God zo anders... (2005)

Feest · 25 december · Kerstmis · wit

Het afgelopen jaar hebben talloze mensen rampen over zich heen zien komen. Soms waren ze onoverzienbaar zoals de Tsunami , morgen precies een jaar geleden, of de aardbeving in Kashmir enkele maanden geleden of de orkanen in Amerika.
Extra pijnlijk zijn de rampen die mensen elkaar rechtstreeks aandoen, de oorlog als in Irak en de gruwel van terroristische aanslagen……
Dit zijn de rampen die veel aandacht trekken, ze zijn spectaculair. Onvoorstelbaar veel mensen zijn er soms heel plotseling het slachtoffer van.
Het indrukwekkende karakter van een ramp wordt definitief vastgesteld als er een landelijke inzamelingsactie wordt gehouden. Nederlanders zijn daar goed in, want we drukken ons graag uit via geld.

Daarnaast zijn er de rampen die een mens persoonlijk treffen. Ze halen niet of zelden het grote nieuws omdat ze zich afspelen in de privésfeer. Dat komt alleen in de krant als het een BNer betreft, een bekende Nederlander. Maar het leed gaat even diep als bij de grote rampen wanneer iemand met ziekte en dood te doen krijgt, of plotselinge gebeurtenissen die diep ingrijpen in je leven en je echt raken ….. Dit soort rampen moet ieder voor zichzelf verwerken, al moet ik ook zeggen dat er naast het vele stille leed in onze samenleving ook veel stille inzet en hulp voor de mens naast je wordt gegeven.

In dit soort omstandigheden is er een vraag die voortdurend aan de orde is, soms tot in nieuws en praatprogramma´s toe. Het is ook een vraag die de verborgen achtergrond is van de lezingen van dit grote feest in de kerk: waar kunnen we God vinden?
Waarom helpt hij niet in die rampzalige toestanden waarin mensen kunnen raken of waarin mensen elkaar brengen? Heeft God de mens verlaten? Is het toch waar dat wij mensen eigenlijk tragische wezens zijn, tragisch omdat wij de enigen zijn op dit kleine stofje in de grote kosmos die zich ervan bewust zijn dat we alleen zijn, op onszelf aangewezen.

Ja, dat is het grote thema van de Kerstdagen: is God aanwezig onder ons? Bestaat hij werkelijk en laat hij zijn aanwezigheid gelden?
Of is hij toch ten slotte niet meer dan een voortbrengsel van de menselijke fantasie, ontstaan vanuit de tekorten en de beperktheid die iedere mens ervaart.
Zo in de trant van een film die ik laatst zag: een schipbreukeling op een onbewoond eiland had als enig gezelschap aan basebal. Hij tekende er een gezicht op, hij begon er mee te praten als was het een mens, hij had er echt gezelschap aan en hij gaf hem moed. Hij begon hem krachten toe te schrijven en ging hem ook verwijten te maken als hij tegenslagen te verduren kreeg…. Ontroostbaar was hij, toen die bal op zekere dag wegspoelde, toen was hij werkelijk alleen…. Aan zichzelf overgeleverd.

God waar kunnen we jou vinden? Het is een van de meest gestelde vragen van mensen.
Met deze vraag naar God is het als met iedere vraag: je kunt een vraag oplossen door zelf een antwoord erop te geven, of je kunt je openstellen en luisteren of er op een of andere manier ergens een antwoord wordt aangereikt, op je af komt.

De vraag stellen en zelf oplossen dat doen mensen die weten hoe het allemaal zit in de wereld, zij doorzien de mens, zij hebben scherpe theorieën over de mens en zijn wereld, ze weten zelfs te beredeneren hoe het met God zit. Het zijn mensen die de wereld en zelfs zijn toekomst min of meer in de zak hebben. God wordt voor hen dan ook een product van hun eigen werkzaamheid. Het zijn mensen van het type van de Schriftgeleerden en de Farizeeën, van de rijke jongeling, van de leerling die de beste plek wilde hebben in het rijk, het zijn mensen als Herodes en de keizer die eens wilde weten over hoeveel mensen hij de baas dacht te zijn en hoeveel belasting hij dus kon binnenkrijgen. Het zijn de mensen van macht, geld, bezit, vermeende kennis, veel geld en veel status. Johannes noemt hen: de wereld en de wereld kan alleen iets met God als God zich maar netjes aan de wereldse voorwaarden houdt.

Er zijn ook mensen de vraag op zich af laten komen, er voor open staan. Ze kunnen dat omdat ze maar heel weinig hebben waarop ze zich laten voorstaan, want ze weten dat ze maar klein zijn en in de ogen van andere mensen niet opvallend en soms wel tekort schietend.
We kwamen ze de afgelopen weken tegen in het verhaal van Matteus, zo iemand als Jozef, hij had wel zijn dromen maar geen pretenties, zoals Maria, die zich beschikbaar bleek te zijn voor het werk van Gods Geest, zoals wijzen uit het oosten …..
Deze kleine mensen delen één kenmerk:
ze zijn naar buiten gericht en naar de toekomst: ze maken zich geen illusies, maar ze dromen wel,
ze hebben visioenen, zij zien een ster als teken dat anderen ontgaat,
zij horen influisteringen van engelen, en aanvaarden wat ze zien en horen: God is onder ons gekomen als een kind;
hij heeft niet zijn intrek genomen in een paleis, maar heeft zijn tent onder ons opgeslagen;
in het duister van de wereld is God licht in de duisternis,
hij is het leven,
hij is onder ons komen wonen,
hij is zo gewoon, als een van ons.

De God van de eerste soort, eigenlijk een God naar ons eigen beeld en gelijkenis, dat zou een God zijn waar je bang voor moet zijn, hij eist en wil gewoon de baas zijn en alle mensen gaan er onder door. We zien dat gebeuren telkens weer als een religie zich op mensen baseert.

De God van het tweede soort is heel anders.
Hij nodigt voortdurend uit, hij aanvaardt wie we zijn, hij nodigt ons uit het beste van onszelf te laten zien en ons toe te vertrouwen aan het grote levensgeheim.
God stelt er geen voorwaarden bij in de zin van: jij zult naar de kerk gaan, je zult goed leven, je zult dit en je zult dat…
Hij biedt hij zich uitnodigend, voortdurend aan in kwetsbare beelden een kind, licht, leven.
En als u denkt, ja maar ik zie in de bijbel ook wel eens een andere God? Bedenk dan dat een dergelijk volwassen inzicht over en in God in de bijbel een periode van twaalf eeuwen heeft nodig gehad op uit te rijpen en om te komen tot wat Johannes onomwonden kan zeggen: God is liefde….

Als we vandaag Kerstmis vieren dan zijn we terecht blij en opgewekt en hebben alle reden tot vreugde want we mogen horen dat God niet is zoals wij hem zouden ontwerpen. God is de volstrekt andere, de Verrassende.
God die wij zo gemakkelijk de Almachtige zouden willen noemen, laat zich vandaag kennen in een kind, zo vertellen ons Matteus en Lucas.
In dit kind heeft Gods liefde handen en voeten gekregen, in dit kind steekt God zijn handen naar ons uit. Dat oergebaar van een klein kind - het steekt zijn handjes uit naar de volwassenen en vraagt zo om liefde, om geborgenheid, om zorg, om het opnemen van verantwoordelijkheid.
Dit menselijke oergebaar kan ieder van ons verstaan en er wel of niet op ingaan, naar gelang hij zelf verkiest.

Je ziet het ook in de gewone mensenwereld: hoezeer verandert een man als hij vader wordt, een vrouw als ze moeder wordt, want er is iemand gekomen die jou ten diepste doet voelen wat liefde betekent en die je daarop ook voortdurend op blijft aanspreken. Wie ik vasthoud, houdt mij vast. Ga je op dat oergebaar in en durf je je aan God toevertrouwen, echt een plaats voor hem in je leven in te ruimen, dan zul je ervaren dat God houvast zal bieden en geborgenheid. Het teken van het kind in de kribbe is het teken ervan hoe we de vervulling kunnen vinden van ons eeuwige heimwee naar geluk en liefde……

Johannes plaatst dat kwetsbare aanbod van God in een breed scheppingsperspectief. Het begin van zijn evangelie, zijn geboorteverhaal is eigenlijk een nieuw scheppingsverhaal: in het begin….
Hij vertelt ons dat God zich in de persoon van Jezus licht en leven laat kennen. En heel zijn evangelieverhaal gaat erover dat het komen van God -in al zijn kwetsbaarheid - verdergaat, dat het aanbod van liefde van God alsmaar doorgaat.

Laat God zich vinden? God waar ben je? Het zijn vragen die mensen zich steeds stellen en zich altijd zullen blijven stellen.
Vandaag wordt ons verkondigd dat God heel anders is dan wijzelf zouden verzinnen. In zijn menswording nodigt hij ons uit om ook meer mens te worden.
Dat wij gehoor geven aan die uitnodiging van God, dan zal aan ons in vervulling gaan wat we van Johannes hoorden:
“aan diegenen die Hem toch opnamen heeft hij het vermogen gegeven om kinderen te worden van God, aan hen die geloven in zijn naam.”
In die zin wens ik u van harte een zalig Kerstfeest.

Zoeken in Preken Online