Vannacht heeft de evangelist Lucas ons het kerstverhaal verteld, het verhaal van de wonderlijke geboorte van het goddelijk kind in de stal, in de kribbe; het is alsof de evangelist erbij heeft gezeten tussen de herders, van nabij heeft gade geslagen en de engelenmuziek heeft gehoord, een ooggetuige verslag.
De evangelist Johannes, die vandaag aan het woord is in het evangelie, vertelt ook over de geboorte van dit kind, maar doet dat op zijn manier. Hij neemt als het ware zijn schrijversstoeltje op en kijkt van op afstand, in plaats en in tijd Hij schrijft 50 jaar na Jezus’ dood het verhaal op over deze bijzondere mens, die de wereld op zijn kop heeft gezet, die ‘onze wereld heeft omgekeerd’. Johannes denkt na over wat met Jezus’ komst in beweging is gezet; het is een theologisch verhaal.
Johannes blijkt niet zo geïnteresseerd in hoe, waar en wanneer Jezus precies geboren is. Hem interesseert alleen maar: wat heeft dit mensenkind teweeg gebracht in onze mensengeschiedenis? Hem interesseert alleen: wie is Jezus en waar komt Hij vandaan, wat is zijn oorsprong? Daarom begint Johannes zijn verhaal met “in het begin” en hij legt het als het ware naast het verhaal van de schepping, dat ook zo begint. Zowel in het scheppingsverhaal als in het evangelieverhaal van Johannes staat Gods woord aan de oorsprong van een nieuwe wereld. De schepping ontvouwde zich door God die telkens sprak. De nieuwe wereld ontstond door Gods spreken, dat vlees en bloed geworden is in Jezus Daarover wil Johannes vertellen in zijn evangelie; het is zijn theologie in een notendop: God die mens wordt in Jezus; een mens die God een menselijk gezicht geeft; in Hem zien wij God.onder ons
Wij willen met de evangelist Johannes op zijn theologie doordenken: “Gods woord is vlees geworden, en is onder ons zijn tent komen opslaan; wij hebben zijn heerlijkheid gezien.” Om die gedachte wat dichterbij te halen, dit: ik kijk zelf graag naar mensen, die mij boeien, die ik mooi vind, die mij inspireren. En dan denk ik aan de grote mensen van onze tijd, aan een Nelson Mandela in Zuid Afrika, aan een Maarten Luther King in Noord Amerika, aan een Gandhi in India, aan een Oscar Romero in El Salvador, aan een Bonhoeffer die zich verzette tegen het Hitlerregime. Stuk voor stuk kanjers, die geweldige offers gebracht hebben voor hun ideaal van een betere wereld.
Dan denk ik aan de helden en heldinnen, die Woensdag op TV aan ons getoond werden, aan Mariska die in Ecuador op haar dooie eentje een kindertehuis runt, aan de 90 jarige tante Miep die zich met haar hele hebben en houden inzet voor de armsten in Hongarije, aan die sterke vrouw Elfrida die jonge meiden opvangt en perspectieven biedt, aan de door kinderen geliefde Marokkaanse onderwijzer Omar in Gorcum, die op school bruggen bouwt tussen culturen
Dan denk ik ook aan mensen van heel dichtbij: in onze familie, vriendenkring, buurt of parochie; vaak eenvoudige onopvallende mensen in een gewoon rijtjeshuis in een gewone straat in een gewone wijk. Mensen die op een bijzondere en onbaatzuchtige wijze zich inzetten voor het leven van de ander, en daar plezier in beleven. U kunt ze noemen; ik kan ze noemen. Het zijn mensen, die ons iets laten zien van hoe God er uit ziet, die mij iets laten zien van Gods goedheid en liefde, van - zoals wij straks zullen zingen - Gods mildheid en trouw. Ook in hen heeft God - zoals het evangelie zegt - zijn tent onder ons opgeslagen Ook door hen wijkt de duisternis voor het licht.
Het gaat met kerstmis immers niet zozeer over iets dat in een ver verleden, 2000 jaar geleden, gebeurd is. Het gaat over iets heel concreets, iets heel belangrijks voor ons allemaal, vandaag. Het gaat over: God nabij brengen, rakelings nabij. Het gaat over: God zichtbaar maken door zo goed als God te zijn. Het gaat over: God laten zien op deze wereld, door in het voetspoor van Jezus te gaan.
Want wat liet Hij zien? Dat echte menselijkheid, zoals die uiteindelijk door God bedoeld is, mogelijk is en voorkomt, al wordt ze ook elke dag weersproken door schreeuwerige oorlogstaal, door agressie en geweld, op grote schaal en op kleine schaal. Maar Hij zet ons telkens weer in beweging en houdt ons in de buurt van het kostbaarste dat diep in ons leeft: de mogelijkheid tot ‘goddelijke mildheid en trouw’. Hij laat zien dat het anders kan,dat het niet hoeft te blijven zoals het is.
Bijna alle bijbelse verhalen gaan erover, dat mensen kunnen opengaan voor wat ze zelf niet hadden bedacht of voor mogelijk gehouden, en dat hun leven kan veranderen. Bethlehem is in zekere zin lang geleden en voorbij. Maar dat er iets in ons kan plaats vinden en groeien van die bijzondere mens Jezus, dat is niet voorbij. Want het is niet waar dat we alleen maar onderweg zijn van geboorte naar dood, en dat we alleen maar telkens een jaartje ouder worden en verder niets. Nee, goddank, er is heel wat meer aan de hand. Jezus heeft laten zien hoe wij bedoeld zijn, hoe wij kunnen worden als mens. Hij is de uitvergrote foto van wat er diep in ons allen aan verlangen en potentieel leeft. In Hem kunnen wij onze diepste aanleg kennen. De echte mens, de mens zoals die bedoeld is, sluimert in ieder van ons. Daarmee raken wij aan de kern van het evangelie van vandaag: wij zijn niet alleen maar ‘vlees en bloed, niet uit man en macht, maar uit God geboren’… God is ons rakelings nabij!