Nieuwjaar (2007)

Feest · 1 januari · Maria, moeder van God · wit

En, dierbare gasten en parochianen van deze Vredeskerk, nog goede voornemens gemaakt? Zelf doe ik dat eigenlijk nooit bewust, maar gisteravond in de bus naar Purmerend waar mijn familie Oud-op-Nieuw vierde, viel mij opeens iets in: zo’n goed voornemen. Het wèrd in mij gemaakt als het ware. En ik ben nu vastbesloten om het te doen, ik heb het mij heilig voorgenomen. Dit jaar gaat het gebeuren, nú ga ik erheen, liefst al spoedig: een volgende keer dat ik op mijn fietsje naar Purmereutel ga. Dan kom ik namelijk altijd door een dorp en daar wonen twee vrouwen die ik ken. Ik ken ze door de zus en door de moeder van één van hen. Die moeder is een heel gelovige vrouw, een heel zelfbewuste, ja trotse katholiek en een steunpilaar van de kerk in haar woonplaats, iemand die “weldoende rondgaat” zoals dat heet. En het is nog gewoon een leuk mens ook, die moeder. Een enkele keer zie ik haar hier. En de laatste keer dat ik haar zag vertelde ze mij over haar kleindochter, pasgeboren, binnen het leefverband van haar dochter en de vriendin van die dochter. Die prachtige christin en model-katholiek bijna, heeft namelijk “grote moeite” zoals dat heet en allerlei scrupules vanwege de omstandigheden waarbinnen haar kleindochter het levenslicht heeft gezien en waarbinnen zij opgroeit. Ik kan mij die moeite, ja weerzin goed voorstellen mensen. Ik kan daar inkomen. Voor een deel voel ik die zelf ook moet ik zeggen … Maar ik heb een geboortekaartje gehad en ben er nog niet geweest. Ik heb de nieuwe wereldburgeres nog niet gezien, nog niet begroet en nog niet verwelkomd. En gisteravond, in de bus naar Purmerend, viel het mij in: Het wordt nu hoog tijd. Transeamus! Laten we er heengaan! Transeamus usque Bethlehem. Laten we naar Bethlehem gaan. En laat ík naar dat dorp ergens tussen Amsterdam en Purmerend gaan. Wat is daar te ervaren? Wie is daar te zien? Ik bedoel mensen: gelóven in het kind van Bethlehem houdt voor mij tegelijk een roeping van godswege in om betrokken te zijn op allerlei andere kinderen …

Wat is daar destijds gebeurd in Bethlehem? Wat, wie zagen de herders? In de kerstnacht horen we altijd over die geweldige licht-en-geluidshow met de engelen. Daarin wordt uitgedrukt en verbeeld, vermoed ik, wat de herders vooral ínnerlijk, bij zichzelf van binnen, in hun hart mochten ervaren bij de onverwachte ontmoeting, in de nacht, met die pasgeboren baby tot wie zij geroepen werden, die op hun weg kwam, tot wie zij werden gezonden om die te gaan zien. Wat de herders in feite zagen was natuurlijk heel eenvoudig: “niet meer dan” een vrouw, een man en een kind in armoedige omstandigheden. Ik zeg “niet meer dan”, maar dat is omdat mijn waarneming en denken zo afgestompt zijn, want elk kind is een groot en kostbaar wonder van God - maar dat vergeten mensen wel eens. De herders niet! Voor hen was het of ze nog nooit een kind hadden gezien. En ja, misschien is zoiets voor herders ook wel ongewoon, geen alledaagse ervaring: om bij een pasgeboren baby op bezoek te komen. “Toen ze het kind zagen vertelden ze wat hun over dat kind was gezegd. (En) allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden.” Ja, mensen, de herders zágen het wonder van dit kind en hun mond stroomde ervan over, met woorden gaven ze uitdrukking aan het wonder dat hun ogen zagen … “Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken.” De herders, mensen, cadeautjes brachten ze niet mee. Nee, ze waren arm en ze namen alleen maar zichzelf mee. En de woorden die ze spraken, díe waren als kostbare geschenken die Maria in het schatkistje van haar hart bewaarde en ze haalde die woorden vandaaruit telkens weer te voorschijn om ze opnieuw te bekijken van alle kanten, om ze te beluisteren, om ze te wikken en te wegen, om ze te overwegen, om erover te mediteren. Daarmee is Maria, veelgeliefden, het oerbeeld van de kerk die hetzelfde doet als zij: ook wij als kerk stellen ons als kerk steeds opnieuw zo goed mogelijk open voor de woorden die onze geloofstraditie ons aanreikt, we laten die woorden op ons inwerken, we openen ons hart voor die woorden en geven die woorden de kans, hopelijk, om wat met ons te dóen, om ons hart te veranderen, om het te “bekeren”, om het te keren en te richten, steeds opnieuw en steeds beter misschien, op de Eeuwige God die wij in Jezus ontmoeten en wiens Licht wij weerspiegeld zien in de mensen waarover wij horen in de evangeliën dat Hij ze ontmoet. En onder al die mensen neemt Maria Zijn moeder, een heel bijzondere, unieke plek in. Geen helderder spiegel van Jezus dan zij. Haar licht is het Zijne.

Vandaar dat de Kerk ons uitnodigt om niet alleen naar Jezus, maar om ook naar Maria te kijken. Eigenlijk is dat één en hetzelfde. Kijken naar haar is kijken naar Hem. Dat wil zeggen: als we Jezus “de bron” noemen van het levende water waardoor je nooit meer dorst krijgt, dan is Maria als een bekken tot de rand toe gevuld met dat water. En het kijken naar haar kan ons helpen denk ik om zelf ook zo vól van dat levende water, zo vól van Jezus en met Hem van God te worden als zijzelf is. Maria’s licht is dat van Jezus, maar dan in een vrouw, in een moeder bovendien. En dat voegt toch iets, ja véél toe. Maria maakt het voor veel mensen misschien gemakkelijker om van Jezus en om van God te houden, precies omdat zij vrouw en moeder is.

Vandaag, 1 januari, op het hoogfeest van de Moeder Gods, zal bisschop Jozef Punt samen met de hulpbisschop in het heiligdom van Onze Lieve Vrouw ter Nood te Heiloo ons bisdom onder de bijzondere bescherming stellen van Maria. In de brief die wij hierover van de bisschop ontvingen schrijft hij: “Het afgelopen jaar is getekend geweest door intensieve besprekingen rond herstructurering en reorganisatie (van het bisdom). Nu dit alles geleidelijk z’n voltooiing nadert komt bij velen - en ook bij mij - steeds sterker het verlangen op om onze aandacht te verleggen naar de “binnenkant”, naar inhoud, missie, evangelisatie, maatschappelijke presentie. Ook de toestand van de wereld om ons heen vraagt hierom. Natuurlijk, er wordt al heel veel gedaan overal in ons diocees, maar tegelijk merken we zo vaak dat missionair élan niet allereerst onze prestátie is, maar een geschenk, een charisma. Is het teveel als ik zeg dat we ten diepste wachten op een nieuwe doop in de Geest? De kerk van het begin kon alleen daardoor tot leven komen en de wereld van die tijd tegemoet treden. Het was de vrucht van geloof en van gebed van de leerlingen, “samen met Maria, de Moeder van Jezus”.

Wat toen gebeurde, kan nog steeds. Maria vervult hierbij een sleutelrol. Waar zij spreekt, zoals eens in Cana, doet de Heer wonderen. Waar zij is, is ook haar Zoon en de Heilige Geest. Met de toewijding aan Maria, op de drempel van het nieuwe jaar, wil ik onze parochies, de priesters en diakens, de pastoraal werkers en religieuzen, catechisten en vrijwilligers, gezinnen en alleenstaanden, jongeren en ouderen, kortom ons allemaal, toevertrouwen aan de bescherming en voorspraak van de Moeder van de Kerk. Ik wil dat graag doen met allen die samen de kerk van Haarlem vormen, en hoop dat we daarin echte verbondenheid mogen ervaren. Maria boezemt niet alleen vertrouwen in, ze is een bijna universele icoon van vrede. Vrede die onze gewonde wereld en ook wijzelf zo hard nodig hebben. Haar uitnodiging om onze hoop op Jezus te stellen, de troost en heling die velen in ontmoeting met haar ontvangen, bescherming en zegen voor het nieuwe jaar, dat alles wil ik op 1 januari graag (…) met de gelovigen van ons bisdom delen. Mag ik op u rekenen?”

Tot zover de brief bisschop Punt. Dat hij inderdaad op ons rekenen mag beminde broeders en zusters en dat wij met Maria op kop van ook dit nieuwe jaar 2007 daar, ondanks alles, met een gerust en blij hart aan durven beginnen. Amen.

Zoeken in Preken Online