Beste dorpsgenoten,
Het prachtige verhaal dat ik u heb voorgelezen, is de meesten van u vertrouwd. De een of ander vraagt zich misschien zelfs af of er niet iets anders te horen zou zijn. Het is in elk geval een verhaal waarbij niets hoeft te worden uitgelegd.
Met de eerste lezing die Marian Verstappen u heeft laten horen, ligt het anders. Daar hoorden we: “Het volk dat in het donker wandelt ziet een groot licht; een licht straalt over hen die wonen in het land van doodse duisternis. Gij hebt hun blijdschap vermeerderd, hun vreugde vergroot.”
“Ho, ho”, zou iemand kunnen vragen: “Waar speelt dat moois zich dan af?” En toch wordt deze tekst telkens opnieuw voorgelezen. Maar slaat ze nog op ons, op wat wij meemaken?
De afgelopen dagen heeft U kunnen lezen in de krant en op de TV kunnen zien, dat de ontkerkelijking, het niets te maken hebben met de kerk, onvermindert voortgaat. Met name geldt dat voor de katholieke kerk.
Intussen is mijn overtuiging groeiende dat niet enkel en alleen de heilige boeken van meer dan twee duizend jaar geleden een boodschap voor ons hebben, die ons de weg wijzen en die ons bemoedigen.
Ik ben er van overtuigd dat O.L. Heer zich evenzeer wil laten horen in wat wij, mensen van NU meemaken en denken en schrijven, in wat de media ons NU medelen, in de ontdekkingen die de wetenschappen NU doen en in de muziek waar we NU naar luisteren.
Vanuit die overtuiging laat ik u twee stukken uit de krant horen.
Het eerste las ik vanmorgen:
“De afgelopen jaren kalfde het ledenbestand van de kerken voortdurend af. Merkwaardig genoeg veroorzaakte dat bij de kerken wel ongerustheid, géén daadkracht. De kerken reageerden zoals mensen reageren die door een aardbeving of zo iets getroffen worden: heel erg maar niets aan te doen. Ze richten hun blik naar binnen. De R.K. Kerk sloot zich op binnen haar ware leer die eeuwenoud is. De protestantse kerken hebben veertig jaar gekibbeld of ze nu samen zouden gaan of niet.
Sommigen noemen het bemoedigend dat onkerkelijkheid niet het gevoel voor God en godsdienst vernietigt. Godsdienst laat zich zien in nieuwe, losse verbanden, buiten de kerk, zonder gemeenschap te vormen. In waxinelichtjes en stille tochten, in zelfbedachte huwelijksceremoniën, massaal de kerstnachtmis bezoeken. Dat mag zo zijn. Maar als niemand meer de noodzaak voelt om een zekere vorm van gemeenschap en van saamhorigheid in stand te houden, dan zal de dag komen dat de laatste grijsaard het licht uitdoet. Daar zijn de kerken zich te weinig van bewust.
Natuurlijk moeten de kerken zich niet aanpassen aan de eisen van de “consument”. Een geloofsgemeenschap, een parochie, is geen Albert Heijn, en ze moet dat ook niet willen zijn.
Alleen een kerk die van de ene kant haar rijke traditie uitdraagt en tegelijk een open oog heeft voor het hedendaagse levensgevoel, maakt indruk en trekt aan “.
Dit stuk is geschreven door de redactie van het Dagblad Trouw. Nu ga ik u een ingezonden brief voorlezen uit die zelfde krant. Boven de brief staat: Moslima in de nachtmis en hij is ondertekent door Fadoua Bouali. Zij vertelde hoe ze in het ziekenhuis waar ze werkte gevraagd werd patiënten te begeleiden die de nachtmis wilden bijwonen. De plek naast haar bleef leeg totdat alles vol was. “De mis verliep volgens plan, er werd mooi gezongenen de pastoor hield zijn preken.Maar ik zat op iets te wachten. Ik wilde innerlijk geraakt worden. Maar dat gebeurde niet totdat de pastoor de kerkgangers uitnodigde om met elkaar de vredesgroet uit te wisselen. En iedereen begon elkaar een hand te geven en ‘vrede’ te wensen. Ook ik gaf de mensen achter me, naast me en voor me een hand. En eindelijk gebeurde het, ik werd geraakt. De vredesgroet was voor mij vertrouwd, de vredes-shaloom-sallaam-groet is de boodschap van mijn geloof, de islam. De profeet Mohammed, vrede zij met hem, heeft over de vredesgroet gezegd: :Jullie zullen het paradijs niet binnengaan voordat jullie geloven. Jullie zullen niet werkelijk geloven voordat jullie van elkaar zullen houden. Ik zal jullie vertellen hoe jullie van elkaar kunnen houden. Wissel met iedereen de vredesgroet uit.” Later vroeg ik aan Nederlanders die de nachtmis bijwonen of zij ook zo geraakt kunnen worden door de vredesgroet. Nee, dat gevoel hadden ze niet, werd me verteld.”
Die vrouw werd opeens geraakt. Zij werd niet katholiek maar wat Vrede betekent werd haar opeeens veel duidelijker. Kijk, dat was voor haar een moment van openbaring. Zij werd even geraakt zoals Mozes werd geraakt toen hij het braambos zag branden en voelde dat God in de buurt en in de weer was.
Wat ik wil zeggen is dit: telkens als ons iets overkomt dat ons blij maakt, dankbaar, dat ons verwondert, dat ons de tranen in de ogen brengt, dat ons stil doet zijn, dan laat God zich zien en horen, dan openbaart God zich, even echt als in die boeken van meer dan 2000 jaar oud.
Wat ik vragen wil is dit: als u zo iets meemaakt, leest of ziet, schrijf het op en lees het voor hier in de kerk of laat het voorlezen. Zoals u zelf geraakt werd, zullen anderen geraakt worden, juist zoals de mohammedaanse vrouw mij raakte met haar verhaal. En zo krijgen we een nieuwe gemeenschap, mensen die naar elkaar luisteren en beseffen dat God nog steeds van zich laten horen op nieuwe manieren..Een nieuwe gemeenschap waarbinnen nieuwe verhalen ontstaan, juist zoals het een paar duizend jaar geleden gebeurd is.
En dan kan het gebeuren dat we iemand iets horen zeggen of zingen, ongeveer zoals in die eerste lezing: “Het volk dat in het donker wandelt, ziet een groot licht; Gij hebt hun blijdschap vermeerderd, hun vreugde vergroot”.
Overkomt zoiets niet aan ouders als ze hun pasgeboren kind vastpakken? Overkomt dat niet aan mensen als ze elkaar in de ogen kijken en die moeilijk woorden stamelen: Ik houd van jou? Is u nooit zo’nervaring overkomen?
Als we aandacht hebben voor wat ons op zulke heilige momenten overkomt, zullen we heel vaak meemaken wat Mozes meemaakte en voelen dat we op heilige grond staan. Dan zullen we voelen wat die herders in Betlehem voelden. Pak dan gauw een pen en een stukje papier om een stukje van de nieuwe bijbel voor de nieuwe kerk te schrijven.
Dat het zo moge worden.