“De goedheid en de mensenliefde van God onze Heiland is op aarde verschenen, en Hij heeft ons gered… omdat Hij barmhartig is.” (Titus 3, 4: tweede lezing dageraadsmis). Het begin van deze zin werd de bisschopsspreuk van Kard. Danneels. Deze heeft hij doorgetrokken en verkondigd gedurende de 25 jaar dat hij aartsbisschop van Mechelen- Brussel is. – De kerstliturgie is omweven met de voortdurende herhaling: redder, heiland verlosser; en de woorden: goedheid, mensenliefde, barmhartigheid.
\
- Tijdens de Advent hebben we de vraag gesteld: “Welke Messias, welke Christus verwachten wij ?” M.a.w. welke Redder, Verlosser, Heiland… wensen wij ? – Men wil redders in rampsituaties. Uit welke nood moeten wij worden gered ? De media signaleren ons allerlei crisissituaties: oorlog, genocide en terrorisme, epidemieën als aids, miljoenen kinderen sterven van ontbering… sociaal-economische teleurstellingen… En dan dienen zich wel ‘redders’ aan, die soms veel beloven, maar de zaken niet oplossen. – Ook de oude kerstman was bij de Vikings een soort heiland. Hij deelde geschenken en zoethoudertjes uit om de winterkoude en het duister te doen vergeten, in het vooruitzicht van de “Zonnewende”: de terugkeer van de rijzende zon met haar klaarheid en warmte. Maar meer is hij niet.
Zinvol heeft de Kerk de kerstviering aangeknoopt bij deze menselijke verwachting . Maar de redding die Christus brengt is van een ander niveau. Hij redt ons uit de zonde. Wij graven niet voldoende naar de diepte van onze behoeften. Onze diepste nood is de bevrijding uit de zonde. Want daar begint alle ellende. De ellende begint in de hardheid van ons hart; in de hardheid van de mensen. Dit werd prachtig uitgebeeld door de H. Frans v. Assisi in 1223, toen hij als diaken het evg zong, en toen de eucharistie werd gevierd op een kribbe als altaar. in de eerste kerststal en in het eerste kerstspel te Greccio. Het was een stal met levende dieren en levende mensen : met een herder die een dief was en de geschenken van de drie koningen wilde stelen. Een dorpsidioot mocht het Jezuskindje even vasthouden… En de laatste figuur die opdaagde was een oude heks met een appel in de hand, de oude Eva. Zij schonk haar appel aan Jezus. Ze gaf haar zonde af. En Jezus gaf haar zijn liefde.
\ - Die bevrijding uit de zonde is alleen de negatieve kant van een rijk positief gebeuren. In de menswording komt God met al zijn liefde tot ons. Het kerstgebeuren is een kus, een zoen van God aan de mensen; een omhelzing van God die ons verandert. En dat gebeurt als wij op onze beurt ook God omhelzen in Jezus zijn Zoon. Dan gebeurt er iets wonderbaars, een transformatie. God werd mens opdat wij op God zouden gelijken, opdat wij Godvormig zouden worden (de kerkvaders). Dat is het originele van het christendom. Hierin is ons geloof uniek. Andere religies kennen dat niet. Dat werd gezongen in die mooie hymne, door de christenen van Paulus’ tijd: “ Hij die bestond in goddelijke majesteit heeft zich niet willen vastklampen aan zijn gelijkheid met God. Hij heeft zichzelf ontledigd, het bestaan van een dienstknecht op zich genomen om aan de mensen gelijk te worden…”(Fil. 2,6-7). Johannes zegt het zo: “ Het Woord was God… Hij was in de wereld…. Hij gaf het vermogen om kinderen van God te worden. Het Woord is vlees geworden en Het heeft onder ons gewoond. Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd… “ (Joh 1 , 1-14)
Dit kerstmysterie komt tot ons onopgemerkt, in de machteloosheid v.h. Kind. De grote historici hebben het niet genoteerd. Breughel schilderde het uit in zijn beroemde volkstelling; in een immens sneeuwlandschap trekken Jozef en de zwangere Maria voorbij , dwars door een menigte die enkel uitziet naar genot en gewin. Alleen een ekster in een hoge boom merkt het op. De grote dingen van God gebeuren onopvallend, doorheen het doodgewone. Het is wat de Duitse dichter Friedrich Hölderlin in zijn Hyperion schreef: “Zich niet laten omsluiten door het grootste, maar zich laten omsluiten door het kleinste, dat is typisch goddelijk. We zijn meestal niet klein genoeg om het te begrijpen. - Er was een kind Quinten ( 5 j.) dat aan zijn moeder vroeg wat Kerstmis betekende. Mama zei aan de kleine dat kerstmis de verjaardag was van de arme Jezus, in een stal geboren, en dat men daarom geschenkjes gaf. Doch het kind was niet tevreden met deze tegenspraak: arme stal en cadeautjes geven. Toen nam de oma Kwinten in haar armen, en ze zei: “Het is wanneer mensen veel van elkaar houden, zoals ik hou van jou, dat men weet wie Jezus is.” Tekenen van liefde en tederheid openbaren de diepte van Gods liefde naar ons. En dan verandert ons eigen hart. Dan brengen we zelf liefde naar anderen, een liefde die we zelf niet kunnen maken, en die sterker is dan alle geweld. Dan gaan we kwaad met goed vergelden; dan zijn we geen concurrenten meer, tenzij concurrenten in de liefde. God voelbaar maken in een wereld in nood, door getuigen te zijn van zijn vriendschap, zijn vrede en zijn vreugde . Amen