Kerstmis (2006)

Feest · 25 december · Kerstmis · wit

In de openingsbede van de nachtmis heeft de celebrant gezegd: “God, in deze nacht hebt Gij alles nieuw gemaakt.” Jezus’ geboorte speelt zich af in de nacht (Lc 2, 8).
\

  1. De grote dingen van God gebeuren in de nacht. Ook in de paasnacht is Jezus verrezen. Het drama van de geschiedenis speelt zich af in een dialoog van licht en donker. “Het Licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis nam het niet aan.” (Joh. 1,5)
    \
  • Bewust situeert Lucas Jezus’ geboorte in de tijd van Augustus (de meest beroemde keizer van het Romeins imperium, die 44 jaar lang heeft geregeerd, en die zich de titel van goddelijke Caesar aanmatigde: Sebastos, waardig om aanbeden te worden). Lucas situeert Jezus’ geboorte ook alvorens (!) Quirinius landvoogd werd. Dat betekent nog onder de vorsten, zoals Herodes, die nooit enige concurrent heeft geduld. Het Romeinse bewind was onvoorstelbaar ruw en wreedaardig. (Tom Holland, Rubicon). Lucas noteert dit tijdstip niet enkel als historicus, maar om te contrasteren met wie Jezus is en wat Jezus bracht. Zo ging het eertijds evenzo bij tal van heidenvolkeren, gekend om bloedwraak en om mensenoffers. Jezus werd geboren in een nachtelijke wereld.
    \
  • Ook nu leven wij in een wereld die overgoten is met nacht :

    * Daar is de wereld van de cultuur van de dood: miljoenen kinderen sterven wegens ontbering of misdaad, voor of na de geboorte. De zelfdoding en de euthanasie. Daar is ook de wereld van het blijkbaar onstuitbaar geweld. Denk aan Irak, Libanon, Palestina, Afghanistan, en Soedan…

    * Daar is de duisternis in de gewetens, verzonken in het verblindend materialisme: de vlucht in de compensatie van drugs en genot, de vlucht naar de weelde van de luxueuse kerst-réveillons en exotische reizen, in schril contrast met de armoede van de derde en vierde wereld. De harde wereld van de zelfzucht, die het houdt bij de zoethoudertjes van kerstman en kerstboompluk.

    * De donkerte van de onwetendheid en de geloofsverwarring, de uitholling van het geloof ook in de middens die zich als kerkgebonden voordoen. Daar komt de verleiding van het zogenaamde actief pluralisme gepropageerd in katholieke scholen, dat vaak dreigt uit te monden in een keuze à la carte. Ik denk aan hen die hierin verantwoordelijkheid dragen of ook aan hen die eigengereid de maskers opzetten van een verkeerde geloofsvernieuwing. Ik denk aan het verborgen verdriet van velen die hieronder machteloos toezien en lijden, of hun kinderen andere wegen zien gaan.

    Hevig verlangt de wereld naar het Licht. “’s Nachts is het mooi in het Licht te geloven” (Rostand). “Maar wij moeten de dageraad tot geboorte dwingen door erin te geloven .” (Yves Congar)
    \
  1. Aan de herders zegt de engel: “Zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap, die bestemd is voor heel het volk…” De kerstliturgie is omweven met de voortdurende herhaling: “Een Redder is ons geboren; een Verlosser ons gegeven; de Heiland ons verschenen.” En de engel gaat verder: “Dit zal voor u een teken zijn; ge zult een pasgeboren kind vinden, in doeken gewikkeld, liggend in een kribbe.” Het is typisch en paradoxaal dat God zich niet door het grote laat omsluiten, maar zich laat vangen in het kleine (Hölderlin): tegenstelling met de grootheid van Augustus en de paranoia van Herodes. In de kribbe ligt heel het originele van het christendom. En dan zeggen de herders: “Laten we gaan zien wat er gebeurd is…” (Lc. 2,15). De kunst van te zien. Alleen eenvoudige herders hebben het opgemerkt. De grote Romeinse geschiedschrijvers hebben het niet genoteerd. Jezus’ geboorte ging niet gepaard met een licht- en klankspel voor de media. Breughel schilderde de volkstelling: in een immens sneeuwlandschap gaan Jozef en de zwangere Maria voorbij, tussen een menigte die uitziet naar genot en gewin. Alleen een ekster in een hoge boom merkt hen op. De grote dingen van God worden nauwelijks waargenomen. De Kleine Prins van Antoine de Saint-Exupéry zei het heel gevat: “Het belangrijke is wat onzichtbaar is.” En de filosoof Louis Lavelle voegde eraan toe: “Mooi dat de wezenlijke activiteit (in de diepte) altijd onzichtbaar is.”

    We moesten daarom anders leren zien. Met de ogen van het geloof. Als we zo in de kerstkribbe kijken, herkennen we daar heel de wereld met al haar armoede, nood en ellende. Wie voor de kerststal aanschuift kijkt ook in het hart van God. Daar worden we anders. We worden wat we zien. Wie naar Jezus kijkt wordt zoals Hij. Daar bekleedt Hij ons met zijn deemoed, zijn tederheid en zijn liefde. God is mens geworden opdat wij op Hem zouden gelijken. Dan worden wij zoals het Kerstekind, en brengen wij goedheid en vrede, die alleen in staat zijn de wereld goed te maken. Hierin ligt het unieke van het Christendom. Geen mens heeft zoiets uitgevonden. Geen enkele andere wereldreligie heeft ooit zoiets aangeboden. Het is uniek. Sinds Jezus is de wereld fundamenteel veranderd. De tijd is gekanteld. Onze tijdrekening kreeg een vast begin. De wereld wordt nieuw waar Christus zijn boodschap brengt. De redding van het zieke en machteloos Europa is enkel mogelijk wanneer het Christus terugvindt. Maar eerst moet Europa weer leren zien.

Zoeken in Preken Online