Beste medeparochianen en gasten van de Vredeskerk. Waar denkt u aan bij trompetten? Denkt u aan de glans van de weerschijn van het licht, een schittering die van het metaal afspat? Of denkt u misschien aan het geluid, plotseling, doordringend en helder? Welk gevoel roept trompetmuziek bij u op? Het lijkt wel of een paar tonen al emotie kunnen oproepen. Of die tonen nu gevolgd worden door ‘aanvallen’ bij een voetbalwedstrijd, of door stilte na de ‘last post’ zoals die op 4 mei bij ‘dodenherdenking’ wordt gespeeld. Weet u nog vorig jaar toen hier de televisieopnamen waren van ‘Help de kerk stroomt vol’? Die trompetsolo op het moment dat de deuren van de kerk opengingen, de mensen binnenkwamen en het feest van start ging. Het is een signaal dat je kan openen, dat al je zintuigen op ‘aan’ kan zetten. De adrenaline gaat er als het ware van stromen. Let op, er gaat iets gebeuren!
Neem nu de eerste lezing van vandaag uit het boek Numeri. Het volk Israël is onder leiding van Mozes nog steeds in de woestijn, op weg van Egypte naar het beloofde land. God trekt in een wolk met hen mee en laat van zich horen via gesprekken met Mozes. De lezing begint zo. ‘De Heer zei tegen Mozes: “maak van gedreven zilver twee trompetten”.’ Lieve mensen, het zijn niet zo maar trompetten die Mozes moet laten maken, maar hele mooie zilveren trompetten. Letterlijk mooi, voor onze ogen en onze oren. Bij hun signaal spitsen de mensen hun oren. De tonen hebben namelijk een betekenis. Ze zeggen aan de ene kant heel praktisch wie wat moet doen. De mensen horen dat door de manier waarop gespeeld wordt, hard of juist niet hard, een keer of vaker. Dat kan dan bijvoorbeeld betekenen: aanvoerders kom, we moeten eens praten over hoe we het gaan aanpakken, of ook, iedereen, pak je spullen in, we gaan vertrekken. Luister naar de toon, word jij op dit moment geroepen? Misschien deze keer niet, maar als het wel het geval is, doe dan wat je gevraagd wordt. Er zit in deze lezing ook een andere kant aan dit getrompetter. Door op de trompet te blazen, gedenken de mensen van het volk Israël hun verbond met de Heer en weten ze dat God bij hun zal zijn en hen zal helpen. Als er feest is en ze blij zijn en als ze in de put zitten, als ze door vijanden bedreigd worden. Het trompetgeluid zegt dan: de Heer en de mensen horen bij elkaar. We zijn samen op weg. Op hem kunnen we vertrouwen. Hij zal ons redden, dat heeft Hij beloofd. Want, niet alleen de mensen luisteren naar de trompetten, God luistert mee, daar in de woestijn, de plek van de grote stilte.
Ook in de tweede lezing, de tekst van de evangelist Lucas, zijn mensen bij elkaar gekomen. Elisabet die toch al oud is, heeft een zoon gebaard, de nieuwbakken ouders Elisabet en Zacharias noemen hem Johannes terwijl die naam helemaal niet in hun familie voorkomt. Er klinkt weliswaar geen trompetgeschal, maar de geboorte van het kind Johannes heeft wel hetzelfde effect. De mensen hebben genoeg reden om te komen kijken. Ze praten over de gebeurtenissen en vragen zich af wat dit allemaal te betekenen heeft. In het verhaal klinkt eigenlijk meteen het antwoord op hun vragen. Het is de Geest van God die vader Zacharias doet spreken. Het is een profetie staat er, Zacharias spreekt de woorden van God. Deze woorden noemen we in de kerk: de lofzang van Zacharias. En de kerk hecht zoveel waarde aan juist deze woorden, dat ze die iedere dag in een gebed opnieuw uitspreekt. Ook hier in de kerk zingen de mensen in het ochtendgebed deze lofzang. Dag in, dag uit, als een trompet in de ochtend.
Wat zegt Zacharias? Ik lees u voor: ‘Geprezen zij de Heer, de God van Israël, hij heeft zich om zijn volk bekommerd en het verlost. Een reddende kracht heeft hij voor ons opgewekt, uit het huis van David, zijn dienaar.’ Zacharias gedenkt God en de belofte die hij aan zijn volk heeft gedaan, aan het verbond, aan het kunnen leven in vrede, aan profeten die dit ook steeds gezegd hebben. Zacharias blaast in zijn vreugde als het ware op de trompet. Precies zoals God in het verhaal in het boek Numeri aan de mensen vraagt. Maar hij zegt meer. Het baby’tje van Elisabet en hem, dat wondertje, Johannes, hij zal ook een profeet zijn. Zacharias kijkt naar zijn zoon en ziet hem met ogen van het geloof in die God die zal bevrijden. Hij spreekt hem direct aan: ‘En jij, kind, jij zult genoemd worden: profeet van de Allerhoogste, want voor de Heer zul je uit gaan om de weg voor hem gereed te maken. Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende licht uit de hemel over ons opgaan en verschijnen aan allen die leven in duisternis en verkeren in de schaduw van de dood, zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede.’ Zacharias vertelt hier zijn zoon en alle mensen die daar bij elkaar gekomen zijn, dat het licht van God aan alle mensen die het moeilijk hebben, die in het donker zitten, dat dat licht van God zal laten zien dat de belofte van leven in vrede werkelijk zal gebeuren. Lijden en dood hebben niet het laatste woord. Dat stralende licht, die reddende kracht uit het huis van David, zo is het geloof van onze kerk, onze gemeenschap, is Jezus die de Christus is. In onze verkondigingsgroep praten we altijd eerst met elkaar over de lezingen voor we gaan schrijven. Een altijd terugkerende vraag is dan: hoe zit dat nu in mijn leven, hier en nu? Naar de lezingen van vandaag vertaald is dat: wie of wat gaf mij een signaal om in beweging te komen, om in vertrouwen op weg te gaan; wie deed bij mij het licht aan, zodat ik de weg naar vrede en geluk weer voor me zag? Eerlijk gezegd kan ik makkelijker voorbeelden geven van wanneer ik geen trompet hoorde, wanneer ik het niet meer zag zitten. Bijvoorbeeld toen ik hoorde dat een vader met kleine kinderen werd ontslagen; een bejaarde vrouw pas na tien dagen dood gevonden werd in haar woning; of toen op de TV een man uit Gaza vertwijfeld om hulp vroeg omdat zijn waterleiding was afgesloten en het eten op raakte. Na afloop van onze voorbereidingsbijeenkomst fietste ik naar huis. Opeens wist ik wat ik u zou vertellen. Het was op Pinksterzaterdag in Heiloo. Samen met mensen van verschillende parochies van ons bisdom Haarlem hadden we ons verzameld voor de viering van het heilig vormsel. Dat is een van de zeven sacramenten van de kerk, zeven kansen voor de mens om God te ontmoeten. Het vormsel is het sacrament van de Geest. De Geest die ons aanzet tot een positieve inzet in ons leven in de wereld. Het was een blije bijeenkomst met muziek van een jongerenband. We hebben uit volle borst gezongen en aan het eind zelfs gedanst! Mijn trompetsignaal, mijn moment van licht dat de dingen anders en op een nieuwe manier zichtbaar maakte, kwam bij het vormsel zelf. Ik was aan de zijkant in het gangpad van de kerk gaan staan, zodat ik het allemaal goed kon zien. Daar gingen onze vormelingen, een voor een, Tammo, Ingrid, Chee en alle anderen. Ze liepen naar voren naar onze hulpbisschop Jan. Hij zalfde ze met gewijde olie en sprak de woorden die bij het vormsel horen: ontvang het zegel van de heilige Geest, de gave Gods. Daarna maakte hij een persoonlijk praatje met de pasgevormde. Tot mijn verbazing was ik telkens weer juist op dat moment diep geraakt door wat ik zag. Het zag er zo gewoon, zo aards uit. Twee mensen die met elkaar staan te praten. Maar ik zag ze in het licht van Christus: twee mensen die samen geloven dat vrede mogelijk is, dat God met hen mee trekt, in goede en kwade dagen. Twee mensen, ieder met hun eigen levensgeschiedenis waar vast niet altijd alles over rozen is gegaan. Zo bliezen zij voor mij op een prachtige trompet. Ze wakkerden het vuur van mijn geloof aan, mijn vertrouwen dat die belofte van God ook voor mij geldt, ja, voor alle mensen van 2007 die samen met hem op weg willen gaan. Ik denk er vol blijdschap aan terug.
Lieve mensen ik bid dat de Geest van God ons blijft roepen, onze ogen opent, onze weg verlicht. ‘Geprezen zij de Heer, de God van Israël, hij heeft zich om zijn volk bekommerd en het verlost.’ Amen