Het gebeurt enkele keren dat de cyclus van de zondagsliturgie doorbroken wordt en wijkt voor het feest van die dag. Dit is zo met Lichtmis en het feest van de ten hemelopneming van Maria, Eveneens met het feest van Sint Jan de Doper, het feest van Petrus en Paulus. Verder op 14 september met het feest van de Kruisverheffing en op 1 november met het feest van Allerheiligen.
Al eeuwenlang viert de kerk op 6 augustus het feest van de Transfiguratie, de Gedaanteverandering van Jezus. En zo dit op een zondag valt, heeft dit feest de voorrang op de liturgie van de zondag. Zo krijgen we voor een tweede maal dit jaar het evangelieverhaal van de Transfiguratie, dat wij eerder dit jaar op de tweede zondag van de veertigdagentijd hebben gehoord en dat elk jaar op de tweede zondag van de Vasten terugkeert.
Hoog op een berg
Elk van de drie synoptici brengt het verhaal van wat Petrus, Jakobus en Johannes mochten zien en horen op een berg. Deze drie uitverkorenen mochten er nochtans nadien niet over spreken en moesten daarvoor wachten tot wanneer de Mensenzoon uit de doden zou opstaan. Toch iets wonder dat enkelen in de groep meer mogen weten dan anderen.
In de opbouw van het evangelie plaatsen de evangelisten dit verhaal na eerder bezorgde uitspraken van Jezus, waarin hij zijn lijden voorspelt. Het zou zijn leerlingen een riem onder het hart steken als ze mogen zien en horen wie Jezus eigenlijk is.
Glanzend als het licht
Bergen trekken aan. Ze zorgen voor perspectief en vergezichten. Waar het schoon is, willen we wel graag vertoeven en er een tentje oprichten of een alpenhut betrekken. De Heer richt op zijn berg een maaltijd aan voor alle volkeren (Jes. 25,6-8).
Jezus hield van het gebergte. Vanop een berg had Jezus de grote menigte in een lange Bergrede toegesproken (Mt. 5,1). Hij is naar een berg gegaan om er in afzondering te bidden (Mt. 14,22). In Jeruzalem besteeg hij met zijn leerlingen de Olijfberg (Mt. 21,1). Op Goede Vrijdag werd hij gekruisigd op de hoogte van Golgota (Mt. 27,33). Vanop een berg in Galilea neemt Jezus afscheid van zijn leerlingen en stuurt hij hen de wereld in (Mt. 28,16).
Jezus gaat met Petrus, Jacobus en Johannes naar een hoge berg (Mt. 17,1). Daar zien ze meteen hoe schoon Jezus eigenlijk is. Er is sprake van licht, van stralen, van helderheid. Het lijkt erop dat een glimp doorbreekt van wat de profeet Daniel in een visioen had gezien (Dan. 79-10).
Het is een venster op de schoonheid van Jezus en nog zoveel meer. De glans van Jezus staat ook voor de waarheid en de goedheid, die hij uitstraalt. Wijsgeren noemden dit de kenmerken van het Zijn: waarheid, schoonheid, goedheid. Het zijn inderdaad communicerende vaten, volgens het oorspronkelijke, scholastieke adagium: ’ens et unum, verum, bonum et pulchrum convertuntur'.
De verwondering van de drie apostelen neemt toe, wanneer ze daarbij de aanwezigheid opmerken van Mozes en Elia. Dit zijn figuren naar wie de Israëlieten opkijken, zeker naar Mozes, die hen de Wet heeft gegeven en zelf de heerlijkheid van God had gezien op de Sinaï. Bij hen komt Elia, die kranige profeet die gestreden heeft voor de erkenning van de enige God. Elia is de profeet, die, naar de mening van velen, moet komen om de Mensenzoon aan te kondigen.
Lucas vermeldt zelfs waarover deze twee hemelse figuren met Jezus spreken. “Zij spraken over zijn heengaan, dat Hij in Jeruzalem zou voltrekken” (Lc. 9,31). Het is ook Lucas die aangeeft dat Jezus de berg besteeg om er te bidden. “Terwijl Jezus in gebed was, veranderde zijn gelaat van aanblik en werden zijn kleren verblindend wit” (Lc. 9,29).
Een stem uit een wolk
De berg Thabor zou de plaats zijn van de transfiguratie. Het is geen al te hoge berg in Galilea, waar nu de kerk staat van de transfiguratie, waar de leerlingen Jezus hebben gezien en ook een stem hebben gehoord., die klonk uit een wolk: “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie ik min behagen heb gesteld; luistert naar Hem.” Volgens Thomas van Aquino straalt daar meteen de heilige Drie-eenheid doorheen de stem van de Vader, de gestalte van de Zoon en de aanwezigheid van de Geest in een heldere wolk (KKK, 555). (Tota Trinitas apparuit: Pater in voce, Filius in homine, Spiritus in nube clara (Thomas van Aquino, STh III 45,4 ad 2).
Opdracht
Jezus is de geliefde Zoon van de Vader. Hij is verbonden met de Vader en is gericht naar de mensen.
Thabor, het is zien en ook horen. Het is eveneens met Jezus meegaan naar beneden, terug tussen de mensen en op weg naar Jeruzalem.
“Jezus daalt de berg af; omdat hij zich geroepen weet om zijn medemensen van dienst te zijn, Evenmin als Jezus zelf zullen wij daarbij voor pijn gespaard blijven. Het licht, dat wij op de berg hebben gezien, helpt ons om deze last te dragen” (Joop Smit, Jezus. Hoeksteen of Struikelblok? p. 63).
Op Goede Vrijdag zal het gelaat van Jezus getekend zijn door het lijden en toch een glans uitstralen, die de Franse schilder Georges Rouault (1871-1958) heeft weergegeven in meerdere schilderijen van het Heilig Aanschijn, la Sainte Face.
« De gedaanteverandering geeft ons een voorproef van de komst in heerlijkheid van Christus die ons armzalig lichaam zal herscheppen en het gelijkvormig zal maken aan zijn verheerlijkt lichaam» (KKK 556). Ze hoort tot de mysteries van het licht.
Wij vieren her feest in volle vakantietijd. Figuurlijk kunnen we in deze tijd even de berg opgaan, tijd maken om Jezus te ontmoeten, om dan door hem bezield en getransfigureerd naar de taak van elke dag terug te keren.
Moge de ontmoeting met Jezus ons een glans geven, bijdragen tot rust en vrede, die wij kunnen doorgeven aan mensen zodat droefheid en pijn kunnen getransformeerd worden tot vreugde en dankbaarheid.
Jezus leidt de drie getuigen van het gebeuren op de berg mee naar beneden. Hij raakte hen aan en zei: “Sta op en wees niet bang.”
Staat op en weest niet bang.
Hij heeft ons aangeraakt.
Staat op en weest niet bang.
Wij kunnen hier niet blijven,
de wereld roept ons wakker.
Jezus gaat voor ons uit;
Zijn liefde zal ons drijven (ZJ. 442)