Gods glorie zichtbaar door ons

Feest · 24 december · Kerstavond · wit

In deze nacht loopt de hemel over. Het lijkt alsof de hemel verlegen is met onze armoe en ons duidelijk wil maken, vanwaar het kind van Betlehem afkomstig is. Gods heerlijkheid straalt over onze duistere aarde. En laat ons wel wezen: geen rustige en vredige aarde, geen klare sterrenhemel. Het is een vreselijke donkerte, vol terreur en onheilsspellend, geen kerststerren, maar dreiging. Dit donker instappen is een risico: beroving, verkrachting en moord zijn aan de orde van de nacht. Dit duister is hope¬loos. Buren worden van buren gescheiden, vrienden van vrienden. Ben je niet bang in dit donker?

In die duisternis van ieder-voor-zich breekt plotseling de hemel zich baan. Het kind brengt Gods glorie mee. God ziet weer, wat Hij zegt. En luister: daar is ook de bood¬schap, die ook dit kind van Betlehem meebrengt in de wereld. Kinderen komen immers met geschenken. Voor dit kind is het: Vrede op aarde. Weg met de tegenstel¬lingen die horen bij het donker, weg met conflict en misverstand, weg met onvrede en angst. Deze vrede is ruimte, zonder angst kunnen gaan en staan, opgelucht zijn, want in dit licht mag je gezien worden met dat prachtige geschenk van jouw geboor¬te. Misschien heb je die oorspronkelijke boodschap allang verstopt, omdat niemand er belangstelling voor had. Kom nu maar in het licht, niet alleen met je opgedofte uiterlijk, maar met je kwaliteiten, met de zachtheid van je hart, met je goede bedoe¬lingen, je verlangen naar vrede.

Vrede op aarde, zingen de boden van God, voor mensen van goede wil. Dus niet voor iedereen? Jawel, maar goede wil is niet altijd voor handen. Goede wil is zélf ruimte maken voor je broer of zus, voor je buurman of buurvrouw. Goede wil is inschikken, opdat je medemens even goed zonder angst kan ademen. Daar is oefe¬ning voor nodig. Goede wil heb je niet zomaar. Zeker als vrijheid in onze tijd de bete¬kenis heeft gekregen van: doen wat je wilt en je door niets of niemand laten inper¬ken. Goede wil moet je leren, liefst van jongsafaan. Waar kan dat? Kom maar mee. Want de hemel - Gods glorie - wijst ons de weg. Kom maar mee met de herders naar de stal. Daar zul je een kindje vinden in doeken gewikkeld in een kribbe. Daar is dus geen bedreiging? Nee, helemaal niet! Daar hoef ik me niet beter voor te doen dan ik ben. Integendeel! Ik hoef er geen eer op te houden. Een glimlach is voldoende. En je eigen naam zeggen, die van jouw geboorte en die weten willen van de hoop waar¬mee je bent ontvangen. Weten willen van Gods glorie die je meebracht naar de aarde. Want we vertellen ons verhaal van toen tegen de duisternis van nu, niet om even weg te dromen, maar om klaarwakker, meer dan ooit te weten: het is óns ver¬haal. Dat is mijn geboorte van toen zoveel jaar geleden, maar ook van deze nacht. Vannacht, vandaag zal ik een mens van goede wil zijn, vandaag wil ik mijn medemens kennen en hem licht en ruimte gunnen. Hetzelfde licht, dezelfde ruimte waar ik zelf zo naar verlang. Moge het licht, van Godswege meegebracht, schijnen in de duisternis van onze tijd. Zalig Kerstmis…

Zoeken in Preken Online