Sint-Bernardus, de honingzoete leraar

Feest · 20 augustus · Sint-Bernardus · wit

Sommige heiligen hebben een bijnaam. Zo hebben een aantal geleerden een bijnaam: de dominicaan Thomas van Aquino als ‘doctor Angelicus’ (“leraar van de engelen”), de franciscaan Bonaventura als ‘doctor Seraphicus’ (“leraar van de serafijnen”), of Augustinus als ‘doctor gratiae’ (“leraar van genade”). De heilige die wij vandaag bespreken, de heilige Bernardus, heeft als bijnaam ‘doctor mellifluus’, de honingzoete leraar. Dat komt door zijn uitspraak dat alleen Jezus “honing in de mond, zang voor het oor, vreugde voor het hart” is.

Hiermee zijn we tevens doorgedrongen tot een van de centrale aspecten van de leer van Bernardus: voor hem ligt ware kennis van God in de persoonlijke en diepe ervaring van Jezus Christus en zijn liefde. Ook de theologie heeft voor hem slecht dat ene doel: het bevorderen van een levendige en innige ervaring van God. Maar laten we eerst kort naar het leven van Bernardus zelf kijken.

Het leven van Bernardus

Bernardus was de derde zoon uit een welgestelde, waarschijnlijk adellijke familie uit Fontaines (Frankrijk). Hij had twee oudere broers en het was in die tijd de gewoonte dat de derde zoon zou worden ‘afgestaan’ aan de kerk. Dat gebeurde ook bij Bernardus. Hij ging bij de kanunniken in Châtillon-sur-Seine naar school, tot aan de dood van zijn moeder. Na enkele jaren als edelman kwam tot de overtuiging dat hij geroepen was tot het kloosterleven, maar wilde dit niet alleen doen. Door zijn overtuigingskracht kreeg hij veel familieleden en anderen zo ver om met hem mee te gaan. Zo meldde zich in 1112 een gezelschap van dertig mensen aan de poorten van de abdij van Cîteaux*,* een nieuwe kloostergemeenschap.

In 1098 had Robert van Molesme de abdij in Cîteaux opgericht die hij ‘Cistercium’ noemde. In Cîteaux wilde men de armoede, het gebed en de afzondering herstellen die men in hét monastieke centrum van Europa van die tijd, de benedictijnerabdij van Cluny, miste. Vanuit Cîteaux kreeg hij in 1115 de opdracht, een nieuw klooster te stichten. Bernardus was toen 25 jaar. Hij koos bewust voor een plek halverwege een heuvel in een nauw dal (‘Claire Vallée’, dat verbasterd is tot Clairvaux), die zelfs voor cisterciënzer begrippen onherbergzaam was. Bernardus herinnerde zijn medebroeders steeds aan de noodzaak van een sober en gematigd leven, en leefde dit op radicale wijze voor.

Opnieuw door zijn overtuigingskracht groeide dit klooster flink en zijn dood waren er al 167 dochterkloosters. Vanwege zijn radicaliteit, zijn theologisch overwicht én de expansie van Clairvaux, wordt Bernardus wel de tweede stichter van de cisterciënzer orde genoemd. Als overtuigend kloosterhervormer en door zijn briefwisselingen met vele personen, werd hij steeds meer betrokken in de vele kwesties van in die tijd. Zo moest hij in 1130 op een concilie een oordeel vellen over twee rivaliserende pausen, en werd hij gevraagd in Europa te gaan preken voor de Tweede Kruistocht. Hij doorkruiste heel Frankrijk, Duitsland, Vlaanderen en ook in het bisdom Luik en het graafschap Henegouwen vonden zijn preken grote weerklank. Toen zijn missie was volbracht keerde hij terug naar zijn klooster in Clairvaux. De kruistocht eindigde echter in een nederlaag tegen de moslims (1144) in het Heilig Land.

De spiritualiteit van Bernardus

Wanneer we nu teruggaan naar de leer van Bernardus, dan kunnen we putten uit zijn vele preken, briefwisselingen en ‘verhandelingen’. Centraal staan echter altijd twee personen: Jezus Christus en zijn moeder Maria. De leer van Bernardus is een monastieke theologie van het hart. Om dit beter te begrijpen kunnen we zijn leer plaatsen tegenover een andere vorm van theologie uit die tijd: de scholastieke theologie, ofwel de theologie van het verstand. Het probleem is eigenlijk heel eenvoudig. Theologie is het proberen te begrijpen van het geloof. Je kunt daarbij de nadruk leggen op begrijpen of op geloven. Bernard was een fel tegenstander van een al te intellectueel standpunt waarbij het geloof wordt teruggebracht tot een gewone opinie of mening. Hij wilde ook de gelovigen beschermen zodat niemand misleid zou worden door persoonlijke gedachten en verkeerde theologische argumenten. In een boek geschreven aan paus Eugenius III, een leerling van hem, schreef hij: “Men kan Hem misschien beter zoeken en gemakkelijker vinden door gebed dan door discussie.”

In zijn regel stelt Bernardus de soberheid als een vereiste tot leven, en de gestrengheid noodzakelijk voor het geestelijk leven. Hij wil terugkeren naar de oorspronkelijke zuiverheid van het benedictijnerideaal van ora et labora, ‘bid en werk’. Zijn monniken moeten niet alleen in geestelijke grond ploeteren (Ora), maar ook de handen uit de mouwen steken en werken op het land (Labora). De regel van Bernardus begint met de beschrijving van drie graden van waarheid: de eerste graad is zelfkennis door de nederigheid, de tweede graad is barmhartigheid door medelijden, de derde graad is de beschouwing van de waarheid zelf. De nederigheid is daarmee de absolute basis. Vanuit de erkenning van de totale afhankelijkheid van de Schepper kan men in twaalf stappen bouwen aan de liefde voor God. “Als de monnik al deze trappen van nederigheid beklommen heeft, zal hij onverwijld de volmaakte liefde tot God bereiken, waarvan geschreven staat, dat ze de vrees uitbant.” (Regel, hfd. 7)

Daarnaast staat bij hem de verering van Maria centraal. Zijn meesterwerk is de Sermones super Cantica Canticorum, wat gaat over het bijbelboek Hooglied, waarin hij de basis legt voor de Marialyriek, waar de late Middeleeuwen zo vervuld van zijn. Voor Bernardus is het duidelijk: per Mariam ad Iesum, “door Maria naar Jezus”.

Bernardus in onze contreien

Bernardus reisde veel. Zo was hij in 1139 en 1146 gedurende enkele dagen in de abdij ‘Ter Duinen’ te Koksijde bij zijn doorreis over Nieuwpoort naar Brugge. Het stemmige neo-romaans kerkje van Nieuwpoort Bad is aan hem toegewijd. Hij is in de abdij van Affligem geweest, waar volgens de legende het Mariabeeld zijn vrome groet ‘Ave Maria’ zou beantwoord hebben met ‘Ave Bernarde’. Het zoveelste teken van zijn grote Marieverering. Hij zei over Maria:

Als gij haar volgt, verdwaalt gij niet.

Als gij haar aanroept, wanhoopt gij niet.

Als gij aan haar denkt, vergist gij u niet.

Als zij u steunt, valt gij niet.

Als zij u beschermt, vreest gij niet.

Als zij u leidt, wordt gij niet moe.

Als zij u begunstigt, bereikt gij uw doel.

De abdij van Villers-la-Ville is door Bernardus gesticht in 1146. In 1147 schonk de Luikse prins-bisschop het klooster van Aulne aan Bernardus. Ook de abdij van Cambron is vanuit Clairvaux ontstaan. Het zijn plaatsen waar de ruïnes nog spreken en getuigen. Daarnaast zijn er tal van vrouwelijke kloosters gesticht in onze streken in de geest van de Cisterciënzers.

De cisterciënzers en de trappisten, alsook de Zusters Bernardinnen van Oudenaarde eren Bernardus. Hij is naast de heilige Vincentius a Paulo de tweede patroonheilige van de Zusters van Liefde van Jezus en Maria. Enkele colleges, alsook woon- en zorgcentra eren hem als patroon en een bepaald biertje draagt zijn naam. Omdat hij de honingzoete leraar wordt genoemd is hij onder meer de patroon van de imkers.

Patrick Zuidinga en Antoine Rubbens; Banneux ND Boodschap voor alle naties, juli 2021

Zoeken in Preken Online