Kerstmis (2006)

Feest · 25 december · Kerstmis · wit

In de voorbije kerstnacht is overal dat mooie romantische geboorteverhaal van Lucas gelezen: Over het kindje in de kribbe, over Maria en Jozef, engelen en herders. Maar vanmorgen heeft hier op ’t Zand het kerstverhaal geklonken zoals Johannes dat schreef voor zijn parochie op het einde van de eerste eeuw. Die parochianen hadden zelf Jezus al niet meer meegemaakt, net zo min als wij. Het verhaal van Lucas moeten ze zeker gekend hebben. Maar het ging Johannes er om dat ze de betékenis van dat romantische kerstverhaal zouden inzien en dat ze net als hij enthousiast zouden worden over de levensvisie van Jezus.

Hij schrijft zijn verhaal als een gedicht, een hymne, zó mooi, zo indrukwekkend: je durft er bijna niets over teN 180B in the Large Magellanic Cloud zeggen. Wat mij zo treft is dat hij zulke prachtige beelden gebruikt voor het geheim dat God is. Vooral dat beeld van Licht dat in de duisternis schijnt. In oude schriftverhalen kom je Godsbeelden tegen als vader, moeder, herder, reisgenoot. Maar ook licht en vuur, bron van leven, waterstroom, stem in je ziel die je maar niet met rust laat, of diepe stilte.In onze dagen ontstaan weer veel nieuwe beelden voor het mysterie dat God is: prachtig zijn ze soms!
God als diepste ziel van mijn bestaan, kracht die mij troost biedt als het leven niet zo loopt zoals ik hoop, wind onder mijn vleugels die mij door het leven draagt. Of levensruimte, ademruimte waarin alles er mag zijn: de zon, de bergen, flora en fauna, liefde en haat, ziekte en dood. Ikzelf ben in die Godsruimte ontstaan. Ik mag er bloeien en zal er vergaan.Och, eigenlijk doet het er niet toe wat je precies over God zegt of zingt, al die woorden en beelden, daar gaat het niet om. Uiteindelijk vervliegen al die beelden, ze zijn God niet.

Het gaat om de grondtoon: het vertrouwen, de overgave aan het Leven, dat groter is dan het mijne. Dat ik mij samen met ál wat bestaat en leeft en beweegt, geborgen weet in de ruimte die God is.En dat ik in die levensruimte de stille stem mag horen: heb vertrouwen, open je hart, het is goed, Ik ben er voor je, je mag er zijn en je mag worden wie je in wezen bent. Die aanwezigheid van God, dat gevoel, dat vertrouwen heeft Johannes zo sterk in Jezus ervaren. En wat dát aan een goedheid en een genezing teweeg brengt.

En daarom zingt hij dit lied van bewondering over Hem: hoe hij dat Woord van het begin, die Oorsprong van alles, dat Leven, dat Licht, dat Godsgeheim, in Jezus heeft zien gebeuren. En precies dat wenst hij ook zijn parochianen toe. Niemand heeft God ooit gezien, zegt hij. Maar als je iets wilt ervaren van dat mysterie, van je eigen levensdiepte, van je bestemming, dan moet je niet naar boven kijken. Kijk maar naar deze mooie mens. In Hem breekt het Licht van de Eeuwige door. Eindelijk iemand die vol is van God, vol van zijn Licht, zijn liefde, zijn recht; en die dat uitstraalt heel zijn lieve leven lang. Ik heb het zelf gezien, zegt hij. Ik heb Hem meegemaakt en ik ben helemaal wég van zijn levensvisie.

Wat Johannes zo graag wil is dat ook wij God laten plaatsvinden in ons bestaan. Dat wij weer vrijuit gaan leven in de ruimte die God is. Dat zijn Licht ook onze duisternis verlicht. En dat dat dan ook weer, net als bij Jezus, te zien is in ons leven: die rust, dat vertrouwen, die hoop, die liefde. Blijheid ook! Licht van Gods licht in een duistere wereld. Dat ook wij letterlijk schitterende mensen worden, lichtmensen, of zoals Johannes zegt: Godskinderen.
Want het echte menszijn krijg je niet automatisch mee bij je geboorte, zegt hij, uit de kracht van de man, uit de schoot van een vrouw. Voluit menszijn heeft hoe dan ook met God van doen. Daartoe moet je opengaan voor dat Godsgeheim, en Hem in je meedragen als je diepste wezen, je hoogste goed. Dat Hij de grond wordt waarop je leeft, je levenskracht zelf, je harteklop. Hij zou zo graag willen dat al die mensen er voor zorgen dat God op hun gezicht te lezen is, op hun huid geschreven. Dat zij zo op hun beurt de wereld verlichten en met elkaar onze lieve oude aarde leefbaar maken.

Om dat bericht te horen en door te geven, om daarover te bidden en te zingen, daarom komen zoveel mensen bij elkaar met Kerstmis. Misschien kunt u niet eens precies zeggen wat u zoekt. Maar we voelen allemaal heel goed aan waar het onder de woorden, in de gezangen, achter de beelden en gebaren om gaat; namelijk dat er ook in onze hectische wereld en in ons eigen leven Licht blijft schijnen dat niet door de duisternis wordt overmeesterd.
Het heeft niet zoveel zin om de duisternis van onze dagen hier breed uit te meten. Daar weet u alles van.
En als je het nieuws een beetje volgt, dan denk je wel eens: Dat van die vrede op aarde, waar we over zingen, zou daar ooit wel wat van komen?
Soms kun je daar haast niet meer in geloven, gewoon door alles wat je om je heen ziet gebeuren. Dan kun je opgesloten raken in jezelf, in het duister, in je ziekte, je gemis, je zwaarmoedigheid of cynisme. Dat licht van Gods licht dringt gewoon niet meer binnen omdat je vensters gesloten zijn. “Hij kwam in het zijne, maar de zijnen aanvaardden Hem niet”, zingt Johannes. En dan krijgt het noodlot het alleenrecht en wordt het leven een zware last. Voor al die mensen en voor onszelf ook vieren we daarom opnieuw de geboorte van dat mensenkind Jezus, in wie dat Licht volop doorbrak en die we tot op de dag van vandaag maar niet kunnen vergeten.

Het zou mooi zijn als wij vanmorgen op dit kerstfeest weer open zouden kunnen gaan, vol verwondering en verwachting. Dat er een vonk overspringt van dat grote Licht en dat we besluiten om weer plaats te maken voor God in ons leven. Dat Hij de ruimte mag zijn waar in we leven. Dat wij weer wandelen met Hem en Hem ronddragen als bron van levenskracht, als nieuw begin van liefde en saamhorigheid.
Dat we als het ware Jezus Christus met ons meedragen en met Hem durven hopen op een andere betere maatschappij, met menselijker mensen en een liever leven.
Dat we net als Hij in God weer een anker vinden, houvast en levenskracht bij alles wat ons overkomt. En dat we ons voegen bij al die ongekende, onschatbare liefde, ontferming, al die onbaatzuchtigheid die er al is bij zoveel mensen. Veel te weinig, zeker, maar nog steeds meer dan genoeg om de moed erin en de wereld overeind te houden.

Niemand kan dat volle Licht, dat God is, alleen bergen. En niemand redt het alléén als het erom gaat de duisternis te keren en het kwaad het hoofd te bieden. Maar als we ons Jezus te binnen brengen, zijn manier van leven in de ruimte van God, zijn mensenliefde;en als ons geloof de vorm aanneemt van gemeenschap, één grote beweging van mensen die God meedragen in hun diepste wezen, pas dan houden we op machteloos te zijn.
Natuurlijk, het blijft een keuze die je zelf als gelovige maakt. Het heeft alles te maken met de manier waarop je
naar de werkelijkheid wilt kijken. Maar ik kies ervoor om met Jezus en met christenen van alle tijden te blijven uitzien naar zo’n nieuwe wereld. Want ik vind het een schitterende levensvisie, een prachtig geloof! Ik ben er hartstikke trots op!

De meest bondige samenvatting van verbondenheid is het ritueel van brood en wijn, zoals we dat hier op ’t Zand
ook altijd vieren: Je houdt je hand op, krijgt een stukje van het ene brood. “Lichaam, leven van Christus”, wordt erbij gezegd. En je besluit bij jezelf: Ja, ik ben ook van dat gebaar, deel van dat geheel. Ik hoor ook bij dat verhaal over licht in de duisternis en over dat wandelen in de ruimte die God is. Ik wil horen bij die geloofsgemeenschap. En je zegt, terwijl je je hand ophoudt en dat brood ontvangt, “Amen”, wat betekent: “Hier ben ik, ik doe mee, kome wat komt!” Daartoe nodig ik u van harte uit op deze morgen.Zo wens ik u allemaal een gezegend kerstfeest, toe.

Zoeken in Preken Online