Kerstmis

Feest · 25 december · Kerstmis · wit

Het zal wel niet alleen bij ons thuis gebeurd zijn, dat er, wanneer de kerststal weer van zolder werd gehaald, de ene of de andere broze herder zijn hoofd kwijt bleek te zijn. Wij hadden er thuis in ieder geval wel van die zwakke broeders bij. Wanneer je de doos met gipsen beeldjes opendeed, zag je het al: hij hield een staf in zijn handen, maar had er zijn hoofd niet meer bij. Ieder jaar opnieuw werden de zwakke broeders gelijmd, en zo maakten we er weer hele mensen van. En er werd er nooit een weggegooid. Integendeel, die het meeste te lijden hadden gehad, werden met de meeste omzichtigheid behandeld.

Soms denk je dat wij, mensen, heel wat omzichtiger omspringen met de beelden van de kerststal dan met de beelden van God. En daarmee bedoel ik alle mensen, geboetseerd door Hem, gemaakt naar zijn beeld. ‘En op degenen die het meest te lijden hadden gehad, waren we het zuinigst’, zei ik, terwijl we in het leven van alledag veeleer opzien naar de sterken, de succesvollen en machtigen, en vaak voorbijzien aan de gebrokenen, de zwakken, de mensen die te lijden hebben gehad, gescheurd en gehavend door het leven.

De eersten die het goede nieuws van de kerstnacht te horen krijgen, zijn echter niet de groten en machtigen, zoals Augustus, Quirinus of Herodes, maar een stel zwakke en onaanzienlijke mensen, herders die in het open veld de wacht hielden. Zij zijn de eersten! ‘De luister van de hemel omstraalde hen’, aldus Lucas, die getuige is geweest van het latere leven van Jezus. Hij heeft gezien hoe Jezus de duistere en sterke machten heeft weerstaan.

Het ging toen immers zoals het vaak gaat: de machtigen keken neer op de zwakken, de meerderen op de minsten. De machtigen zeiden: Al die tollenaars en zondaars, al dat volk uit Samaria, al die blinden en lammen, al die herders en dwazen, al die onnozele mensen die de joodse wet niet kennen, daar valt niets meer van te maken, dus doe ze maar weg.

Maar Jezus zegt: Nee, zo hoort het niet. Hij biedt zwakke en gebroken mensen zijn hulp aan, en maakt er weer hele mensen van, en zij die de meeste scheuren vertoonden, kregen van Hem de meeste aandacht. Daarom gaat er op de eerste plaats voor hén een licht op in de duisternis. ‘De luister van de hemel omstraalde hen’, schrijft Lucas. Dat betekent: in dit kind, in deze mens is God zelf aan het werk. In Hem is God zelf mens geworden. Geen mens met het hoofd in de wolken, maar een medemens, een die in een tochtige schuur en een wankele kribbe te midden van gehavende en gebroken mensen wil zijn.

Zo is onze God mens geworden, en de vraag die overblijft, is of wij nu door zijn menswording te vieren er zelf ook meer mens van kunnen worden: medemensen, mensen met elkaar.

Kerstmis vieren en er zelf meer mens van worden, dat kan als we - ik citeer Jesaja - ‘mensen de ruimte geven, verdrukten de vrijheid, als we ons brood delen met de hongerigen, de daklozen opnemen, de armen bijstaan en ons niet onttrekken aan de zorg voor verwanten'.

Mens worden, dat kan als wij proberen medemens te worden. En dus: beter een gelijmd hoofd vol goede wil dan een stel hersens vol berekening; beter een gebroken hart dan een hart van steen; en beter vuile handen dan schone die nog nooit een ander geholpen hebben. Welkom bij de stal, ieder die van goede wil is, en dus niet weggooit wat gehavend is, en helen wil wie gebroken is. Welkom, en zalig kerstfeest!

Zoeken in Preken Online