God prijst zijn vrienden zalig (2004)

Feest · 1 november · Allerheiligen · wit

Allerheiligen is het feest van de Kerk,
de gemeenschap waarin wij stilaan meer en meer groeien
tot heilige gelovigen.
Naar dat ideaal groeien wij,
naarmate wij ons meer en beter aansluiten
bij die menigte die zich verdringt rond de Heer Jezus op Zijn berg,
om van Hem te leren mensen te worden naar Zijn hart.
De woorden van het feest van vandaag zijn voor ons bedoeld:
“Zalig de armen van geest, de zachtmoedigen, de vredestichters…”

Deze zaligsprekingen
kunnen echter gemakkelijk verkeerd worden verstaan.

Jezus zegt hier niet dat de armoede “zelf”,
de honger, de droefheid of het lijden “op zich” goed zouden zijn.
Christenen worden hier niet uitgenodigd om passief en mak te blijven,
als zij sociaal onrechtvaardig worden behandeld.
Hier worden niet het lijden of de vervolging als een ideaal voorgesteld.
Uit een grote menigte worden hier bepaalde mensen zalig geprezen,
diegenen namelijk die, ook te midden van hun armoede, hun honger,
hun droefheid of hun lijden, ja ondanks al hun ongeluk,
toch de innerlijke houding
van liefde en overgave van de kinderen Gods bewaren.
Niet de uiterlijke armoede, maar een innerlijke houding van het hart,
wordt door Jezus zalig geprezen.
“Zalig de armen van geest,
want aan hen behoort nu het Rijk der hemelen!”
Er wordt dus niet gezegd dat het lijden een ideaal zou zijn.
Er wordt ook niet gezegd dat alle armen
automatisch in de hemel komen.
Er wordt een zaligprijzing, een felicitatieens uitgesproken
over sommige arme en kleine mensen,
niet omdat ze arm zijn of pijn hebben,
wel omdat zij, in hun armoede of pijn,
toch blijven reageren met liefde en overgave,
omdat zij, ook te midden van hun ongelukkige situatie,
de kern van het evangelie blijven beleven: danken, delen, dienen.

Eigenlijk nodigt Jezus ons in de zaligsprekingen uit
los te komen van ons spontaan, instinctmatig verlangen
naar een geluk “van een bepaald soort” “van een bepaald niveau”,
nl. het oppervlakkig geluk van
“verzadigd te worden door vele dingen te bemachtigen voor onszelf”.
“Veel hebben voor onszelf”, dat is toch het geluksideaal
zoals het ons dikwijls wordt opgedrongen
door ons milieu, onze cultuur, onze omgeving,
door de lotto of de reclame.
Jezus vraagt ons open te komen
voor een geluk van een veel dieper niveau:
nl. het geluk van te kunnen en te mogen “liefhebben”.
En dat dieper geluk van “te kunnen en te mogen beminnen”,
durft Jezus voorstellen aan allen,
ook aan mensen die in de miserie zitten.
Hij zegt niet: “Zalig de armen, want zij zullen rijk worden”,
maar: “Zalig de armen van geest,
want aan hen behoort het Rijk der hemelen”
dwz. zalig zij die toetreden tot het Rijk van de liefde.
Het christendom is niet tegen de sociale vooruitgang
of tegen de bevrijding uit onrechtvaardige structuren.
Integendeel het steunt de pogingen van diegenen
die juist uit hun ongelukkige situatie willen geraken.
Maar het gaat over de manier waarop.
Het evangelie zegt:
Zalig zijn zij die,
te midden van hun rechtmatige drang om hun lot te verbeteren,
er toch op de eerste plaats op uit zijn
om lief te hebben, dwz. zichzelf te geven en anderen te dienen..
Want de dienende liefde van het Rijk Gods
dat is de allereerste prioriteit,
in rijkdom of armoede, in welke situatie ook!

Door de zaligsprekingen wordt in ieder geval gezegd
aan de kleine en eenvoudige mensen
die door droefheid, honger, dorst, haat,
zelfs vervolging worden gekweld:
“God staat niet aan de kant van diegenen,
die u miserie of lijden aandoen.
God staat aan uw kant.
Uw Vader blijft bij u staan, juist nu.”
En daarbij worden de gelovigen onder de behoeftigen
gefeliciteerd, zalig geprezen door God,
natuurlijk niet omwille van hun miserie,
wel omwille van hun innerlijke kracht.
Aan hen wordt gezegd:
“In tegenstelling tot de spontane reactie van velen,
sluit gij in uw tegenspoed uw hart en gemoed nu niet af voor God.
Gij weet immers dat het Zijn liefde is,
die u het best de inspiratie kan geven, de vindingrijkheid,
de kracht, de innerlijke vrede of de overgave
om uw tegenspoed het hoofd te bieden.
Gij probeert uw lot te verbeteren, dat is evident.
Maar niet op eender welke manier.
Bij alles wat gij onderneemt, blijft gij toch altijd reageren
met een hart, dat vervuld is van een liefde,
die zichzelf wil wegschenken en anderen wil dienen.”

Laat ons bidden dat ons hart in uren van beproeving
nooit doordrenkt geraakt van bitterheid en geslotenheid,
maar eerder rustig straalt van diepe vreugde.
Want wij kennen dat geluk van een dieper niveau,
nl. het geluk te behoren tot die groep vrienden van de Heer,
die, ook bij alles wat ons overkomt,
geven, delen en bezorgd zijn voor anderen.
Daarom worden wij door Hem zalig geprezen.
En wij hopen ooit op Zijn berg,\

  • samen met die menigte die niemand tellen kan
    in witte gewaden en met palmtakken in de hand -
    Hem te aanbidden en te beminnen in eeuwigheid.

Zoeken in Preken Online