurmen we het slot open, desnoods met een roestige spijker!

Het verhaal van de toren van Babel vertelt er al over. Mensen leven in vrede met God. God heeft met Abraham een verbond gesloten. En het sleuteltje ligt op de bodem van de Eufraat en de Tigris, op de bodem van de Roze Zee. Maar op een dag breken mensen met God Ze blijven niet trouw aan het Verbond, dat God en mensen met elkaar verbindt. Zij denken dat zij de hemel op aarde op eigen kracht kunnen bereiken! En het verhaal vertelt hoe mensen in hun pogen om God te zijn elkaar niet meer kunnen verstaan. Tot de dag van vandaag babbelen en babelen mensen er maar op los. En wij? Hebben ook wij genoeg van het Verbond dat God eertijds heeft gesloten met Abraham?

Op Allerheiligen vieren wij het feest van al die mensen die, met vallen en opstaan, trouw zijn gebleven aan het Verbond en aan het water van hun doopsel. Hun optreden dwong gezag af van hun omgeving. Zij babelden niet, maar waren gelovigen-metterdaad. Zij waren er niet op uit aan anderen te verdienen, maar wilde vooral dienen. Zij wilden er zijn voor de anderen zoals God -daar waren ze van overtuigd -er was voor hen. Ze geven ons een wijze les. Het zijn geen mensen met grote namen, maar mensen, zoals het evangelie van vandaag zegt, die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, de armen van geest, de treurenden, de zachtmoedigen, de barmhartigen, de zuiveren van hart, de vredebrengers en degenen die onder het juk doorgaan. Jezus zegt: “Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel” (Matteüs 5: 12a)

Op 1 november werd vroeger het oogstfeest in de kerk gevierd Het was dan Oogstdankdag. Pas later is het het feest van Allerheiligen geworden. Midden in de herfst, met het nieuwe kerkelijk jaar in zicht, wordt de oogst als het ware binnengehaald in de vorm van alle bekende en onbekende heiligen. De eerste lezing heeft het over “een grote menigte die niemand tellen kan, uit alle rassen, talen en volkeren” (Openbaring 7:9). En daarvoor wordt God dank gebracht. Helemaal niet zo’n gekke gedachte, mensen als oogst, mensen als de vruchten van de akker van Gods Koninkrijk. God zaait op zijn wereldakker en laat het graan rustig opgroeien tot de dag van de oogst. Dat beeld gebruikt ook Jezus in de gelijkenis van de al te ijverige knechten, die de akkers steeds maar willen wieden. Toch moeten ze de akker met rust laten van de Heer. Pas op de dag van de oogst worden graan en onkruid gescheiden.

Heiligen, zou je kunnen zeggen, zijn mensen die op Gods wereldakker tot volle wasdom zijn gekomen, mensen die tijdens hun leven vruchten hebben gedragen. De kerk heeft vele heiligen in haar boeken staan. Paus Johannes Paulus II heeft tijdens zijn lange pontificaat er duizenden aan toegevoegd. Soms met meer dan honderd tegelijk! Heiligen, met naam en toenaam, met hun levensverhaal en hun wonderdaden. Sommige heiligen kennen we goed, anderen zijn helemaal uit ons zicht verdwenen. Al die heiligen worden vandaag herdacht op het feest van Allerheiligen. Wij krijgen vandaag als het ware een groot familiealbum voorgelegd met namen en portretten van grote mannen en vrouwen. Al bladerend kom je ze allemaal tegen. De namen van de apostelen en martelaren, de naam van de heilige naar wie wij genoemd zijn, de stichters van kloosterordes, de naam van de heilige bij wie je in het leven kracht en troost vindt.

En al bladerend in dat familiealbum zien we dat het album nog lang niet vol is. En er is ook plaats voor al die onbekende vrouwen en mannen - misschien onze vaders en moeders - die vaak onopvallend - de hemel hebben bereikt. Misschien ben jij de enige die hun naam kent. Ook voor hen is het Allerheiligen. Alle heiligen worden vandaag door ons herdacht. Misschien moeten we de zaak omdraaien en zeggen dat zij vandaag ons willen gedenken. Zij brengen, levend bij God, onze namen bij Hem in herinnering. We vragen of zij ons de weg willen wijzen maar God. En zo weten we dat er een levende band bestaat tussen de doden en de levenden. tussen ons en al die grote en kleine mensen die ons in geloof zijn voorgegaan. Ik geloof in de gemeenschap van de heiligen en het eeuwig leven. Het is meer dan het bladeren in een oud familiealbum.

Bij iedere naam hoort een uniek verhaal over iemand die zijn of haar leven heeft gegeven in gerechtigheid en liefde. Er zijn beschreven en onbeschreven heiligen. In een ononderbroken stroom van mensen die op weg zijn gegaan en die ons de hand reiken om hetzelfde te doen. Naast de lijst van mensen die officieel heilig zijn verklaard, zijn er talloze mensen die ook voorgoed bij God geborgen zijn. Ik denk aan die vrouw van 84 die gestorven is. “Zij was zorgzaam en goed” stond boven haar overlijdensbericht. Ze heeft haar kinderen grootgebracht in de moeilijke oorlogsjaren. Zij stond altijd klaar voor anderen. De nood van de ander was haar nood. Altijd wilde ze je iets geven, als je bij haar kwam. Alles heeft ze tenslotte gegeven, tot zelfs haar man toe. Nu is ze opgebrand, uitgeblust. Op haar begrafenis hoorde ik mensen zeggen: “Als er iemand in de hemel komt, is zij het wel!” Hoeveel mensen zijn er niet zoals zij. Mensen gerijpt door het leven.

Onze wereld prijst andere mensen zalig. Grote namen, bekende sterren, beroemde sportmensen. Als Jezus het in zijn Bergrede heeft over “zalige mensen”, dan heeft Hij het niet over hen. Bij Jezus tellen woorden als: barmhartigheid, zuiverheid, zachtmoedigheid, geduld. Dat zijn ándere woorden dan de woorden die de TV doorgaans gebruikt. Die heeft het over de moderne zaligheden van weelde en plezier, sluwheid, seks, drugs en geweld. Het gaat op Allerheiligen ook over gewóne mensen. Zij vormen de onmisbare schakels in de goddelijke ketting. Je komt daar namen tegen van mensen als Abraham, Mozes, David, Jeremia, Job, Jezus. Maria, Jozef, Paulus, Sint Jan de Doper, Maria Magdalena, Antonius van Padua, Gerardus Majella, Edith Stein, Karel Houben, Kaatje Dierckx.

Maar ook de naam van tante Gre die zo’n rustpunt in de familie was. Ook de naam van die onbekende moeder die 9ondanks haar fouten vier kinderen fantastisch heeft grootgebracht. Ze zal nooit heilig verklaard worden. De vraag is of dat ook nodig is, want we weten dat ze in Gods hand is. Mensen die naar God zijn toegegroeid. God heeft hem talenten gegeven waarmee zij geworsteld hebben. Zij hebben het leven geleerd met vallen en opstaan. Zij hebben zichzelf de taal van de liefde eigen gemaakt. Ze hebben het Verbond dat God met hen gesloten heeft bij hun doopsel niet verbroken. Het slot van de liefde is bij hen nog in tact. En God heeft voor hen de deur naar de hemel opengemaakt, omdat zij heiligen, dat wil zeggen “heelmakers” zijn. Zij hebben de wereld niet verder verder laten afbrokkelen, maar brokstukken juist aan elkaar gelijmd! Het zijn heelmakers, die werkelijk in hun leven, met vallen en opstaan, zijn uitgegroeid tot “Kind van God”.

Zoeken in Preken Online