Homilie op Kerstdag 2013: “Vreest niet!” (Lc. 2, 1-14)
Tielt, 25 december 2013
Een koorddanser in de nok van het circus riep naar de vele toeschouwers beneden: “Denken jullie dat ik geblinddoekt over die kabel kan lopen?” Het publiek riep “ja!” En denken jullie dat ik het met een kruiwagen kan?” En weer riep het publiek “ja!” En denken jullie dat ik het ook kan als iemand van jullie in de kruiwagen zit?” Toen werd het vrij stil. Er klonk nog wat gemompel, maar niemand bood zich aan.
Die toeschouwer in het circus, dat ben jij, dat ben ik: een grote mond, maar een klein en angstig hart.
Die angst was er ook bij de herders in het kerstverhaal, totdat ze uit de mond van de engel die centrale boodschap hoorden: “Vreest niet, want zie ik verkondig u een vreugdevolle boodschap die bestemd is voor heel het volk. Heden is u een Redder geboren.” “Wees niet bang!”, dat staat 365 maal in de Bijbel, toevallig één keer voor elke dag van het jaar.
Aan die bevrijdende boodschap hebben wij op onze dagen zo een sterke nood.
Ik wil jullie uitnodigen om met de herders van destijds mee naar de kerststal in Bethlehem te gaan. Bethlehem betekent “huis van het brood”. In een verhaal van R. Wiemers vroeg een kind aan zijn moeder: “Waarheen moet je gaan als je naar Bethlehem wil?” Waarop de moeder antwoordde: “Recht de straat oversteken!” Je hoeft niet ver te zoeken naar mensen die dat Bethlehem, dat huis van brood, broodnodig hebben. Het ligt overal waar mensen uitkijken naar vrede, waardering en gerechtigheid, maar ook overal waar in mensen de goedheid en menslievendheid van God zichtbaar worden.
Het kerstverhaal vertelt ons dat het nacht was toen Jezus geboren werd. Het is nacht als mensen geen uitzicht meer hebben of geen steun vinden. Aan zulke mensen is Jezus verschenen als het licht in hun duisternis.
De legende zegt dat het koud was in Bethlehem. Het hart van vele mensen in onze maatschappij is bevroren door eenzaamheid en armoede en hun vingers zijn blauw verkleumd door onverschilligheid van medemensen. Voor die mensen die in de kou staan brengt Jezus warmte.
Voor Jozef en Maria was er geen plaats in de herberg. Kunnen wij ons het lot indenken van de vele daklozen en vluchtelingen die op straat moeten leven en zelfs hun brood moeten stelen? Kunnen wij ons het lot voorstellen van mensen die uitgestoten worden omwille van hun andere huidskleur, omwille van hun land van herkomst, of omdat ze andersdenkend of anders geaard zijn? Met al deze mensen zonder rechten, die uitgestoten en altijd vol angst op de dool zijn, ook zo dicht bij ons, is Jezus verwant.
Er was ook armoede in Bethlehem. De herders hadden geen thuis, ze waren arm en hadden geen rechten. Voor hen was er geen plaats in de gewone stad van het leven. Bij ons groeit één kind op vijf op in armoede. Eén op drie eenoudergezinnen leeft in armoede. Eén kind op zes leeft in een huis zonder comfort. In ons land leeft één kind op de tien in een gezin waar niemand betaald werk heeft; in Brussel is dat zelfs één kind op vier. Die arme kinderen hebben het ook moeilijk op school. Hoeveel gezinnen kunnen vandaag niet meer hun belastingen, gas-, water- en elektriciteitsrekeningen betalen? Er zijn zoveel mensen met groot verdriet omwille van het afsterven van hun partner, een kind misschien of een goede vriend. Er zitten hier misschien mensen met grote angst omdat ze weten dat een dierbare of zijzelf zwaar ziek zijn en zich afvragen of zij er volgend jaar nog bij zullen zijn. En vele mensen maken zich zorgen over hun relatie of die van één van hun kinderen. Die armen, die mensen met zorgen en pijn, moet je niet ver zoeken. Je vindt ze misschien in je buurt of zelfs in je eigen familie. Zoek het werkelijke Bethlehem niet elders of ver weg.
Laten wij met de herders naar Bethlehem gaan en Gods goedheid en menslievendheid in ons hart opnemen en bereid zijn om zijn liefde een plaats te geven in ons eigen leven van elke dag. Gedragen door Gods liefde kunnen wij het misschien mogelijk maken dat op de koude nacht voor de armen een dag vol licht en warmte volgt.
Kerstmis nodigt ons uit de ogen te openen voor het vele lijden en de vele pijn in de wereld. De ster van Bethlehem wil onze ogen openen, want God wil het licht zijn in de duisternis van het leven. Stellen wij ons hart open voor Zijn licht, zodat wij het kunnen uitdragen naar alle mensen, vooral naar hen die in het duister leven en geen toekomst meer zien. Want Jezus is vooral gekomen om hen niet in de steek te laten en de Redder van de wereld te zijn. In Hem zijn Gods goedheid en menslievendheid op Kerstdag verschenen.
Laten we geloven wat Toon Hermans zo mooi verwoordde: “God stuurt ons engelen als wij het niet meer aankunnen.” Je hoeft dus niet te vrezen.
Ik wens elkeen heel gemeend een Zalig Kerstfeest.
Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt