Ik wil u allereerst van harte feliciteren met het grote feest dat we vandaag vieren: Allerheiligen: ons feest. Wij behoren bij die grote club van alle heiligen. Wij zijn de heiligen van deze tijd.
Dit klinkt u waarschijnlijk wel wat vreemd in de oren. Toch wil ik dat herhalen: wij zijn de heiligen van deze tijd, maar die uitspraak is denk ik niet kerkelijk goedgekeurd en heeft dus wel wat uitleg nodig.
Het woord heilige is nogal verwarrend omdat het woord heilige meerdere betekenissen heeft.
Als we praten over heiligen, denken we meestal aan de krachtpatsers, de officieel heilig verklaarden, de grote jongens uit het verleden. Nou, daar horen wij duidelijk niet bij.
Het woord heilig is ongeveer identiek met volmaakt. Heiligen worden meestal gezien als volmaakte mensen, en dat zijn we denk ik geen van allen. Als iemand van u vindt dat hij volmaakt is, dan mag hij nu opstaan. Of de officieel heilig verklaarde heiligen echt altijd volmaakte mensen waren daar kun je best een groot vraagteken bij zetten. Ik denk dat geen enkel mens volmaakt is, dus ook de heiligen niet.
En toch durf ik te zeggen: wij zijn de heiligen van deze tijd En als ik dat doe, ben ik in goed gezelschap, namelijk van de apostel Paulus. Als die over heiligen sprak, doelde hij op alle mensen die in Jezus geloofden, alle mensen die bij zijn kerk hoorden. U hoort ook allemaal bij zijn kerk, u gelooft in Jezus, dus hoort u ook bij de heiligen.
Vandaag op het feest van Allerheiligen vieren we dan ook dat wij bij die grote heiligenfamilie horen van heden en verleden, bij de grote en de kleine heiligen, bij de bekende en de massa onbekende heiligen, bij de heiligen uit het verleden en de heiligen van deze tijd. Wij horen allemaal bij die grote familie rond Jezus van Nazaret.
Als wij ons in die zin bij de heiligen mogen rekenen, betekent dat dus niet dat we op of aan een pilaar staan. Die ereplek is maar aan enkelen uit het verleden gegeven. Voor ons, heiligen van het heden, is nog een berg werk aan de winkel: namelijk doen wat Jezus ons heeft voorgedaan. We moeten onze naam waar maken. Wij moeten heiligen zijn die heiligen, die heel maken, beter maken. Dat is immers de betekenis van het werkwoord heiligen: helen, heil brengen zoals Jezus heil bracht.
Dat werkwoord moeten we waar maken in ons leven: in het zorg dragen voor de medemens, in het heel maken waar brokken gevallen zijn, in het beter maken waar relaties verziekt zijn, in het heilzaam doende zijn voor hen die het moeilijk hebben.
Alleen als we zo heiligend bezig zijn, horen we echt bij die grote familie rond Jezus, horen we echt bij de heiligen.
Het feest van Allerheiligen is het feest van de verbondenheid, vol blijheid vieren we dat wij erbij horen bij de grote massa mensen die de weg van Jezus gingen in het verleden en gaan in het heden. We vieren vanmiddag ook Allerzielen, dan staat onze verbondenheid met de overledenen centraal, met hen die een belangrijke plaats in ons leven hadden. Juist als bij Allerheiligen moeten we met Allerzielen niet alleen naar het verleden kijken, maar ook naar het heden.
We moeten niet alleen denken aan de gestorvenen. Natuurlijk gedenken we hen op de eerste plaats. Maar we moeten ook denken aan de nabestaanden, aan hen die verder moeten zonder hun partner, zonder hun vader of moeder, zonder hun zoon of dochter, zonder hun broer of zuster, vriend of vriendin, aan hen die verder moeten met hun verdriet, met de pijn van het gemis.
En naar die nabestaanden toe moeten we heiligend en helend en heilzaam doende zijn in de steun en troost die wij hun geven, opdat ze zinvol verder kunnen met hun verdriet.
Beste heiligen van Overloon. Bedenk dat we die titel samen met elkaar waar moeten maken. Heilig zijn is geen eindpunt, geen eretitel, maar eerder een beginpunt, een werkopdracht om in de geest van Jezus weldoende rond te gaan, ieder van ons op zijn eigen manier, naar zijn eigen mogelijkheden. Dan kunnen we met zijn allen toch een stukje hemel op aarde waar maken.
Allerheiligen (2001)
Feest · 1 november · Allerheiligen · wit