Vanuit de bergrede (2008)

Feest · 1 november · Allerheiligen · wit

Allerheiligen is bron en inspiratiedag. Wij kijken naar mensen die leefden vanuit de vreugde van de Bergrede. Zij zijn die grote menigte die niemand tellen kan. Het is het feest van de gedemocratiseerde heiligheid. Het draagt het label van de evangelische kwaliteitscirkels. Zorg voor kwaliteit, waar bedrijven graag mee uitpakken, uit zich bij christenen in het geschenk van de heiligheid.

Christenen danken veel aan de heiligen. Heiligheid is niet erfbaar. Niemand wordt als christen geboren, niemand komt als heilige in de wereld. Pater Bob stelde in een gespreksgroep deze oratorische vraag: “Hoe zouden we gelovig geworden zijn, zo onze ouders niet heilig waren geweest?” Echte heiligheid heeft geen wonderen nodig, maar verwekt ze. Heiligen zijn een wonder. Zij hebben geproefd van de Bergrede. Van hen krijgt een christen smaak in wat God ons schenkt.

Broeder Roger schreef een heel eenvoudige leefregel. Bij een heruitgave liet hij het woord ‘regel’ achterwege en sprak hij over de bronnen, waaruit zijn gemeenschap zou putten. Hij verwijst uitdrukkelijk naar de Zaligsprekingen en de Bergrede: “Doordring je van de geest van de zaligsprekingen: vreugde, eenvoud, barmhartigheid.” De stichter van Taizé was beïnvloed door oudere stromingen binnen het protestantisme, zoals het diaconessenwerk van Reully, die het gemeenschapsleven herontdekten en er waardering voor hadden (J.-C. Escaffit - M. Rasiwala, Histoire de Taizé).

De Bergrede is een ‘ongehoorde’ tekst. Zo betitelt Peter Schmidt zijn bij het Davidsfonds uitgegeven boek. Ongehoord, in een dubbele betekenis. Het staat voor wat toehoorders tot dan toe niet gehoord hadden en voor een boodschap die ongewoon is. Zo ongehoord dat de schrijver van het boek er niet kan over zwijgen. De Bergrede"is een utopie, omdat zij gedragen wordt door een bijna roekeloze hoop. Het trouwende paar dat elkaar utopieën toefluistert, weet op het moment zelf dat het niet allemaal zo is, noch zijn zal. Dat maakt hun woorden niet minder essentieel. Hun utopie van liefde is voedsel voor de lange tocht" (Ongehoord, p. 11). Hoe arm zijn we zonder dromen en verwachtingen!Utopie is wat nog niet is en waarvan we hopen dat het zal komen, al zullen we het wellicht nooit zien.

De Bergrede zegt niet hoe de hemel er zal uitzien, maar verkondigt dat God ons nu al nabij is. “De Bergrede gaat niet over de hemel of het paradijs, maar over het koninkrijk der hemelen, en het koninkrijk der hemelen gaat over hier en nu” (Ibid., p. 45). De heerschappij van God breekt door.

De Bergrede begint met de zaligsprekingen (macarismes). Deze tonen wegen tot het geluk. “Jezus feliciteert, maar zegt meteen: doe jij evenzo” (Ibid., p. 67). De Bergrede tilt ons op. We komen op de tippen van onze tenen te staan. Mgr. Laridon vergeleek dit met het enthousiasme van predikant en toehoorders op een bedevaartplaats. Ze mikken beide hoog en daar mag het.

Wij glijden gemakkelijk over de eerste zaligspreking heen: “Gelukkig die zich arm weten.” Deze zaligspreking is de eerste en meteen de voornaamste. Juist bij deze zouden wij het langst moeten stilstaan. Ze omvat al de andere. Zij geeft de grondhouding aan die de leerling van Jezus moet kenmerken. Zij verlangt dat wij onze armoede erkennen, deze van onze geschapenheid, onze afhankelijkheid tegenover God.

“Wie alles gekregen heeft is arm. Ten overstaan van God bezitten we niets, zijn we fundamenteel en radicaal armen. Hoe rijk de wereld en het leven zich ook voor ons ontplooien, al ons zijn en hebben en doen blijft van de orde van de gave. God is onze God. Niets van alles wat wij (menen te) bezitten kan zijn plaats innemen. Dat te beseffen, zich daarvan bewust te zijn en van daaruit te willen leven - dààr is de plaats waar de eigenlijke armoede van geest en hart begint. Daar wordt onze armoede tot onze grootste rijkdom. Deze eerste zaligspreking betekent niet dat een mens geroepen zou worden tot allerlei vormen van verkapte zelfverminking, integendeel. We kunnen alles wat onze humaniteit verrijkt ten volle gebruiken, als het maar gepaard gaat met het bewustzijn van onze creatuurlijke armoede” (Ibid., p. 78). De zaligsprekingen zijn geen misprijzen voor de wereld. Zij zeggen dat wij geen grijpers mogen zijn, maar mensen die dankbaar ontvangen en die wat we ontvingen kunnen doorgeven en eens loslaten. Het diepe verlangen reikt verder dan alle objecten. God, die alles is, omvat meer dan het alles waar wij te vaak aan vasthangen.

Tijdens zijn ziekte waardeert de Nederlandse columnist Jean Jacques Suurmond een tekst van Johannes van het Kruis:

„Als ge bij iets blijft stilstaan,
werpt ge u niet met hart en ziel op het Al.
Om volledig tot het Al te komen,
moet ge u volledig van alles ontdoen.
Als ge eenmaal volledig tot het bezit komt van het Al,
moet ge het vasthouden zonder iets anders te willen.
Als ge immers in het Al nog iets aparts wilt bezitten,
houdt ge God niet voor uw zuivere schat.
"

Zoeken in Preken Online