OPENINGSWOORD
Tegen het einde van het jaar worden er weer allerlei mannen en vrouwen uitgekozen tot sportman of -vrouw van het jaar, communicatieman of -vrouw van het jaar. Maar dè vrouw van het jaar en van alle tijden is en blijft Maria. Uit haar is een Kind geboren, dat Koning is van hemel en aarde tot in eeuwigheid. Door het jawoord van Maria worden tijd en eeuwigheid samengebracht in de hemel en op aarde. Twee werelden versmelten met elkaar. De hemel is niet vervuld van geknal, gesis en bommengeluid. Maar God brengt hemel en aarde, God en mens, bij elkaar. En Maria legt de stukjes van de puzzel bij elkaar in haar hart. Dat is wat we vandaag mogen vieren.
Laten wij in deze viering aan God vragen dat wij en alle mensen overal ter wereld het komende jaar een beetje beter mogen inzien hoe hemel en aarde als puzzelstukjes in elkaar passen en dat het plaatje groter en vooral mooier wordt als wij die twee - hemel en aarde - beter met elkaar weten te verbinden. Moge Maria ons daarbij helpen.
Voor de keren, dat wij het afgelopen jaar te weinig rekening hebben gehouden met de hemel, vragen wij samen om vergeving.
OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. God, door het moederschap van de heilige maagd Maria hebt Gij de rijkdom van de verlossing aan de mensen geschonken. Wij bidden: laat ons de voorspraak ondervinden van haar door wie wij de Gever van het leven mochten ontvangen: Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer. Die met U leeft en heerst … .
PREEK
Broeders en zusters, ik heb weleens een beetje last van stemmingen. Zo’n baaldag-gevoel. Dat zal ons allemaal wel overkomen. Hopelijk niet te vaak. En belangrijk is dat wij ons er niet door laten beïnvloeden. Want dat gaat ten koste van anderen. Maar als ik zoiets heb en er staat bijvoorbeeld bij het uitreiken van de heilige communie opeens iemand met een grote glimlach voor me, dan voel ik zijn of haar blijdschap bij mij naar binnentrekken. Een glimlach kan zoveel wonderen doen.
Vandaag in de eerste lezing horen wij hoe God opdracht geeft aan de priester Aäron en zijn zonen om de Israëlieten te zegenen met de volgende woorden: Moge de Heer de glans van zijn gelaat over u spreiden en u genadig zijn! Moge de Heer zijn gelaat naar u keren en u vrede schenken!"
Misschien dat hier iets bedoeld is als het zien van een glimlach. Zoals wij blij kunnen worden door de glimlach van een ander, zo kunnen wij nog veel meer blij worden als wij God zien, als wij iets van zijn liefde ervaren, als wij iets begrijpen van de grote beloftes, die God ons heeft gedaan. Er is niemand, die zoveel van je houdt als God, niemand is je meer nabij dan Hij, niemand kan meer voor je betekenen dan Hij.
Maar dan moet je God wel aankijken! Dan moet je tijd aan Hem besteden. Hoe meer, hoe beter. En met hoe meer aandacht je kijkt, hoe beter je ziet. Hoe meer je voor Hem doet, des te groter en werkzamer zijn glimlach.
In de tweede lezing horen wij over een van zijn grote gaven: dat wij God ‘Abba, Vader’ mogen noemen. Dat de grootste en sterkste en liefste Persoon in het heelal onze Vader wil zijn. En dat wij dus mogen weten, dat uiteindelijk alles goed zal komen. Al is het pas na dit leven, maar het komt goed!
Het evangelie vertelt ons dat de herders naar Bethlehem gaan. Er staat zelfs dat zij zich er heen haasten. Zij zijn zo benieuwd naar het Kind, de Redder van alle mensen, dat dat het enige is dat zij op dat moment voor ogen hebben. De rest vergeten zij. En omdat zij zo aandachtig keken, zagen zij inderdaad de bijzondere, goddelijke glimlach van het Kind. Zij gingen overgelukkig terug naar huis, want - zo staat er geschreven - zij verheerlijkten God.
Het verlangen van Maria’s hart was natuurlijk ook uitgegaan naar de dag van de geboorte. Zij had in haar eigen dorp al heel wat kindjes geboren zien worden en ieder kindje is mooi, speciaal, maar haar Kind was de Zoon van God. Is toch even heel anders. Zes maanden daarvoor had zij zich - net als de herders nu - gehaast naar haar nicht Elisabeth. Ook het kind van Elisabeth, Johannes de Doper, was een door God beloofd kind. Maria’s hart was helemaal gericht op God, maar ook de nood van haar medemensen verloor zij geen seconde uit het oog. Dat zagen wij aan het wonder op de bruiloft van Kana, dat wij in eerste instantie aan Maria te danken hebben.
Wij mogen dit jaar eindigen met Maria. Ik hoop dat in het leven van ieder van ons veel mooie dingen zijn gebeurd. Er zal hier en daar ook wel wat verkeerd gegaan zijn. Kijken wij naar Maria. Verreweg de meest bijzondere moeder, die er ooit is geweest. Toen de inwoners van Lourdes eenmaal geloofden, dat Bernadette werkelijk Maria had gezien, vroegen zij haar om een beschrijving van die wonderschone dame, want zij wilden een beeld van haar maken. Maar geen van de beelden had de uitstraling, de glimlach, die de echte Maria heeft. Een hemelse glimlach kun je ook niet uitbeelden.
Het is goed om het oude jaar te eindigen met Maria en om morgen het nieuwe jaar met haar te beginnen. Wij mogen alles wat goed was aan haar aanbieden, evenals de brokken, die wij hebben gemaakt. Zij zal alles bij haar Zoon brengen en zij zal Hem met haar liefste glimlach aankijken, zodat Hij zowel het goede als de brokken zal aanvaarden.
Noemen wij tegenover Maria ook enkele goede voornemens. Niet alleen wereldse voornemens, zo van wat minder roken en wat meer bewegen, maar ook voornemens met betrekking tot Jezus Christus en zijn Kerk: dit of dat ga ik het komende jaar een beetje beter of vaker doen, zodat wij hopelijk ook in ons geloof een beetje groeien. Ieder jaar een beetje.
Lieve mensen, ik wens jullie allemaal een goed uiteinde en een goed begin. Doen wij voor het komende jaar onze uiterste best. Maken wij er een mooi en goed jaar van. Oók voor Gods Kerk. Wie weet wordt de wereld er ook beter van.