Allerheiligen (1998)

Feest · 1 november · Allerheiligen · wit

In de eerste lezing hoorden we het visioen van Johannes: een eindeloze rij mensen, van alle plaatsen, van alle tijden: dienstknechten van God met het zegel op hun voorhoofd. Ze komen uit Israël: honderdvierenveertigduizend getekenden, en dan overal vandaan een menigte die niemand tellen kon. En die ontelbare massa mensen zijn de dienstknechten van God, mensen als zodanig herkenbaar, ze zijn getekend met Zijn zegel, ze zijn zichtbare en tastbare tekenen van Gods liefde.
Men spreekt wel eens van een teken aan de wand en meestal belooft dat niet veel goeds, het tegendeel. En als we om ons heen kijken, ook via de media, dan zien we en horen we van die tekenen aan de wand, een moordenaar gearresteerd, een drugdealer opgepakt, een bedrieger ontmaskerd, en dronken automobilist bekeurd, een dief op heterdaad betrapt, een pedofiel veroordeeld. Die mensen en nog vele anderen, zijn tekenen aan de wand, tekenen dat onze samenleving veel pijnplekken heeft, tekenen ook van verharding en verwildering van de samenleving, en ze voorspellen weinig goeds voor de toekomst.
En als je naar die tekenen kijkt, en je moet ze wel zien, want de krant en de televisie tonen ze ons elke dag weer, dan kun je moedeloos worden, bang, somber over de toekomst.
Maar gelukkig zijn er ook andere tekenen, tekenen aan de hemel, tekenen, mensen die iets goeds laten zien, die hoop geven, mensen waar iets positiefs vanuit gaat, die bemoedigen, die inspireren. En als we niet oppassen raken ze ondergesneeuwd in die lawine van slechte berichten waarmee we overspoeld worden.
Maar die getekende mensen, herkenbaar als Gods helpers, niet door een insigne of een uniform maar door hun manier van leven, die zijn er, volop, een menigte die niemand tellen kan. De allermeesten van hen blijven in de anonimiteit, denk maar eens aan al die vaders en moeders die op een geweldige manier voor hun kinderen zorgen, al die kinderen die alles over hebben voor hun ouders, al die vrijwilligers op allerlei terreinen in kerk en samenleving, al die voorbeelden van mensen die zich opoferen voor anderen. ze zijn er volop, een menigte die niemand tellen kan.
Soms haalt er een de krant of de televisie. Zoals die vrouw in den Bosch die haar huis openstelde voor uitgeprocedeerde vrouwelijke asielzoekers, mensen die veelal verschrikkelijk veel hebben meegemaakt maar wier verhalen niet verstaan en begrepen worden door de ambtenaren van de Nederlandse immigratiedienst. Mensen die dan het land uit moeten, in feite vaak gewoon op straat gezet.
En de meesten vinden dat best heel erg, maar daarmee is voor hun de kous af, maar zij ging een stap verder, die vrouw uit den Bosch, ze gaf tijdelijk onderdak, even een plek van rust om op adem te komen, even een plaats waar je welkom bent en niet wordt afgewezen. Zij draagt het zegel van God, zij is een teken aan de hemel, heel concreet, heel tastbaar, een teken van Gods liefde. Zij staat in die eindeloze rij van mensen uit het visioen van Johannes, zij staat in gezelschap van andere dienstknechten van God, de velen die onbekend en naamloos zijn gebleven, de velen die bekendheid hebben verworven, zoals bijvoorbeeld: Edith Stein, Kardinaal Stepinac, bisschop Romero, moeder Teresa, Pater Damiaan of Peerke Donders.
En het feest van allerheiligen nodigt ons uit te kijken naar die mensen, van het verleden, maar ook van het heden: die tekenen aan de hemel die ons veel goeds laten zien, die ons kunnen behoeden voor een houding van fatalisme, ons kunnen bemoedigen en inspireren om zelf in beweging te komen op die weg van goed doen. Kijkend naar die tekenen zouden wij moeten zeggen: bij die menigte goede mensen wil ik ook horen.
Ik weet niet of het u is opgevallen: maar het woord heilige heb ik bewust nog niet gebruikt. De term heilige heeft een bepaalde klank die ons niet zo aanspreekt. Als ik u zou vragen: wilt u heilig worden, dan wil ik wedden dat de allermeesten van u zeggen: liever niet, laat me maar gewoon mezelf blijven. Als je naar de heiligen kijkt, de heilgverklaarden, dan kunnen die wel dienen als onze voorsprekers, maar niet als een voorbeeld om na te volgen.
Veel heiligen bemoedigen ons niet, nee, ze ontmoedigen ons: ze geven ons het gevoel dat ze te hoog zitten voor ons: zo kunnen we toch niet worden, en minstens evenzeer: zo willen we niet worden. En toch worden we allemaal uitgenodigd om onze plaats in te nemen in die eindeloze rij mensen uit het visioen van Johannes, van mensen die licht en warmte uitstralen in de wereld van nu.

Zoeken in Preken Online