Het 'ja' van God (2003)

Feest · 25 december · Kerstmis · wit

“Mijn Zoon ben jij,
Ik heb je vandaag verwekt”.

De Hebreeënbrief mediteert over dit woord uit psalm 2.
Een poëtische zin, eeuwen voor de komst van Jesus voor het eerst gezongen en nog later opgeschreven. Jesus was er toen nog niet. De dichter zal wel gedoeld hebben op het eerstgeroepen volk van Gods verbond, het Joodse volk. Zo zag Gods volk zichzelf: als Gods kind, Gods zoon.

De christenen zijn al heel vlug dit oude psalmwoord gaan toepassen op Jesus, de Heer die is opgestaan uit de dood.
“Mijn Zoon ben jij, Ik heb je vandaag verwekt”.

Maar het is ook gezegd over alle gelovigen, ook over u en mij. Vandaag mogen wij het in onze oren en harten laten weerklinken. God spreekt tot u en mij: Jij bent mijn kind, mijn dochter, mijn zoon.

Mijn voor- voorganger, pastoor-deken Joseph Keet werd ooit door een gelovige aangeschoten na de eucharistieviering, met de vraag:
“gelooft u eigenlijk wel dat Jesus de Zoon van God is?”
(Zou die gelovige het gewaagd hebben de rechtzinnigheid van deken Keet in twijfel te trekken? Ik durf het bijna niet te denken.)
Maar hoe dan ook, hij stelde de vraag of hij wel geloofde dat Jesus Gods Zoon is. Het antwoord van Joseph Keet luidde: “ja, dat geloof ik en ik geloof dat u het ook bent”.

“Mijn zoon ben jij, Ik heb je vandaag verwekt”.
De Hebreeënbrief en het begin van het Johannesevangelie houden beide de adem in. God is onder ons komen wonen. “Ja, het woord is vlees geworden! Hij is onder ons zijn tent komen opslaan…”

Zijn tent. Dat woord doet ons denken aan de tent waarin Gods aanwezigheid woonde tijdens de woestijntocht. Het leven van de gelovige is als een reis door de woestijn, op weg naar het land van belofte. We zijn hier niet blijvend gevestigd. En God is geen gevestigde god, die je kunt vastleggen in één beeld of kunt vangen in één dogmatische formule. Hij woont in een tent, een tijdelijke woning.

Hij is als een vader, die tot u en mij zegt: jij bent mijn zoon, mijn dochter. En zoals het een vader en ook een moeder betaamt, blijft Hij trouw aan zijn kind en Hij trekt - zoals ouders dat behoren te doen met hun kinderen - met ons mee door alle seizoenen van ons leven, op alle halteplaatsen van onze levenstocht. Vandaag vieren wij het “ja” van God tot uw en mijn leven. Hij zegt “ja” op u en mij in alle stadia van onze reis door de woestijn, die plek waar je je niet voorgoed vestigt, maar waar je doorheen moet trekken, op weg naar de belofte van de toekomst.

“Mijn Zoon ben jij, Ik heb je vandaag verwekt”. Weer vieren wij kerstmis. Het is alsof dit Kind van God niet in één keer geboren wordt. Zeker, we beschouwen het als een historisch feit dat Jesus werd geboren, twee millenia geleden in Judea, het zuidelijke deel van de toenmalige Romeinse provincie Palestina. Maar onze liturgie is geen historische exercitie.

Wij vieren dit feest zo uitgebreid in onze huizen en kerken dat er wel meer moet zijn dan een herdenking van een feit uit het verleden.
We vieren dat het Kind van God vandaag geboren wordt. Vandaag wordt God geboren voor u en mij, of beter nog - dat geve God - vandaag wordt Hij geboren in u en mij.

Wat betekent dit voor ons? Dat u, dat ik - zoals God - niet ben vast te leggen in één beeld, in één woord, één formule.
Dat u, dat ik veranderen mag, dat ik een vrij mens ben, van oneindige waarde. Omdat God zelf, de oneindige, de eeuwige mens geworden is. Opdat wij eindelijk ook mens zouden worden en geen geprogrammeerde exemplaren van de soort.

Dat betekent dat u en dat ik meer ben dan wat anderen van mij maken. Dat ik meer ben dan consument, werknemer of werkloze; meer dan mijn geslaagde of niet zo gelukte verleden; dat u en dat ik meer ben dan mijn kleinheid, mijn zondigheid, mijn lichamelijke of geestelijke broosheid, meer ook dan mijn onvermogen tot liefhebben of tot bemind te worden; dat u, dat ik meer ben dan mijn afkomst, mijn familiebanden en wat mijn verwanten van mij maken of willen.
Dat betekent dat u, dat ik de moed niet hoef te verliezen; dat er een nieuwe kans, ja een nieuwe geboorte mogelijk is.

“Aan degenen die Hem toch opnamen, heeft Hij het vermogen gegeven om kinderen te worden van God…Niet langs de weg van het bloed, niet door de begeerte van het vlees of door mannelijk streven, maar uit God zijn ze geboren”.

Daartoe vieren wij de geboorte van Gods Zoon.
Om, al liefhebbend, mens te worden.
Net als God.

Amen.

Zoeken in Preken Online