Kerstmis

Feest · 25 december · Kerstmis · wit

Advent. De liturgie zingt in deze donkere dagen vanouds het Rorate Caeli. Een lied dat is samengesteld uit flarden profetische poëzie, een caleidoscoop van adventsgedachten en bijbelverzen, een mozaïek van citaten uit Jesaja vooral… Het is een oud lied dat ons wil leren : het Woord dat met Kerstmis is vlees geworden, is niet groter en niet indrukwekkender dan een paar dauwdruppels, en het Rijk der hemelen dat er uit voortkomt zal toch telkens weer niet veel effectiever zijn dan een handvol graankorrels dat in de aarde valt… Het is met de strofen van dat lied ongeveer zoals in ‘Zomaar een dak…’ op vandaag wordt gezongen : het zijn stuk voor stuk ‘Woorden van ver, vallende sterren, vonken verleden hier gezaaid. Namen voor Hem, dromen, signalen, diep uit de wereld aangewaaid…’.

De dauw die neerdaalt, de wolken die overlopen van gerechtigheid, - dat beeld is van oudsher in onze Adventsliturgie toegepast op de geboorte van de Messias Jezus van Nazareth, de rechtvaardige bij uitstek…

De liturgische kleur van de Advent is paars. De kleur van de ‘gemengde gevoelens’ : rood en blauw. Blauw zijn onze dromen en diepste wensen – ‘De lucht is blauw en ik hou van jou…’. Rood is de kleur van de hartstocht en de vurige liefde, maar rood is ook de aarde die gedrenkt is in het bloed van de slachtoffers van oorlog en geweld, overal.

Blauw is de droom van de gerechtigheid, en iedere Advent houdt de liturgie bij manier van spreken een pleidooi voor ‘meer blauw op straat’. Maar rood is de tint van onze binnen- en onze buitenkant. Rood van de blos op de wangen om wat onrecht is, rood van schaamte, rood van verlegenheid omwille van zoveel uitsluiting en armoede die er nog altijd is;

Wanneer je dit blauw en rood, de droom en de realiteit bij elkaar brengt en met elkaar vermengt, krijg je paars. De boetekleur én de kleur van de hoop en de verwachting. Kleur van spijt en van verzoening. Koninklijke kleur ook, van het Kind dat komt en dat een Koningskind zal zijn dat recht uit de hemel komt. Paars is de liturgische kleur van de Advent en de Vasten. De twee ‘tussenseizoenen’ in het liturgisch jaar. Tijden van verlangen en versterven, tijden van hunkering naar wat komen gaat…

En dus belijden wij bij het begin van elke Adventsliturgie telkens weer onze schuld, en roepen ‘Kyrië Eleison’, omdat wij nog maar eens beschaamd staan omwille van onze halfslachtige omgang met de armen, die mengeling van onmacht en onwil om bijvoorbeeld een politiek en een economie te ontwerpen die de armoede écht terug wil dringen en de uitsluiting wil tegengaan.

Maar we zouden niet mogen nalaten om daarna ook telkens een beetje ‘Gloria’ te zingen, om alles wat goed en tof is, de vele mensen die zich inzetten voor Welzijnszorg en Welzijnsschakels bijvoorbeeld, de zinvolle projecten die metterdaad iets aan het onrecht van armoede en uitsluiting proberen te veranderen, de vele armen zelf, die zienderogen het woord nemen en als ervaringsdeskundigen aan de machten en krachten in deze wereld gaan vertellen wat ‘goed nieuws’ is voor hen, en wat enkel oogverblinding is, niet meer dan wat holle slogans en loze beloften…

Het tere blauw van onze dromen en het felle rood van de schaamteblos op onze wangen : ze vloeien steeds weer samen tot het paars van de Advent. Niet het trotse, koninklijke purper van wereldse machthebbers en kerkelijke prelaten, maar het bescheiden paars van het verlangen en de hoop, van het heim-wee dat ons er constant aan herinnert hoeveel mensen nog niet thuis zijn en letterlijk nog niet eens een huis hebben, een woning waarin ze zichzelf kunnen zijn en zich op een aanvaardbare, menswaardige manier mogen geborgen weten.

Het paars van de Adventsliturgie herinnert ons ook steeds weer aan woestijnbestaan en pelgrimsschap. Wij zijn altijd onderweg, tussen de liefde en de leegte…(Stef Bos). Wij leven tussen droom en daad. En Willem Elsschot heeft het ons voorgoed gezegd : ‘…tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren, en ook weemoedigheid die niemand kan verklaren, maar die des avonds komt, wanneer men slapen gaat…’

U kent wellicht het verhaal van die man die dag en nacht over de straten en markten van de wereld liep om te protesteren tegen onrecht en geweld, tegen leugens, onverschilligheid en cynisme. Aanvankelijk luisterden de mensen en moesten ze om hem glimlachen. Maar op de duur negeerden ze hem gewoon. De onrechtplegers bleven hun gang gaan in de wereld, en de wijzen hielden hun mond, alsof er geen rechtvaardige in hun midden was. Tot op een dag een kind, bewogen door medelijden, aan de protesterende man vroeg ‘Arme kleine man, u roept en protesteert, maar het kan toch niet zijn dat u niet ziet dat dit alles niets uithaalt ?’ ‘En of ik dat zie’, zei de rechtvaardige. ‘Maar waarom gaat u er dan mee door ?’ ‘Dat zal ik jou eens vertellen’, antwoordde de man. ‘Kijk, in het begin dacht ik dat ik de mensen kon veranderen. Nu weet ik dat dit niet zo simpel is. Maar ik blijf geduldig roepen en demonstreren, om te voorkomen dat de mensen mij zouden veranderen…’ (een verhaal van Elie Wiesel).

Wij wensen u een sterke en een zinvolle Adventstijd toe ! In de hoop dat we er samen werk kunnen van maken…

Geert Dedecker

Zoeken in Preken Online