Niet ik, de ander! (2007)

Feest · 24 juni · Geboorte van Johannes de Doper · wit

De laatste weken heb ik met interesse de presidentsverkiezingen en daarna de parlementsverkiezingen in Frankrijk gevolgd, en telkens met verwondering geobserveerd hoe in de politiek iedere kandidaat, stuk voor stuk, meent dat hij of zij de beste is, dat iedereen eigenlijk massaal op hem of haar zou moeten stemmen, dat de andere kandidaten het helemaal, maar dan ook helemaal mis hebben, er niets van begrepen hebben, en dat de kiezer zichzelf en het land een slechte dienst zou bewijzen om op één van de andere kandidaten te stemmen. Met andere woorden, ik, kandidaat, ben de beste, de knapste en de meest competente, stem vooral op mij, en stem vooral niet op die ander.
Maar weest u gerust, zo gaat het niet alleen in de politiek. Zo zitten wij allemaal wel een beetje in elkaar. Wij zijn allemaal best ingenomen met onszelf. Wij vinden al snel dat wij het goed doen. Wij willen ons best een beetje op de voorgrond plaatsen, wij vinden het heel normaal dat wij die functie, die baan, die onderscheiding, die eretitel krijgen.

En dan vieren we vandaag, op deze mooie zomerdag, de langste dag van het jaar, het feest van Johannes de Doper. Een soort “anti-held”. In de politiek zou hij een mislukkeling geweest zijn : “stem vooral niet op mij”. In het bedrijfsleven of in de ambtenarij zou hij niet vooruit gekomen zijn : “nee, ik solliciteer niet, voor die baan is een ander veel beter geschikt”. Johannes riep alsmaar: ‘kijk vooral niet naar mij’, ‘ik trek mij terug’, ‘nee, nee, ik ben het niet’. Ik niet ! Ik niet ! Hij !

En wie is die ‘hij’ dan ? Een onbekend iemand, een timmermanszoon uit Galilea. Die anoniem tussen de menigte staat, en Zijn hoofd buigt om de doop van bekering te ontvangen. Johannes kent Hem, want het is zijn neef.
Twee neven, alles verbindt hen, en alles onderscheidt hen.\

  • Johannes, zoon uit de deftige priesterkaste van Jeruzalem, die toegang had tot het Heiligste der Heiligen in de Tempel.\
  • Jezus, zoon van een timmerman uit een onbetekenend dorpje in Galilea, “land van de heidenen”.\
  • Bij Johannes geboorte, in de Tempelwijk in de heilige stad Jeruzalem, is heel de straat, heel de buurt in feeststemming, en bezingt zijn vader Zacharias zijn zoon als “profeet van de Allerhoogste, die voor de Heer uitgaat om Zijn weg te banen, Zijn volk de boodschap van verlossing brengt”.\
  • Bij Jezus’ geboorte, ver van huis, op reis, komen er een paar herdersknechten even kijken in de armoedige stal, want zelfs in het goedkoopste hotel is er geen plaats voor een hoogzwangere vrouw.\
  • En wanneer Johannes optreedt bij de Jordaan heeft hij zoveel succes dat men van heinde en ver naar hem toekomt. Hij heeft de aantrekkingskracht van een profeet. Hij heeft een zó enorm succes, dat hij bijna staatsgevaarlijk wordt. En hij wordt het ook, want hij kan zijn grote mond niet dichthouden.\
  • Wanneer Jezus voor het eerst optreedt, dan is Hij nog heel lang die weinig betekenende zoon van een timmerman, die er moeite voor moet doen om een twaalftal volgelingen mee te krijgen.
    Ja, eigenlijk is het Johannes, de Tempelpriesterzoon uit Jeruzalem, de profeet, de asceet in zijn ruige mantel, die wel eens de Messias zou kunnen zijn, veel meer dan die neef van hem uit de arme tak van de familie, die zijn rang niet kent want hij drinkt en hij feest, en gaat naar party’s en etentjes.

    Nee, zegt Johannes dan, ik ben het niet, Hij is het !
    Johannes is vandaag onze anti-held, die ons laat zien dat Gods logica niet altijd logisch is. Dat schijn bedriegt. Dat onze logica voor schut gezet wordt. Dat, wat voor de hand ligt, het niet altijd is.
    Zoals de keuze van een koning als opvolger van Saul onder de zonen van Jesse, uiteindelijk niet de sterkste, niet knapste, niet de oudste, maar die kleine, die er nog niet eens bij was, want hij moest op de dieren passen: David.
    Zoals niet de eerstgeborene, Esau, met zijn eerstgeboorterecht, de zegen van zijn vader Jakob kreeg, maar de jongste. Eigenlijk niet logisch.

    Wij, mensen, wij willen graag onze levensweg zelf bepalen, onszelf naar voren schuiven, zelf onze toekomst bepalen, staan op onze rechten. Pas dan ben je iemand, in onze samenleving.
    “Wat zal er van dit kind worden ?”, zo vroegen de omstanders zich af bij de geboorte van Johannes. “Wat zal er van dit kind worden ?”, dat vragen wij ons ook af, telkens wanneer wij in deze kerk een kindje dopen. Dan ervaren wij pas goed dat wij het niet zélf in handen hebben, dat onze logica niet altijd logisch is, dat wij, zoals een kindje door ouders en familie gedragen wordt, ook de ander moeten dragen.
    Dan zijn wij zoals Johannes de Doper, de Voorloper. Die altijd wijst naar de ander, naar de medemens, voor de medemens de weg bereidt, de obstakels effent, er voor zorgt dat niet hij, maar die ander, tot zijn of haar recht komt. Dat is de boodschap van Johannes de Doper vandaag.

Zoeken in Preken Online