Kerstmis (2001)

Feest · 25 december · Kerstmis · wit

Stille nacht, heilige nacht, mooie woorden maar is de werkelijkheid voor velen niet veel meer: koude nacht, treurige nacht.
Het wordt koud in een wereld die beheerst wordt door de bureaucratie, door ambtenaren die hun papieren kloppend moeten hebben: iedereen keurig geregistreerd, anders tel je niet mee, besta je niet. Maria en Jozef moesten voor hun sofi-nummer naar Betlehem. In dat koufront, opgeroepen door de volkstelling, werd hun kind geboren. Vannacht worden er ook weer kinderen geboren, bij illegalen, bij mensen zonder sofi-nummer, zonder geldig paspoort en voor hen wordt er geen stille nacht gezongen.
Het is treurig gesteld met de vele ontheemden die onze wereld kent. Er zijn zoveel mensen die niet thuis kunnen zijn, die geen thuis meer hebben, vluchtelingen, zwervers, daklozen, gevangenen. Maria en Jozef waren in die dagen eigenlijk ook ontheemden. In die verdrietige omstandigheden werd hun kindje geboren. Ook vannacht worden er weer kinderen geboren in vluchtelingenkampen en voor hen wordt er geen stille nacht gezongen.
Maar dat is niet onze wereld. Wij hebben het geluk dat we in een andere wereld leven. En we worden liever niet herinnerd aan de wereld van de kou en verdriet, zeker niet met kerstmis, zeker niet nu wij er een groot gezellig feest van maken. Maar als de werkelijkheid van toen en de werkelijkheid van nu verdwijnen achter onze kerstbomen en uitbundige kerstversiering achter onze kerstbrood en kerstkransjes en ons kerstdiner, dan is kerstmis weliswaar een groot feest maar heeft het niets te maken met de geboorte van dat kind Jezus.
Toen klonk het “vrede op aarde aan mensen van goede wil”. Dat kind onderstreepte de oude droom van Jesaja: een betere wereld voor ieder mens, maar die komt niet vanzelf, we moeten wel zelf daarvoor de handen uit de mouwen steken. En groot geworden, gaf de profeet Jezus zelf het voorbeeld in zijn zorg en aandacht voor de werkelijkheid van toen, voor de mensen die het toen moeilijk hadden, de zieken, de verschoppelingen, de eenzamen.
Als wij vandaag kerstmis vieren, dan hoop ik dat u echt genieten kunt van alle overdaad en luxe die dit feest omringen, dan hoop ik dat u vreugde vindt in het samenzijn met vrienden en familie. Maar ik hoop ook dat u de opdracht van het kerstkind niet vergeet: zorg en aandacht hebben voor de medemens die het moeilijk heeft.
Wat betekent dat? Als u aan het kerstdiner zit, moet u dan denken aan al die mensen die niets te eten hebben? Nee, dat is niet de bedoeling. Ook al mag het best even maar dan om zelf des te blijer te zijn met alles wat we op tafel krijgen. Maar misschien kunt u ook denken aan tante Leen die verder geen familie heeft en zo eenzaam is, of aan de buurman die nergens meer komen kan, of misschien zelfs aan het zwarte schaap in de familie. Misschien zou u zelfs kunnen zeggen: kom bij ons aan tafel. Kerstmis is dromen van een wereld waarin alles goed is. Maar als we er vandaag er niet aan beginnen te werken, komt die wereld er nooit.
Ik wens u allen heel blije kerstdagen toe maar bedenk wel: de grootste blijdschap bestaat hierin dat je anderen blij maakt, deze dagen en daarna.

Zoeken in Preken Online