Het wonder van het leven (1997)

Feest · 25 december · Kerstnacht · wit

HET VERLOREN WONDER


Van Koten en de Bie speelden onlangs het bezoek van een patiënt aan de huisarts. De man wil iets weten over codicillen. Hij wil voortleven na de dood, oppert de mogelijkheid van reïncarnatie, maar de dokter ontneemt hem elke hoop. “Dood is dood.” Tenslotte grijpt de patiënt naar een oud woord uit de binnenzak van zijn geheugen. “Maar de ziel, die leeft toch verder?” Het klinkt bijna smekend. “Beste meneer, de ziel is maar een idee!” De dokter vouwt de handen en kijkt zijn patiënt triomfantelijk aan. Tegelijk demonstreert hij het onbenul van onze dagen. Het lichaam is namelijk óók maar een idee, net als de ziel. Heel ons kennen bestaat uit begrippen. Ons denken is de gevangene van de taal. De alomvattende werkelijkheid, het Mysterie waarin we zijn, kunnen wij slechts vermoeden met hulp van symbolen en gedichten. We hebben het wonder van de schepping met woorden dichtgeplakt en onzichtbaar gemaakt.\

HET LIED VAN DE STERREN

Daarom vult Lucas de hemel met engelen en de stilte met muziek als hij Jezus’ geboorte beschrijft. Ik heb veel vaders en moeders met sterke beelden horen zeggen hoe bijzonder de nacht was waarin hun kind ter wereld kwam: “Toen ik uit de vroedvrouwenschool naar buiten liep, de vrieskoude nacht in met zijn heldere sterren, toen keek ik om mij heen en het was of ik alle dingen voor de eerste keer zag; de bomen, ik wilde ze omarmen; de maan, ik wilde haar toeroepen: ik heb een dochter!” Ons bestaan is een ontzagwekkend wonder en soms is het ons gegeven dat mysterie aan te raken. Het is mogelijk in de stilte, in de verrukking. “God, wat is de wereld ontroerend mooi, soms wreed en ondoorgrondelijk; maar diep onder alle gemis en pijn ligt toch een grenzeloze hang naar dit bestaan.”
Vaak zien we niet de wereld die door God gewild is, maar enkel een schaduw ervan. Dan zien we alleen maar het nut van dieren en planten en niet hun schoonheid. We zien de winst die een bos oplevert en niet het wonder. We komen niet meer het mysterie tegen maar onze behoeftes. Eerbied is berekening geworden. Voor de moderne mens zijn verrukking en extase te weinig bron van inzicht.
Vannacht willen we weer die oorspronkelijke adembenemende verwondering voelen van een kind dat danst achter vlinders waarvan het de namen niet kent. Vannacht willen we engelen horen en Gods zegen voelen. Het kerstverhaal vertelt dat in schijnbaar alledaagse gebeurtenissen God geboren wordt.\

GOD RUIKT NAAR BABY

Dus toen de grote Gaius Octavius eerste burger van Rome was… - later zal men hem vanwege de vrede die hij bracht de eretitel “keizer Augustus” geven…, toen Quirinius landvoogd van Syrië was, - heel precies schijnt Lucas het niet meer te weten, er worden namen en jaren dooreen gegooid maar hij wil zeggen dat het om onze eigen geschiedenis gaat…, toen dus, moesten Maria en Jozef op weg om zich te laten inschrijven. Al die schijnbaar toevallige omstandigheden voeren de jonge ouders naar de geboortestad van David. Naar de velden waar de legendarisch koning als roodharige puber tussen de schapen had gelopen. Als dit geen tweede David wordt! Dus in die dagen, waarin beproefde mensen vertwijfeld hun handen omhoogheffen en zeggen: Waar is God? Hoe kan Hij mij dit aandoen? Daar ligt hun dode moeder, hun ontzielde man of vader; daar zijn de beelden van verminkte kinderen in landmijnen van een vergeten oorlog getrapt. In die dagen waarin wij roepen om God, om een koning met macht, wanneer het stil blijft en de sterren zelfs niet de echo teruggeven van onze klacht, in die dagen geschiedt het dat God voelbaar werd in een kindje dat huilt, dat kou lijdt en warmte zoekt, dat de teerste krachten, de grootste offers bij mensen oproept. God ruikt naar baby vannacht!\

DE KERST VAN MAARTEN

Verleden jaar stierf Maarten. Zomaar, zonder waarschuwing; een hartstilstand en Maarten was er niet meer. Hij leefde in een huisje in het bos, op het terrein van een grote kliniek voor mensen met een geestelijk handicap. Hij woonde er al vanaf zijn jeugdjaren en zou er wel nooit meer weg kunnen. Nu had zijn hart het opgegeven. De afscheidsdienst vond plaats in de kliniek temidden van familie en medepatiënten. De voorganger vroeg wie nog wat wilde zeggen. Daarop ging een jongeman moeizaam rechtop staan. Voetje voor voetje schuifelde hij naar voren. Zijn ogen waren rood van de tranen en de half openstaande mond lekte speeksel. Zijn gezicht was een en al binnenkant en een en al droefenis. Hij ging eens goed voor de microfoon staan, hetgeen de voorganger de opmerking ontlokte: “Niet te lang maken, Alex!”; hij kende de zijnen! “Nee!”, zei Alex, moeilijk verstaanbaar vanwege zijn verdriet en zijn handicap. Hij keek ons aan met een gezicht als een open wond. “Jullie hoeven je geen zorgen te maken over Maarten”, kwam er uit. “We voelden het aankomen.” Dat was voor iedereen nieuw, maar misschien leefde Maarten met zijn goede vrienden wel veel dichter bij allerlei doodsgedachten dan wij konden bevroeden. Misschien had hij het elke avond al zien aankomen. Alex ging verder: “Daarom heb ik vorige week donderdagavond alvast kerstmis gevierd met Maarten, dus dat hebben we gehad. Daar hoeft u geen zorgen over te hebben.” Hij begon zachtjes te huilen en werd van de microfoon weggeleid. Ik dacht: dat moet een kerstmis geweest zijn! In de schamele vergetelheid van een psychiatrisch centrum, twee uitgerangeerde lieden op een kamertje met een hoofd vol doodsangst, een hart vol verlangen naar genegeneheid en een fles vol wijn. We konden gerust zijn. Hier was kerstmis niets meer of minder dan de essentie van het leven: mensen die God welkom heten omdat zij elkaar bevestigen.

Zoeken in Preken Online