Zalig nieuwjaar

Feest · 1 januari · Maria, moeder van God · wit


In het scheppingsverhaal lezen we: God sprak: er moet licht zijn. En er was licht. God sprak: het land moet zich tooien met jong, groen gras. En zo gebeurde het. God sprak: het land moet levende wezens hebben. En zo gebeurde het. Het klinkt voor ons wat vreemd, dat God alleen maar hoeft te spreken, en dat er dan gebeurt wat hij zegt.

Toen Isaak oud en blind was geworden, wilde hij bij wijze van testament aan zijn oudste zoon Esau zijn zegen geven. Hij zei hem: hoor eens, ik ben een oud man en ik weet niet hoe lang ik nog te leven heb. Ga er op uit en schiet een stuk wild voor me. Maak dat smakelijk voor me klaar zoals ik dat graag heb. Daardoor zal ik de kracht krijgen om jou mijn zegen te geven voordat ik sterf. Terwijl Esau er op uit was heeft zijn jongere broer Jakob, die ervan gehoord had twee malse geitenbokjes geslacht en heel smakelijk klaar gemaakt voor zijn vader. Zijn moeder, die ook in het complot zat vermoedde dat vader Isaak zijn zoon zou willen betasten om er zeker van te zijn dat hij zijn zegen zou geven aan Esau. Nu was Esau zo behaard als een aap, en Jakob zo glad als een paling. Dus bond zij de vel van het geitenbokje om de handen van Jakob. En vader Isaak trapte erin. Hij gaf zijn zegen aan Jakob. En toen Esau na enige tijd bij zijn vader kwam en zei: kom eens overeind, vader, ik ben uw oudste zoon Esau en geef mij uw zegen, toen schrok vader Isaak hevig en antwoordde hem: ik heb aan je broer mijn zegen gegeven en die kan ik niet terugnemen. Dat klinkt voor ons wat vreemd. Hij had volgens ons toch kunnen zeggen tegen Jakob: jongen jij hebt mij bedrogen, ik trek terug wat ik gezegd heb.
Maar blijkbaar kon hij dat niet. Er was al gebeurd wat hij gezegd had.

In het evangelie lezen wij dat een honderdman naar Jezus toe kwam, en hem vroeg zijn knecht die verlamd was en hevige pijn had te komen genezen. Jezus zei hem: ik zal komen. Maar toen zei de honderdman: Heer, ik ben het niet waard dat gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijn knecht zal gezond zijn. Toen zei Jezus: Ga, zoals gij geloofd hebt, geschiede u. En op dat ogenblik werd de knecht gezond.

Dit zijn drie voorbeelden uit de heilige Schrift waarin duidelijk blijkt dat het woord een bijzondere kracht heeft, dat het woord eigenlijk hetzelfde is als een daad. We zouden het kunnen vergelijken met wat voor ons een handtekening doet. Als je een cheque tekent, dan is die cheque geldig. Dan doet die handtekening wat hij zegt. Dan ben je je geld kwijt. We zouden het ook kunnen vergelijken met een notariële akte, met een testament. Als we onze handtekening hebben gezet in tegenwoordigheid van een notaris, dan is het stuk rechtsgeldig, en dan hebben we niet meer het recht zoiets op eigen houtje ongedaan te maken. Dat kunnen we dan ook niet meer.

Zo is het met het woord in de heilige Schrift. Als God zegt dat er licht moet komen, dan komt er licht. Als God zegt dat de aarde groen gras moet voortbrengen dan brengt de aarde groen gras voort. Als Isaak aan zijn zoon Jakob zijn zegen heeft gegeven, dan heeft Jakob die zegen ook. Als Jezus zegt dat die knecht moet genezen dan geneest die knecht ook. Zo staat de persoon achter zijn woorden. Hij doet wat hij zegt. Hij doet er alles voor om te bewerken wat hij zegt.

En als wij nu vandaag tegen elkaar zeggen: zalig, gelukkig, voorspoedig nieuwjaar, dan kan het best zijn dat het een formaliteit is. Maar als wij het doen in de geest van de heilige Schrift, dan menen wij wat wij zeggen, dan zullen wij ook alles doen om er voor te zorgen dat het voor die ander een zalig, een gelukkig, een voorspoedig nieuwjaar wordt.

Zoeken in Preken Online