Evangelieprikje (2005)

Feest · 25 december · Kerstmis · wit

Het verhaal van Jezus’geboorte zoals het ons overgeleverd is door Lucas, is een ontroerend verhaal. Het doet ons in de donkerste tijd van het jaar dromen van een wereld waar het goed is voor iedereen. Een kind heeft al iets vertederend, als de traditie er in de loop van de jaren nog ijzige sneeuwkou aan toevoegt, dan is het helemaal in orde.

Het is uiteraard duidelijk dat het hier niet gaat om een ooggetuigeverslag maar wel om een soort proloog van het evangelie waarin al zeer bondig de kern van het goede nieuws wordt medegedeeld.

Er is bijvoorbeeld dat vers dat ons zegt dat er geen plaats meer was voor hen in de herberg of in het gastenverblijf (afhankelijk van de vertaling). Over dit ene vers is al veel gezegd en geschreven, ik denk niet dat ik daar nog iets kan aan toevoegen, ik kan alleen maar herhalen. In dit ene vers zegt Lucas al hoe “de mensen” gaan reageren op Jezus. We bevinden ons in Palestina, een land waar het een heilige plicht is gastvrij te zijn. Het is één van de belangrijke aspecten uit de Wet van Mozes. Hoe heilig de gastvrijheid is vind je in mooie verhalen als de cyclus rond Abraham. In dit zogenaamde gastvrije land is er geen plaats in het gastenverblijf. Daar, in het land waar de godsdienst je vraagt zelfs vreemden op te vangen, is er geen plaats voor eigen volk. Vol is vol natuurlijk, maar is dat een excuus om een zwangere vrouw en haar echtgenoot aan de deur te zetten? Welke samenleving doet dat? Of heeft het te maken met het feit dat het jonge paar uit het land der heidenen komt, Galilea? Nog voor Hij geboren was, was er al geen plaats voor Hem. Misschien mag dit gegeven ons wat helpen om te relativeren dat er ook vandaag zo weinig mensen zijn die Hem nog verwachten. Dit verhaal leert ons dat God alleen maar aan de deur klopt, Hij beukt ze niet open met Zijn almacht, Hij gaat op zoek naar mensen bij wie Hij wel welkom is.

En zo gebeurt het dat de pasgeborene een voederbak als wieg krijgt. En nog veelzeggend: het zijn herders die als eersten het goede nieuws te horen krijgen. Zij, die met een meewarig oog bekeken worden door de orthodoxe joden, zij zijn het die de Messias het eerst mogen zien. De engelen gaan niet langs in het gastenverblijf om hen te zeggen dat ze iets missen, neen, wie God niet wil ontvangen als mens in nood, op zoek naar een plaats om “thuis” te kunnen komen, die zal God in zijn leven nooit vinden.

Al van in het begin weten we dat het goede nieuws juist hierin schuilt dat onze God een partijdige God is: Hij kiest de kant van de zwakkeren. God voelt zich niet thuis in paleizen of tempels, maar wil onder mensen wonen. Niet met pracht en praal, met veel wapengekletter, maar weerloos en klein als een kind, zo wil Hij mens worden.

Al van in het begin zien we dat dit een God is die niet naar geweld grijpt als Hij de deur voor zijn neus krijgt, neen, altijd weer blijft Hij liefdevol aankloppen. Als wij volgelingen willen zijn van deze God, dan zal ons geloof ook klein en kwetsbaar, maar uitnodigend gastvrij en aantrekkelijk zijn. We zullen mensen niet verplichten “godsdienstige” handelingen te stellen, alleen uitnodigen …

Hoe zit het met ons leven? Zijn wij werkelijk gastvrij of beperkt onze vrijheid zich ook tot mensen die goed in de markt liggen, die ook gastvrij kunnen zijn voor ons?

Wordt onze gastvrijheid soms ook beperkt door vooroordelen?

Is het niet schrijnend dat een nederlands predikant zich met recht en rede afvraagt of Maria en Jozef wel welkom zouden zijn in onze kerk? Wijst ook de officiële kerk ongehuwde koppeltjes die een kind verwachten niet de deur of op zijn minst de communie? Gelukkig is de pastoraal iets minder categoriek.

Zij die gastvrij zijn en ingaan op Gods uitnodiging, zullen met vreugde dit Kerstfeest kunnen vieren … Misschien moet ook de officiële kerk eens echt gastvrij leren worden en wie weet, zal ze dan wat meer “goed nieuws” uitstralen … en zal Jezus zich weer welkom voelen in Zijn eigen gemeenschap.

Zalige kerstdagen !!!

Zoeken in Preken Online