Goedwillende kerkbezoekers en Godzoekers,
Voor mijn afscheid van deze parochie kreeg ik van een parochiaan een houtgesneden vogeltje aan een koortje. Aanvankelijk dacht ik: wat moet ik daarmee? Een priester draagt eerder een kruis op zijn borst. Toen ik het de schenkster vroeg, verklaarde ze dat ’t een herdersfluitje was. Toen zag ik het pas: het is een fluitje…… . Die zou ik nodig hebben in mijn nieuwe parochies om de kudde bijeen te houden. Het woord pastoor komt van het latijnse ‘pastor’en betekent ‘herder’. Jezus wordt de goede herder genoemd, die zijn schapen bij name kent en het verloren schaap weer opzoekt. Zes jaar lang heb ik hier herder mogen zijn en vele mensen bij name leren kennen. Ik mocht een nieuwe kerk bouwen, maar heb bij mijn installatie gezegd dat ik op de eerste plaats een gemeenschap op wilde bouwen. Dan zou die kerk er ook wel komen. En zo is het gebeurd. Eindelijk mogen we kerstmis vieren in deze nieuwe kerk. Elk jaar zeiden we: volgend jaar vieren we kerst in de nieuwe kerk. Nu is het dan echt waar. Maar nu wordt deze herder overgeplaatst. Wordt het dan een kudde zonder herder? Nee, want op de eerste plaats komen er in mijn plaats zelfs 4, later mogelijk 5 herders, die samen de kudde zullen leiden. Op de tweede plaats kunnen we ook herder zijn voor elkaar.
Ik kwam daarom op de gedachte om eens naar de herders in het kerstverhaal te kijken. Wat kunnen we van die herders leren? Want die herders waren geen kerkleiders, maar gewone gelovigen. Het waren eerder de armen, de gediscrimineerden, de geminachten, mensen die niet in aanzien stonden en niet op tv kwamen.
Toch werd het eerst aan hen het blijde nieuws van Jezus’ geboorte bekend gemaakt. Hans Bouma dicht in het Lied van de Herders: “Niet de vorsten, niet de heersers, niet wie uitverkoren lijkt, maar de herders zijn de eersten die het grote nieuws bereikt”. In het gewone dagelijks leven. Tijdens hun werk. Midden in de nacht. (’t zouden dit jaar Pro-rail-werkers kunnen zijn, die midden in de nacht wissels ontdooien en op TV een lading kritiek over zich heen krijgen) En de engelen verschenen niet aan 1 bevoorrechte herder, maar aan een onbekend aantal. Het waren geen nuchtere wetenschappers. Ze werden bij het verschijnen van de engel door een grote vrees bevangen. Het nieuws is niet bestemd voor de leiders van het volk, niet voor de hogepriesters of de schriftgeleerden, maar voor het hele volk.
Ik ben eens gaan kijken op de ontvangen kerstkaarten, waarvoor dank, hoe de herders hierop staan afgebeeld.
De verschijning van de engelen aan de herders vond ik maar op één kaart: wat opvalt op deze kaart is dat de engelen niet verschijnen in het vlakke land, maar bij een ruïne op een heuveltop. Aan de horizon lijkt een kerktoren te staan. Is hier uitgebeeld dat de komst van Jezus ook onze tijd moet vernieuwen, het geloof, de kerk en de samenleving? De perkamentrol met het eerbetoon aan God en de vredeswens van de engel staat midden op de afbeelding. De herder strekt zijn hand er naar uit. Wil de schilder zeggen dat de vrede binnen ons bereik ligt en niet ver weg bij presidenten van machtige landen of later in de hemel?
Op de volgende kerstkaart zien we het bezoek van de herders aan het kind. Wat me op deze kaart opvalt, is natuurlijk de lichtuitstraling van het kind. Het is een nachtwachtachtige schildering. Helaas staat op de kaart niet wie de schilder is. Verder valt op dat Maria het kind toont aan de herders. Het licht dat het kind uitstraalt, verlicht ook Maria’s gezicht en zij weerkaatst dat licht, zoals de maan het zonlicht weerkaatst in de nacht. De herders die dichtbij komen worden er ook door verlicht. Wij moeten het licht van kerstmis, het licht van de hemel in deze wereld weerkaatsen.
De herders zijn van verschillende leeftijden, jong en oud. Jezus is voor iedereen geboren. In de kerk mag er geen generatiekloof zijn. Het geloof verbindt ons allen. Op de grond staat een mand met brood. Dit is mogelijk een verwijzing naar de eucharistie waarin Jezus nu in de gedaante van brood onder ons wil zijn. De naam Betlehem betekent trouwens: huis van brood. Jezus wil ons voedsel zijn dat ons de kracht geeft op onze levensweg.
De mensen die nog buiten staan, rechtsboven, leven nog in het donker van deze wereld. Ze zijn op weg, maar lijken wel te discussiëren. Eén wijst er naar boven, naar de ster? Zou de schilder hebben willen uitbeelden dat sommige mensen hun heil buiten Christus zoeken, in wetenschap of astrologie en zo in het donker blijven? Dat we met discussiëren niet verder komen?
Op de volgende kaart komen we weer terug bij ons thema: hier is de stal een kerkportaal. De kerk is open naar alle kanten. Vanuit het verre oosten, zoals de wijzen, vanuit het zuiden, landgenoten en buitenlanders, iedereen is welkom. Afkomst is niet belangrijk. Iedereen kan naar de kerk komen. We zijn een wereldkerk, multicultureel.
Maria heeft een aureool, de herders niet. De herders zijn gewone mensen met hun fouten en gebreken. Maar het kindje Jezus draait zijn hoofd juist naar hen toe. Voor gewone mensen is hij gekomen, om ons te helpen onze zonden te overwinnen. De kerk bestaat niet uit alleen maar heiligen. We hebben allemaal onze fouten en gebreken en daarom moeten we elkaar in de kerk accepteren, verdragen en respecteren; meer nog: waarderen, stimuleren en complimenteren. Dat is een pastorale houding, die zeker elke vrijwilliger moet hebben of snel moet aanleren. Alleen zo kunt u herder zijn voor elkaar en kan een parochie ook zonder eigen gewijde herder vitaal en aantrekkelijk blijven.
Helemaal op de achtergrond linksboven zien we nog de verschijning van de engel aan een herder. Is dit misschien een herder die de eerste verschijning gemist heeft? Die lag te slapen of even weg was? Ja, ook mensen die later in hun leven tot geloof komen of een tijd waren afgehaakt, zijn welkom in de kerk. Je hoeft het geloof niet van huis uit te hebben meegekregen.
Een kerkstal vol herders. Samen zijn we voortdurend op zoek naar God. Ook al zijn we allemaal zo verschillend: de één ambitieus, de ander bescheiden, de één perfectionist, de ander gemakkelijk, de één impulsief, de ander bezonnen en afwachtend, de één introvert, de ander extravert, de één graag op de voorgrond, de ander alleen achter de schermen. Mogen we elkaar vinden bij de kribbe, bij Jezus. Zo zijn wij samen de kerk.
Een kerk met een missie, een opdracht: om het geloof ook in deze tijd en deze wereld uit te dragen naar het hele volk. We mogen ons niet terugtrekken in de kerkelijke kring, lekker veilig onder elkaar, als gelovigen. Even weg uit die zakelijke, rationele en materialistische, ongelovige wereld. Nee, we zijn geroepen om samen dat blijde nieuws door te geven aan het hele volk. In woord en daad. In woord: dat is ook via de media zoals de tv en het internet. En in daad, door gewoon dienstbaar te zijn, thuis, op het werk, op de club, overal.
Zo worden wij zelf herders voor elkaar, die niet teruggefloten hoeven te worden door de kerkelijke leiders.
Ik wil besluiten met een regel uit een gebed van dominee van der Zee uit het boek “In het huis van de Levende”. Daarin bidt hij: “Herder van mensen, wij zijn onszelf kwijtgeraakt en verliezen U en elkaar uit het oog, uit het hart. Blijf ons zoeken en breng ons bijeen. Amen”.