“ Zalig zijt gij… want groot is uw loon in de hemel.” - “ Maar zij geloofden dat Gods hand die hen tot daar geleid had, in ’t beter hemels vaderland een stad voor hen bereid had.” Deze teksten en liederen voeren ons binnen in de jubelsfeer van Allerheiligen. Welke zin hebben ze voor ons ?
\
- Dit feest schudt ons wakker voor onze uiteindelijke bestemming. Zeker in een tijd waarin de aardse waarden of onwaarden absoluut worden gesteld, alsof dit leven het enige was waar het om ging. – De gekende weerman Armand Pien, nu ruim 2 j. overleden, was ongelovig in tegenstelling met zijn vriend Marc Sleen. Hij zei: “Ons leven is maar een flits in de kosmos.” Dan stel ik toch de vraag wat die flits daar komt doen. Onze samenleving mist zingeving. Waartoe leven wij? Het tekort aan diepere zingeving aan ons bestaan blijkt oorzaak te zijn van zoveel zelfdoding.
Voor wie gelooft is dit leven als een wordingsproces naar de volheid die nog komen moet. André Demedts schreef het zo: “Het is alsof we de dood als een rijpende vrucht in ons dragen, en ons voorbereiden op de dag van de ontmoeting. We wachten niet op onze dood; wij VERwachten de dood en de verrijzenis…” Het ware en definitieve grote moet nog beginnen. – Heiligen hebben het zo beleefd. Zo zei de H. Theresia van Lisieux: “Ik sterf niet, ik ga het leven binnen.” Even sterk was het woord van de stichteres van de Foyers de Charité, Marthe Robin (een halve eeuw verlamd en met de lijdende Christus verenigd) : “De dood is de zin van mijn leven. Het wordt mijn ware ontwikkeling. Het schaduwdoek zal verdwijnen dat mij een wonder verbergt.” Père Philippe Verhaegen, monnik in de abdij van Clerlande in Ottignies, en achterkleinzoon van Pierre Théodore Verhaegen, die stichter was van de vrijzinnige universiteit van Brussel, en grootmeester van de loge van het Groot-Oosten, zei op hoge leeftijd: “Nu de einder in zicht is, overweldigt mij het verlangen om met Christus te zijn. De dood zal het begin van mijn leven zijn .”
Ze waren mensen zoals wij. Ze kwamen terecht in een zondige wereld. Sommige van hen zijn grote zondaars geweest. Ze leerden dat ze uit zichzelf klein en zwak waren. Maar ze leerden ook gaandeweg het zwaartepunt buiten zichzelf te leggen. Ze gingen staan in de rij van de armen-naar-de-geest en God werd het centrum van hun leven. – Indien ze heiligen zijn geworden, was het niet omdat ze spectaculaire dingen hebben verricht. Ze moesten geen helden zijn, noch roem verwerven in ascetische krachttoeren. Maar doorheen veel kleine en gewone dingen, langs de weg van het gebed en de sacramenten hebben ze hun liefde verfijnd zodat ze God gingen uitstralen in een onverschillige of zelfs weerbarstige wereld.
\ - De heiligen zijn ons voorgegaan, en zijn reeds daar waar wij nog moeten komen: “één met het heilig trekkend volk, in liefde en in hope”. Daarom heeft Paus Pius XII het dogma van ‘Maria ten hemel opgenomen’ afgekondigd juist op Allerheiligen 1950, omdat zij als spits van het Godsvolk-onder-weg, daarheen aan ons allen is voorgegaan.
\
- We komen niet terecht in een leegte, maar in een volheid van Leven. Het originele van het christelijk geloof is niet dat God bestaat of dat er een hiernamaals is. Het originele is dat God Liefde is, een Vader, die ons heeft gedroomd, ons in dit leven volgt, en ons opwacht. Hij wil ons verwelkomen in zijn huis. Daarom moeten wij ons klaar maken. Wij moeten op Hem gelijken. Wij moeten ook liefde zijn. Ons groot verdriet zal zijn, dat we niet genoeg zullen hebben bemind en vergeven. We hoorden het in de 2de lezing: “ We zullen aan Hem gelijken, omdat we Hem zullen zien zoals Hij is.” (1 Joh 3,3) God is als een omvormend vuur dat ons voltooit en van ons wegneemt wat die Liefde nog in de weg staat. Deze vreugdevolle hoop staat veraf van de lugubere heksenvoorstellingen, die het commerciële Halloween in deze tijd aan kinderen meegeeft.
\ - Het wordt ook een samenzijn met elkaar. De hemel is niet eenzaam. De H. Paulus schreef: “ We zullen altijd samen zijn bij de Heer. Troost elkaar met deze woorden.” (1 Tess. 4,18). Daarom heeft Jezus het komende Rijk voorgesteld als een feestmaal, een tafelgemeenschap. In de eerste lezing ging het om een overweldigende schare (Openb. 7, 2-14). Het boek openbaring is het boek van Gods zegepraal. Het gaat om de grote “gemeenschap der heiligen”, waarin ook wij nu reeds betrokken zijn. De hemel is niet ver. Hij doorsnijdt onze aardse werkelijkheid. De heiligen kijken naar ons, ze zijn met ons bezig, meer nog dan wij hier met elkaar bezig zijn. De zovele heiligverklaringen alsook de zovele heiligenfeesten, uitgesmeerd over het kerkelijk jaar, maken ons juist ervan bewust dat heiligheid in alle menselijke vormen mogelijk is, maar ook dat wij met hen in Christus verbonden blijven. Dat overstijgt elke oppervlakkige devotie.
Wij leven op de rand van een blij makende maar overweldigende verrassing, ten minste indien ons hart er klaar voor is. Mocht dit jaar van het gebed ons nieuw maken, ons verdiepen, ons in liefde op God doen gelijken, en ons binnen voeren in deze grote toekomst. Een christen heeft toekomst, oneindig veel toekomst, Gods toekomst. Amen.