Honderden jaren lang heeft de gewoonte bestaan om de voorsteven of boeg van een schip te voorzien van een boegbeeld.
Soms was het een leeuw of een zeemeermin of een mythologische figuur, maar ook wel de afbeelding van een persoon waarvoor men ontzag had.
Als we vandaag Allerheiligen vieren denken we aan laatst genoemde boegbeelden.
Zo’n boegbeeld zit op de voorsteven en daar wordt de eerste stoot opgevangen, terwijl de opvarenden zich op een veiliger deel daarachter bevinden.
Heiligen staan er om bekend dat zij vaak het voortouw hebben genomen bij het naderbij brengen van Gods wereld.
In de eerste lezing van vandaag noemt de schrijver hen “degenen die uit de verdrukking zijn gekomen”.
Ze hebben dikwijls onder druk gestaan van hun omgeving die hen maar rare figuren vond omdat ze andere zaken belangrijk vonden dan wat de meesten belangrijk vinden, niet zo gericht op het hebben en zijn van nu, maar met hun blik op een verre toekomst bij God, over de horizon heen, zoals een boegbeeld ziet.
Maar ze hebben meestal meer druk ondervonden van binnen uit, in hun geloof gebeukt door twijfel, angst en onzekerheid, zoals ook Jezus Christus heeft doorstaan, maar ze zijn er doorheen gekomen en daarom is er een boegbeeld of een gewoon beeld van gemaakt.
In sommige gevallen is men aan zo’n beeld allerlei eigenschappen en verwachtingen gaan toekennen.
Dat was natuurlijk te gek en dus daar kwam natuurlijk weer een reactie op: de Beeldenstorm.
In protestantse kerken zult u nog steeds weinig of geen beelden aantreffen en wordt het idee overeind gehouden dat men in katholieke kerken, zoals in menige heidense cultuur, beelden aanbidt.
Maar boegbeelden, mensen die ons voorgaan en voorgingen, waar we een voorbeeld aan kunnen nemen, die onze diepste, maar moeilijk te bereiken idealen, verwoorden, daar wil niemand aan voorbij gaan.
Dat zijn de heiligen van vroeger en nu.
Het zijn er een heleboel; honderdvierenveertigduizend en meer.
Het mag wel eens gezegd dat er in de eerste eeuwen van de Kerk nogal wat mensen waren die men bewonderde om hun standvastigheid in geloof of om andere vormen van inspiratie.
Heilig verklaren dat deed niet de paus, maar het gelovige volk.
Onze Lidwina van Schiedam bijvoorbeeld werd al eeuwen lang ten voorbeeld gesteld en als een heilige beschouwd om haar standvastig en inspirerend geloof.
Pas honderden jaren later kwam een paus op het idee eens een keertje plechtig te verklaren wat iedereen al vond.
De officiële heiligverklaring is uiteindelijk exclusief door het pausdom ingelijfd, maar gelovige mensen kennen er veel meer, meestal uit hun eigen omgeving en ze hebben daar geen officiële verklaring voor nodig.
Het is niet toevallig dat de feestdag van Allerheiligen en Allerzielen zo zicht bij elkaar liggen, we mogen zelf sorteren.
Wat hadden en hebben heiligen dan voor iets bijzonders waardoor ze boegbeeld zijn geworden?
“Heilig” wil zeggen dat er een bijzonder nauwe band is met God.
Die band kan tot stand komen bij mensen die gegrepen werden en worden door een soort ervaring van de Albeheerser op een heldere avond, bij de aanblik van al die miljarden sterren of door de stilte van een groot bos of door de geboorte van een kind.
Het zijn ervaringen die iedereen die ervoor open staat wel eens kan hebben.
Heiligen hebben die ervaring vast gehouden en zijn God blijven zien in heel de wereld als een wonder.
Daarom hebben ze een diep respect opgevat voor die wereld, met haar natuur, haar dieren, haar muziek, haar mensen en zo zijn ze er toe gekomen om met dit alles met eerbied en zorg om te gaan.
Die mensen mogen naar voren gehaald en gevierd vandaag.
De beste manier om dat te doen lijkt me: ons open te stellen voor dit soort Godservaringen om met datzelfde repect met mens en wereld om te gaan.
Openbaring van Johannes 7,2-4.9-14
Boegbeelden (2012)
Feest · 1 november · Allerheiligen · wit