Zusters en broeders,
De laatste jaren worden er meer en meer vragen gesteld bij een kerstviering die inderdaad een viering is, iets feestelijks dus. Immers, werd Jezus niet in een stal geboren? En werd zijn geboorte niet eerst kenbaar gemaakt aan herders in het veld, in die tijd verschoppelingen en maatschappelijke randfiguren? Moeten we met Kerstmis dus niet vooral aandacht besteden aan de miljoenen kinderen die in ziekte, honger en ellende leven? Moeten we niet alle verschoppelingen centraal stellen die op geen enkele manier kunnen delen in de welvaart die wijzelf kennen? Moet Kerstmis geen bekroning worden van onze inzet voor Welzijnszorg? Tegelijk wordt erop gewezen dat Kerstmis verworden is tot één grote commerciële kermis. De winkels zijn open op zondag, er worden miljarden besteed aan dure en dikwijls nutteloze cadeaus, muziek schalt uit de luidsprekers, kerstmannen kruipen langs de muren omhoog, lichtkransen branden dag en nacht.
Zusters en broeders, dat is allemaal waar. Maar het blijft even waar dat Kerstmis een feest blijft dat we vol blijdschap mogen vieren. Een verjaardagsfeest nog wel. Een feest waarop we vieren dat God 2005 jaar geleden zijn mensen, al zijn mensen, in zijn armen drukte en zei: “Zie, ik geef u dit Kind, mijn Zoon. Ik geef u Mezelf, voor eeuwig.” Die dag blijven we gedenken, die dag waarop zijn Zoon geboren werd, die mens wou worden met de mensen, en die vanuit zijn menszijn kwam voorleven hoe we als mens kunnen staan tegenover God en tegenover elkaar. Ik denk dat we die dag inderdaad in blijdschap moeten blijven gedenken. Die dag waarop “het volk dat in de duisternis wandelt, een groot licht ziet; een licht dat straalt over hen die wonen in het land van doodse duisternis”, zoals Jesaja het zo feestelijk zegt. Die dag waarop de engel tot de herders sprak: “Vreest niet, want zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap die bestemd is voor heel het volk. Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer, in de stad van David.” Die dag mogen, nee, moeten we blijven gedenken en vieren.
En bij een feest horen nu eenmaal feestvreugde, licht en inderdaad ook cadeautjes, zeker bij een verjaardagsfeest. Kreeg ook Jezus bij zijn geboorte geen dure geschenken - goud, wierook en mirre - van wijze mannen die daarvoor van heel ver waren gekomen? Het is dus goed dat wij op deze verjaardag, die ook onze eigen verjaardag is, elkaar een geschenkje geven. Het is goed dat we op deze dag in vrede, vriendschap en blijdschap met elkaar doorbrengen. Gewoon omdat we blij zijn dat God met ons wil zijn.
Zusters en broeders, moge Kerstmis zijn en blijven een feest van vreugde en vrede, een feest waarop we samen met de hemelse heerschare God verheerlijken met de woorden: “Eer aan God in den hoge en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft.” Amen.