Homilie op het Feest van de opdracht van de Heer (Maria Lichtmis):
“Simeon droeg het Kind, maar het Kind droeg de grijsaard” (Lc. 2, 22-32)
Tielt, 2 februari 2014
Het moet een ontroerend beeld geweest zijn: die oude, diepgelovige Simeon in de tempel, die het Kind Jezus in zijn armen neemt en zijn vreugde, verwachting en onrust uitspreekt bij dat lang verwachte geluk dat hem te beurt valt.
Het roept het beeld op van de jonge moeder met haar kindje in haar armen. Ook zij weet geen blijf met haar vreugde. Ook zij koestert de mooiste dromen voor dat kind. Ook zij kent een stuk angst: wat zal er van dat kind geworden?
Kinderen wekken in ons een reeks heerlijke gevoelens. Van kinderen kun je heel veel leren.
Kinderen wekken in ons gevoelens van vreugde en verwondering.
Je moet eens letten op de mensen die naar een kind in de wieg kijken. Ze maken tedere kindergeluidjes, net als in het Kerstliedje “na, na, na, na, na”, om de aandacht van dat kind op zich te trekken. Ze maken daarbij de simpelste, naïeve kindergebaren. En de pure glans en de ontwapenende lach van dat kind worden weerkaatst op het gelaat zowel van de stoere boer als van de strenge directrice of de onhandige puber.
Een kind wekt in ons gevoelens van poëtische tederheid en ongekunstelde vreugde: twee gevoelens waaraan de mensen in onze harde en zakelijke maatschappij sterk behoefte hebben. “Chaque homme porte en lui un poète mort à vingt ans” (Elke mens draagt in zich een dichter die op 20-jarige leeftijd gestorven is) schreef de Franse dichter Paul Valéry. Dat is inderdaad het lot van heel veel mensen.
Vele huwelijken verzanden in een prozaïsche routine. Er steekt geen frisheid meer in de relatie tussen man en vrouw. Ze hebben de tedere gebaren van hun verkeringstijd verleerd en kunnen niet meer de kunst beoefenen van het lieve woord en de veelvuldige attenties. Nochtans “Il faut des rites” (Er zijn ritussen nodig) schreef de Franse schrijver Saint-Exupéry in zijn diepzinnig sprookje Le Petit Prince. Ook in de relatie met hun grotere kinderen steekt geen vreugde meer, maar veelal ontgoocheling en soms zelfs verbittering. En sommige grotere kinderen beschouwen het huis van hun ouders als een goedkoop driesterrenhotel, waar je enkel nog komt om te eten en te slapen, om je vuile was af te geven en je vers linnen op te halen of om je zakgeld of je kostgeld op te strijken.
Man of vrouw, jongen of meisje, dood de dichter in je leven nooit. Kijk wat meer naar een klein kind. Zijn spel is een avonturenroman, zijn verhaaltjes zouden het scenario kunnen zijn van een sciencefictionfilm en zijn glimlach zou zelfs een beul ontwapenen.
De poëtische tederheid van een kind zal je misschien rukken uit de prozaïsche eentonigheid van je bestaan. Het kind kan weer een frisse glimlach van ongekunstelde vreugde op je afgeleefd gezicht toveren.
Blijf ontvankelijk voor de betoverende kracht van het kind. Het brengt wat tederheid en vreugde in je monotoon bestaan.
Een moeder met een klein kind op haar arm steekt boordevol verwachtingen.
Ze hoopt dat het gezond zal zijn, mooi en sympathiek, knap van verstand en vlot in de omgang. Ze hoopt dat het een goede toekomst zal hebben en de trots zal zijn van zijn ouders, enz… Kleine kinderen leren ons leven meer met verwachtingen dan met herinneringen.
Je bent jong zolang als je meer over de toekomst praat dan over het verleden. Toen men aan François Mitterrand bij de Franse presidentsverkiezingen in 1988 vroeg of hij zich niet te oud voelde om president te worden, antwoordde hij met de woorden van Jules Romains: “La jeunesse, c’est le temps qu’on a devant soi” (De jeugd is de tijd die men voor zich heeft).
Vele mensen leven enkel van hun verleden. Zelfs sommige jongeren van 25 jaar zeggen graag, net als de oude mensen, “in onze tijd”, met daarbij het stukje heimwee naar de tijd van toen, waar het allemaal zoveel beter was. Vele mensen leven zonder verwachtingen. Ze houden het leven voor bekeken omdat de mooie dromen die ze gekoesterd hebben, geen realiteit geworden zijn. Die ervaring produceert veel gebroken, ontmoedigde en ontgoochelde mensen.
Kijk dan weer eens naar een klein kind, dat geen verleden heeft maar enkel toekomst. Het zal je weer leren dromen, hopen en verwachten. Het zal je de kunst leren om eeuwig jong te blijven, zelfs als je heel oud wordt.
De moeder die naar het kindje op haar armen kijkt, voelt ook een stukje onrust en onzekerheid. Wat zal er van haar kind geworden? Een rechtmatige vraag! Dat kind kan ziek worden. Het kan een verkeerde weg opgaan. Het kan zijn ouders ontgoochelen en verdriet aandoen. Inderdaad, kinderen mislopen soms, omdat ze meestal niet lopen op de wegen die de ouders uitstippelen. Bij het afscheid van het college in Brugge waar ik directeur was, heeft een 18-jarig meisje dat zo treffend voor de ouders verwoord: “De realisatie van uw dromen over ons kunnen we niet garanderen. Wees niet ontgoocheld als uw jurist een restaurant wil openen, uw dokter liever aan biologisch tuinieren denkt, uw architect droomt van een antiekzaak, uw tolk meer zin heeft voor een politieke carrière, uw verpleegster kiest voor een schoonheidsinstituut. De toekomst behoort niet enkel aan hen die vroeg opstonden, maar ook aan hen die later geboren zijn.” Dat zei dat 18-jarig meisje. Dat alles kan ouders bedroeven en ontgoochelen.
Kijk dan eens naar Simeon in de tempel, over wie men vroeger in de antifoon in de vespers op Maria Lichtmis zong: “De grijsaard droeg het Kind, maar het Kind droeg de grijsaard.”
Als je een kindje in je armen neemt, voel je je onmacht en onzekerheid en word je blij te mogen geloven dat zijn naam geschreven staat in de palm van Gods hand en dat God de naam van dat kind nooit uitwist, zelfs niet als zijn moeder dat kind zou vergeten. Als volwassen mens kun je ook zo ontroerd zijn als je een kind ziet bidden met een onbevangen geloof en vertrouwen. De grote vraag aan ons, volwassenen, is: Kunnen wij dat nog? Zijn wij door onze welstand en kennis niet te trots geworden om onze handen te vouwen als een kind en voor een kind? Is onze nek niet te dik geworden om ons hoofd te buigen en onze stramme knieën te plooien voor een gebed?
Als je dat kunt, wordt je onrust bij het aanschouwen van een kind omgebogen tot rustige zekerheid.
Ook dat kun je leren van een kind.
Dan krijg je het gevoelen van de oude Simeon in de tempel: “Ik draag het kind maar het kind draagt ook mij.”
Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt