Tenhemelopneming van Maria

Feest · 15 augustus · Maria ten hemelopneming · wit

COMMENTAAR BIJ HET EVANGELIE (LUKAS 1, 39-56)

OP DE FEESTDAG VAN MARIA-TEN-HEMEL-OPNEMING

AANZETTEN VOOR DE HOMILIE

De drie personages uit het evangelie van Maria-ten-hemel-opneming van de cyclus C in de liturgie, zijn door de evangelist Lukas uitgetekend als drie verschillende gestalten en verschijningsvormen van de Kerk, drie ‘kerkmodellen’ voor vandaag en morgen. En tussen die drie moeten we kiezen…

Natuurlijk gaat het in zo’n evangelieverhaal als dat van vandaag niet zomaar over een ‘huiselijk tafereeltje’ in de heel intieme sfeer, van twee zwangere vrouwen die gezellig wat koffie of thee zitten te drinken, en ondertussen wat kletsen, wat tateren en giechelen over hun onverwachte doch zeer welgekomen zwangerschap… Daar is een rapporteur van de heilsgeschiedenis zoals Lukas; daar is het evangelie tout court niet zo erg in geïnteresseerd, en wij eigenlijk ook niet – wat kan het ons schelen dat ergens in een ver land zowat twee duizend jaren geleden twee vrouwen ineens ongepland zwanger waren en dat zij dit als een klein mirakel beschouwden; wat verandert dat in godsnaam aan onze situatie, aan ons geloof, aan ons samenzijn als gemeenschap, aan ons kerk-maken vandaag en morgen? Een belangrijk inzicht van de hedendaagse exegese om deze ‘privésfeer’ van de interpretatie van Bijbelse teksten te overstijgen, is het gegeven dat Bijbelse namen of figuren meestal meer bedoelen dan enkel maar een toevallig individu of personage te benoemen en uit te tekenen. Individuen staan in de Bijbelse verhalen bijna altijd (ook) geportretteerd als vertegenwoordigers van een groep, een type (kerk)mensen, een gemeenschap, een beweging, een volk. Hier, in deze evangeliepassage over de wonderbaarlijke zwangerschap van Maria en van Elisabeth, en hoe die twee vrouwen elkaar ontmoeten in een huis vlakbij Jeruzalem, worden zodoende drie ‘kerkbeelden’, en drie houdingen tegenover de ‘kerk-vernieuwing’ die op til staat uitgetekend:

ZACHARIAS – DE ‘PRIESTERLIJKE’ KERK…

Zacharias is de ‘priester uit de tempel van Jeruzalem die niet meer in de toekomst gelooft, maar eigenlijk ook geen deugd (meer) beleeft aan de oude, traditionele religie waarin hij functioneert. Het gevolg daarvan is: veel cynisme en frustratie. ‘We hebben niets meer te zeggen (aan de gang van zaken in de wereld en de Kerk); het loopt allemaal fout, maar we kunnen er niets aan doen; we mogen er ons niet (meer) mee bemoeien… Dus: dat ze er hun plan mee trekken, de jonge gasten. Maar één ding weten we heel zeker: het was vroeger toch een heel stuk beter… Je bent priester. En ook al doe je nog zo gewoon, je blijft een beetje afgezonderd van de mensen. Jij bent ‘binnen’, zij blijven letterlijk buitenstaanders. ‘Bedienaar van de eredienst’ – zo word je nog steeds genoemd. Ook al ben je gewijd en toegewijd, je blijft een beetje een buitenstaander van het échte leven. Misschien ben je zelfs vergrijsd in het ambt. Je voerde het geijkte ritueel al zoveel keren uit, je bent ermee vergroeid. En ook al vind je het nog even mysterieus en heilig als vroeger, je bent er aan gewend geraakt. Een stuk routine en cliché is in je ambt binnengeslopen. Je weet perfect hoe het moet en wat het bedoelt. Alle woorden en gebaren zijn voorspelbaar. Geen plaats meer voor het leven – en zeker niet voor het wonder… Ach, je droomt wel eens van hoe het levensechter en krachtiger kan, meer nabij en dichter betrokken bij alles wat de wereld beroert – maar je zit als het ware ingesloten en gevangen in de structuren en de regels van het instituut. Een veilig bestaan, dat wel. Maar er valt weinig hoopvols in te beleven. Is er wel iets nieuws onder de zon? Een wat mistroostig verhaal over een oude man en een uitzichtloos bestaan, braafjes uitbollend in dienst van de religie, van God en van de tempel. Van ‘burn-out’ gesproken, dat was er één! Zacharias doet dienst in de tempel van Jeruzalem. Toch wel bij uitstek het symbool van Gods aanwezigheid bij Zijn volk, zou je zo denken! Een in steen gehouwen monument dat herinnert aan de eens gegeven belofte: ‘Ik zal er zijn voor jullie’. Midden in die tempel wordt het visioen gekoesterd dat profeten eeuwenlang hebben gedroomd: over neergebogen mensen die worden opgericht, over het geknakte riet dat niet wordt gebroken, en de kwijnende vlaspit die niet gedoofd wordt… Zacharias weet er alles van, van dat visioen! Het is zijn werk tenslotte, als priester, zijn heilige plicht zelfs, van dat te weten en het aan het volk daarbuiten door te geven. Als behoeder van de traditie, als priester en liturg is hij voldoende met de Schrift en de geloofstraditie vertrouwd om daar alle besef van te hebben. En hij kent alle rituelen en formules, alle details van alle liturgische gebruiken, hij heeft de kerkelijke boeken bij de hand met alle teksten en rubrieken om de heilsbemiddeling en heilsbedeling te regelen en op het gepaste moment bij de juiste persoon terecht te laten komen. Ook heelder zinnen van de profeten kan hij zomaar uit het hoofd citeren, maar datt beroert zijn hart niet meer. Hij kent ze wel van buiten – maar niet meer ‘par coeur’… ‘Wachter, hoe ver is de nacht?’ – dat oude liedje van Jesaja bijvoorbeeld, kent hij nog wel; hij kent het zelfs maar al te goed. Maar reeds jaren denkt hij er meteen bij: ‘Jaja, Jesaja – de nacht in mijn leven duurt al meer dan lang genoeg; schone liedjes zoals dat van jou daarentegen duren helaas niet zo lang…’
Zacharias wordt met stomheid geslagen en door Lukas tot zwijgen veroordeeld gedurende de hele zwangerschap van zijn vrouw Elisabeth – kwestie van dit kwetsbare gebeuren niet voortdurend door zijn ongelovige commentaar en zijn ‘binnenkerkelijke taal’ te verstoren. Hij staat hier model voor het priesterschap dat de profetie én de diaconie is kwijtgeraakt, dat het visioen heeft afgeleerd, en niet meer gewend is van de praktische dààd bij het theoretische en theologische woord te voegen. Of, om het actueler te zeggen: voor een kerkleider die de mensen niets meer te zeggen heeft, een oude man die niet meer uit zijn woorden kan komen en een taal spreekt die niets met de realiteit van vandaag te maken heeft. Maar, zo leert ons dit wondere verhaal: desondanks gaan het visioen en het leven hun eigengereide gang…

ELISABETH – DE ‘PROFETISCHE’ KERK…

Vanuit haar moederschoot vol verwachting, vlakbij haar oude warme hart, die ondanks alle teleurstelling van vele jaren nog altijd openstaande voor de toekomst, wordt straks iets nieuws geboren. Een profeet, een man met een lange wijsvinger – om aan de mensen te tonen en aan te wijzen waar het heil gebeurt, waar de menswording tot stand komt, waar mensen en gemeenschappen werken aan gerechtigheid, verlossing en bevrijding… Elisabeth die – zo oud als ze is – een ‘Johannes-de-Doper-Kerk’ aan het voorbereiden is: Kerk van ommekeer en bekering, Kerk die uit is op recht en gerechtigheid, maatschappijkritische Kerk, profetische Kerk…. Ik kijk dan naar mijn vergrijsde Kerk hier in het Westen, naar die schijnbaar onvruchtbare oude moeder-de-Kerk en ik denk: alle hoop is nog niet verloren. Ik kijk naar mensen, die de last der dagen met zich meedragen, die misschien niet meer verwachten dat het met hen en aan hen zal gebeuren, maar die blijven open staan voor het nieuwe. En ik denk: alle hoop is nog niet verloren…

MARIA – DE KERK VAN DE ‘DIACONIE’…

Zij die – zo jong als ze is – een ‘Jezus-Kerk’ aan het voorbereiden is: Kerk van ‘Hineini – Hier ben ik – Mij geschiede naar Uw Woord’; Kerk van ‘Doe maar wat Hij u zeggen zal’; Kerk van mensen aan elkaars zorgen toevertrouwd onder het kruis: ‘Vrouw, zie daar uw zoon – zoon, zie daar uw moeder’. Kerk van de diaconie, dienende Kerk, nederige Kerk, afdalende en indalende Kerk… Maria gaat meteen na de boodschap van de engel op ‘diaconaal’ bezoek bij Elisabeth – ‘diaconie’ is: bewogen worden, in beweging komen, opstaan en gaan… En ook de ontmoeting van deze beide vrouwen vol geest en leven, is een ontmoeting helemaal in de sfeer van de ‘diaconie’. God zet met hen, de ‘onvruchtbaren’, de verliezers, de armen…de tegenbeweging van zijn heilsgeschiedenis door. De Heilige Geest blaast hen naar een nieuwe schepping toe. Johannes (‘god is genade’) en Jezus (‘God die bevrijdt’) ontmoeten mekaar in het bezoek van Maria aan Elisabeth. De profeet, de wegbereider en de diaken, de lijdende dienaar geven elkaar hier in het eerste hoofdstuk van het Lukasevangelie rendez-vous bij de ingang van het Rijk Gods. Twee vrouwen, bijbels gezegd ‘vanuit God’ in verwachting, delen in mekaars vreugde. Aan de houding van Zacharias hebben we (letterlijk!) geen boodschap met betrekking tot de toekomst van de Kerk. Het is uit het gesprek, de ontmoeting, het ‘drie maanden samen blijven’ om van elkaar te leren hoe we in verwachting kunnen zijn, dat we vernemen hoe de Kerkvernieuwing gestalte kan krijgen. Het boeiende is dat het in het relaas van Lukas de vrouwen zijn die het voortouw nemen. Zacharias gelooft zijn oren niet en wordt sprakeloos. Maar ondertussen zijn Maria en Elisabeth de draagmoeders van de toekomst, omdat zij Gods zij-spoor durven volgen. Hier gebeurt een doorbraak op twee plaatsen tegelijk. Dicht bij de tempel van Jeruzalem wordt uit een priesterfamilie een nieuwe profetenzoon geboren: Johannes de Doper. En in het noordelijke Galilea met zijn onrust en vreemde, ‘multiculturele’ invloeden mag een eenvoudig meisje de langverwachte redder van het volk verwelkomen. Strakke kaders van een godsdienst, die teveel op herinnering aan het ‘Rijke Roomse Leven’ drijft, worden zo doorbroken. De belofte op een nieuwe tijd krijgt weer volop kansen.

Zeven werkwoorden uit het intieme en ‘in-teame’, het ‘synodale’ gesprek van Maria en Elisabeth, dat wel drie maanden lang duurde.

***De ‘oude’ Kerk, de Kerk *van ‘bijna voorbij’, gaat in gesprek met de ‘nieuwe’ Kerk, de Kerk van de toekomst waar wij op hopen. Een gesprek over wat er ons in deze verwachtingstijd ‘van drie maanden’ te doen staat… **Ofwel: Zeven ‘to-do-tips’ uit de wachtkamer/arbeidskamer/verloskamer van het Rijk Gods… Het gesprek dat de twee zwangere vrouwen Maria en Elisabeth gedurende die drie maanden samenzijn in een soort van ‘synodaal gesprek’ hebben gevoerd, cirkelde voortdurend rond deze zeven werkwoorden – ik kon het via-via even afluisteren (en ik hoop daarbij – als man, als celibatair, en van wijding en ‘beroep’ ook een beetje Zacharias zijnde! - dat ik nu niet al te veel gynaecologische en ecclesiologische flaters zal begaan…) Het zijn de zeven werkwoorden die het ‘zij-spoor’ uittekenen dat Maria en Elisabeth ons trefzeker aanwijzen, en die (als het goed gaat met de zwangerschap) moeten leiden naar de geboorte van een spring-levende Kerk van de toekomst:

Indalen Omkeren Het vruchtwater moet breken, de vliezen moeten scheuren Goed persen Ontspannen Ademhaling verzorgen Regelmatig controleren: hoeveel opening is er al?

Indalen Ik lees (als leek en Zacharias zijnde) wat dat betreft in Wikipedia: ‘Bij het indalen wordt het onderste deel van de baarmoeder groter en weker. Daardoor zakt het hoofdje van de baby in het bekken. Bij de eerste zwangerschap begint het indalen zo’n twee à vier weken voor de geboorte. Bij een volgende baby vindt dit net voor de bevalling plaats. Het kindje zal voordat hij/zij gaat indalen een lighouding aannemen die voor hem/haar het prettigst is (voorkeurshouding). In het gunstigste geval is dat met het hoofdje naar beneden (hoofdligging), maar het kan ook zijn dat je kindje met zijn/haar billetjes naar beneden gaat liggen (stuitligging). Hoe dan ook: bij het indalen zakt meestal het hoofdje – en soms het achterwerkje – tot diep in de bekken, waardoor de baby klem komt te liggen. Hoe dieper het kindje al is ingedaald voorafgaand aan de bevalling, des te korter de weg die hij/zij nog dient af te leggen tijdens de bevalling.’ De Kerk van de toekomst zal dus moeten ‘afdalen’, ‘indalen’ in onze werkelijkheid, zoals een kind moet ‘indalen’ vóór de geboorte… Ze zal ‘van Godswege’ op-nieuw geboren moeten worden. Dat betekent bijbels gezien: vanuit de Thora. De nieuwe wereld wordt volgens de Schriften altijd geboren, daalt altijd neer vanuit de Thora: zoals een kind neerdaalt in de moederschoot – pas wanneer het ‘ingedaald’ is, kan het geboren worden en aan het licht komen. ‘Uit God geboren’ staat in het verhaal van de Bijbel tegenover ‘uit vlees en bloed geboren’, uit man en macht, met geweld en list en bedrog en moord en doodslag tot stand gebracht. ‘Uit God geboren’ betekent: uit kracht van ontferming, uit trouw en volharding geboren, uit liefde. ‘Indalen in de werkelijkheid’ betekent: de kant kiezen van de kleinsten, de zwaksten, de armsten. Dààr gaan staan, als duidelijke voorkeursoptie. Kerk van, voor en met de armen worden – basiskerk in de ware zin van het woord.

Omkeren

Ik lees alweer in Wikipedia: ‘Om echt comfortabel geboren te worden, moet een kind best omkeren. Want soms is er een ‘stuitligging’, en dat levert extra moeilijkheden op. Bij een stuitligging ligt de baby met het hoofd bovenaan in de en met het achterwerk (of de ) naar beneden. Normaal ligt de baby met het hoofdje naar beneden. Voor de bevalling houdt deze positie extra risico’s in. De verloskundige of kan daarom proberen het kind te draaien zodat het met het hoofd beneden komt te liggen. Indien dit niet lukt wordt dikwijls geopteerd voor een , vanwege het risico dat stuitbevallingen met zich meebrengen.’ De Kerk van de toekomst zal dus moeten ‘omkeren’, wil ze veilig en ‘zonder keizersnede’ geboren worden. Johannes de Doper zal dat tot in den treure beklemtonen. Maar reeds hier, in haar Magnificat, zal Maria de toon zetten van dit revolutionaire gebeuren. In dat Magnificat gaat Maria dankbaar op haar plaats staan in Gods heilsplan. Zij ‘positioneert’ zich daarbij resoluut aan de kant van de kleinen, de zwakken, de verontrechten van deze aarde. En we weten maar al te goed: volgens de Schriften is Kerk zijn Maria zijn…

Het vruchtwater moet breken, de vliezen moeten scheuren… En nog een derde keer Wikipedia: ‘Op een bepaald moment kunnen de vliezen gaan breken. Dat wil zeggen dat de zak met het vruchtwater waarin de baby negen maand heeft gewoond, scheurt. Over het algemeen krijgt de zwangere vrouw weeën 24 uur nadat de vliezen zijn gescheurd. Dat komt omdat door het breken van het water prostaglandine vrijkomt. Dat stimuleert de samentrekkingen. Bij , die om de drie tot vijf minuten komen, bovendien een volle minuut duren én een uur lang aanhouden, is de bevalling begonnen. Althans, voor een vrouw die al een baby heeft. Bij de geboorte van een eerste kindje zullen de regelmatige weeën zo’n twee uur duren. Hou er wel rekening mee dat een bevalling in totaal meestal tussen de zestien en de twintig uur duurt.’ De Kerk van de toekomst zal een gemeenschap, een volk zijn dat zich losscheurt uit het Egypte van de farao’s, uit het piramidale systeem dat regeert van hoog tot laag, uit de vleespotten en de aanbidding van het gouden kalf… Daarbij is nodig dat men de uittocht waagt én organiseert. De vliezen die breken, dat is: de Rode Zee die open splijt, Exodus, uit het oude wegkomen, uittocht houden – ‘un é-venement’ zegt men in het Frans..! – en Maria/Mirjam zal dan na de doortocht direct haar lied zingen over de blije verlossing die ‘geschied’ is, die geschiedenis is geworden (de Schrift schrijft de geschiedenis van de slachtoffers en de verliezers!), en dansen van bevrijding als een ware ‘voorganger’ in het geloof… De Kerk van de toekomst wordt aldus een Exodus-kerk, een bevrijde en bevrijdende Kerk. Kerk van onderen uit, woestijn-kerk, ‘volks-kerk’ (in de ware zin van het woord)…

En dan nog vier wacht-woorden uit de arbeidskamer…

Ooit, in de arbeidskamer, bij een bevalling – de enige in mijn leven die ik mocht bijwonen! - heb ik de vier wachtwoorden gehoord en geleerd die elk geboorteproces, elk verlossingsgebeuren blijkbaar begeleiden en ondersteunen. Deze wacht- en werkwoorden kunnen ons helpen om hier en nu in ons samen kerk-maken het komen van het Rijk Gods, de toekomst van een ‘leven in overvloed’ zo goed als mogelijk te helpen voorbereiden. Dat geldt zowel voor “jong” als voor “oud”: die werkwoorden uit de arbeidskamer dag na dag proberen te vervoegen in alle wijzen en in alle tijden – maar nooit in de voltooid verleden tijd Let wel: dit zijn praktijkoefeningen – er worden bij het examen alleen maar punten gegeven op ‘dagelijks werk’! Hier zijn ze:

GOED PERSEN! Luisteren naar je lichaam, en meegaan op het ritme van de opkomende weeën. Druk uitoefenen, waar en wanneer het kan. Het nieuwe leven dat je al zo lang hebt gedragen, gekoesterd en gevoed, proberen ‘door te drukken’, en de pijn die daarmee gepaard gaat verbijten. (Paradoxaal genoeg) GOED ONTSPANNEN! Niet krampachtig doen. Vooral de juiste afwisseling zoeken, het juiste ritme tussen wachtwoord één en twee. Want alles heeft zijn tijd, ook in de arbeidskamer. We kunnen en mogen niets aan het leven forceren. ADEMHALING VERZORGEN! Dit vooral blijkt van cruciaal belang. Zorgen voor de ‘inspiratie’, de zuurstof, de spirit en de spiritualiteit. Geregeld voorzichtig proberen te controleren: HOEVEEL OPENING IS ER AL…? Een zeer vrouwelijk wachtwoord is dit. Een woord voor vrouwen, een woord van vertrouwen. Dé vraag van paasmorgen, die de vrouwen op weg naar het graf zich voortdurend stellen: ‘Hoeveel opening zou er al zijn? Wie zal voor ons de zware steen wegrollen?’ Om dan tenslotte te constateren dat de ontsluiting reeds totaal is, ja dat de ‘verlossing’ reeds gebeurd is, zonder dat je er bij was of er enige verdienste aan had. Want het wonder van Pasen komt van elders.
Het komt er reeds in de arbeidskamer op aan van te kunnen geloven: ‘Het leven zit er in, dus moet het er ooit uit komen…’. Beseffen dat alle leven dat klaar zit om geboren te worden niet kan worden tegengehouden, door niets of niemand…

Tot slot: in verwachting zijn van een andere wereld…

We worden vandaag als kerkgemeenschap door het evangelie uitgenodigd om resoluut het zij-spoor te kiezen naar de toekomst. Het feest van Maria-ten-hemel-opneming zegt: er is geen andere weg naar de hemel (op aarde) dan de weg die Maria en Elisabeth zijn gegaan als draagsters van nieuw leven. Blijven openstaan voor het nieuwe en onverwachte, het spel van de Geest. In beweging komen, op weg gaan. Dienst verlenen, diaconie. Ontmoeten, begroeten en zegenen. Het kind in jou voelen opspringen van vreugde omwille van het nieuwe leven dat onweerstaanbaar op komst is. Zingen van de wereld omgekeerd… Geloven is vrouwenwerk, zegt Lukas. Hij die naar het schijnt een dokter was, een geneesheer, een heel-meester en wie weet zelfs een antieke vroedkundige, een soort gynaecoloog avant la lettre. Hij wist er blijkbaar wèl iets van, ook al was hij een man, van nieuw leven dat van elders komt, van dragen en in verwachting zijn, van barmhartigheid en ‘met iemand in zitten’, van wachten en waken, van pijn en vreugde tegelijk, van ongemakkelijk lopen omdat het nieuwe leven in je zit te wringen en te duwen om naar buiten te komen, van ‘goed persen’ en ‘ontspannen’, van ‘ademhaling verzorgen’ en van ‘hoeveel opening is er al’ – al die wacht-woorden uit de arbeidskamer van de Kerk- en van de mensengeschiedenis. In elk geval: de wacht-woorden van de Kerk van morgen zijn volgens Lukas te vinden in het zij-spoor. We moeten dus als kerkgemeenschap van de toekomst meer dan ooit geloven in de revolutie van het Magnificat. We moeten oefenen in ‘omkeren’ en ‘indalen’. We moeten elkaar blijven informeren over en stimuleren in de ‘spiritualiteit’ van de arbeidskamer. De werkwoorden indachtig zijn die we uit het binnenskamerse gesprek van Elisabeth en Maria hebben opgevangen: goed persen èn regelmatig ontspannen. Ademhaling verzorgen, en regelmatig de vroedvrouw van dienst er bij halen om te zien ‘hoeveel opening er al is’, en of er al iets van Pasen op handen is. Wat een droom: dat zo’n zondagsviering als deze week na week een soort van arbeidskamer wordt, waar we wachten op en waken bij alle nieuw leven dat we vanuit deze gemeenschap mogen zien groeien en tot stand komen…

Lieve kerk-mensen in verwachting, in elk mensenhart sluimert een kind dat ooit ‘diaken’ wil worden – dat is de mens in ons, die ooit alle pretentie zal afleggen, alle gelijkhebberij, alle ‘grimmige’ drang naar zelfbevestiging. Een kind dat de eenvoud heeft van de liefde en de vergeving, met veel zin voor barmhartigheid en mededogen. Dat nog ongeboren kind in ons – dat is ons beste ik. En in elk mensenhart sluimert ook iets van een ‘profeet’, een dromer, een mens zoals Johannes de Doper, vol van visioenen – iemand die het anders zou willen, de hele wereld omgekeerd. Het kind dat bij het horen van de eerste tonen van het Magnificat van vreugde opspringt in onze schoot… Die dubbele verwachting, dat dubbel groot verlangen in ons is kostbaar. Het is God zelf in ons, ‘Emmanuël’, die wacht om eindelijk geboren te worden. Hij is er zeker, die tweeling, maar nu nog verborgen en stil, zoals de kinderen in de schoot van Maria en Elisabeth.

En denk niet dat die twee kinderen-in-ons een idylle zijn of een illusie. Zij zijn van zodra ze ter wereld gekomen zijn veeleer een programma en een zeer drukbezette agenda. Zij zullen dag in dag uit met ons bezig zijn en hun eisen stellen. Zij zullen soms trappen en stampen in ons als een kind in de schoot van zijn moeder, ongeduldig om geboren te worden en aan het licht te komen. Voorgoed ontvangen. En levenslang dragen wij dan verder die twee met ons mee, als een pijnlijke dracht soms, en heel even ook als een ongeschapen zee van licht. Alleen de Geest kan die sluimerende ‘diaken’ en die ‘profeet-in-wording’ écht in ons verwekken. Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw…

Lieve kerk-mensen in verwachting, De menswording van God gebeurt vandaag in jou, in je vriendschap en je liefde voor mensen, in je werken aan gemeenschap en verbondenheid met elkaar, in je keuze voor hen die vergeten vertrapt en uitgesloten zijn, in je inzet voor een samenleven waar allen thuis zijn.

In de manier waarop jij mens wordt, krijgt ‘Ik ben er voor u’ handen en voeten, daar gebeurt de menswording van God. Of zij gebeurt helemaal niet.

(Carlos Desoete)

Geef het niet op om in verwachting te willen zijn. Zoek de hemel niet te ver en niet te hoog. Breng hem vlakbij, hier en nu op aarde, in doodgewone-buitengewone, alledaagse dingen. Dat is de betekenis van het feest van Maria-ten-hemel-opneming. Maria brengt vandaag de hemel binnen ons bereik – en vooral binnen het bereik van kleine mensen zoals u en ik. En ze tilt in dezelfde beweging het doodgewone alledaagse op een hoger niveau; ze prijst het zalig en noemt het heilig: het heilige van het alledaagse… Wat moeten we dan doen? Welke concrete opdracht zit er in dit feest van Maria-ten-hemel-opneming voor ieder van ons afzonderlijk, en voor elke kerkgemeenschap? Als ‘leven-dragers’, als ‘mensen-in-verwachting’ moeten we elkaar regelmatig opzoeken, naar elkaar toe gaan, elkaar groeten en zegenen (bene-dicere!), elkaar hoogachten en ‘groot-maken’. En vooral ‘bij elkaar blijven’, wel drie maanden lang, als het kan… Samen schuilen en samen scholen in het (ethisch) moederschap. Zoals Maria naar Elisabeth toeging, niet zomaar om wat te helpen en bij te klussen in het huishouden, wat te poetsen, te wassen, te plassen en te strijken en af eens commissies te doen in de Aldi of de Delhaize van Jeruzalem (pas op: dat moet òòk gebeuren!) Maar om elkaar te vertellen over het breekbare broze leven dat we mogen dragen, vasthouden, voeden met het beste van onszelf en laten groeien tot het groot genoeg is om straks zelfstandig te kunnen bestaan. Vertellen over de kleine kwaaltjes en grote ongemakken die we tijdens die zwangerschap ondervinden, maar ook over de vreugde die het ons geeft bij elke echo, wanneer we het hartje zien kloppen en zien hoe het piepkleine wichtje zich ontwikkelt… Daarvoor komen we hier in dit kerkgebouw elke zondag samen: om week na week een echografie te laten maken en aan elkaar laten zien; de hartslag van het nog ongeboren leven laten horen en te laten zien hoe het leven groeit in onze ‘baarmoeder’ van barmhartigheid – die grote wachtkamer van de vergeving, het mededogen en de kans op nieuw begin … Laten we het nog even ‘op z’n Maria-en Elisabeth’s’ zeggen met de woorden van een zekere John Wesley uit 1791:

Doe zolang het mogelijk is al het goede dat je kunt met de middelen die je hebt op de manier die je eigen is op de plaats waar je staat in de tijd die je gegeven is voor de mensen die je worden toevertrouwd…

Zo moge het zijn! En daartoe zegene ons de God van Zacharias en Elisabeth, de God van Maria, de God van Johannes de Doper en van Jezus van Nazareth; de Vader-Moeder, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

geert dedecker

DRIE KEREN HET WEESGEGROET OP-NIEUW…

Wees gegroet, Maria, verheug u gezegende, poort van Gods genade, Ark des Verbonds, jonge vrouw overschaduwd door de Geest. stem van over de bergen, groet in onze oren, boodschap van vreugde, geringste en grootste, weerklank van eeuwen, belofte voor alle tijden, wees gezegend door alle geslachten.

Moeder Maria, bid voor ons, dat wij Gods groet vernemen en elkaar begroeten en zegenen. Want wie zwijgt, heeft niet in de belofte geloofd. Leer ons weer roepen met luide stem woorden van bewogenheid omwille van God en van de mensen.


Wees gegroet, Maria, moeder van de vluchtelingen, die zich verschansen achter de tralies van hun onmacht en hun verdriet.

Wees gegroet, Maria, moeder van de verminkte kinderen die de oorlog achterliet.

Wees gegroet, Maria, moeder van de duizenden doden die vielen op het slachtveld van de macht.

Wees gegroet, Maria, moeder van de vrouwen die op hetzelfde slagveld zijn verkracht.

Wees gegroet, Maria, dwaze moeder die week na week blijft protesteren op het plein omdat jouw kinderen spoorloos verdwenen zijn…

Moeder Maria, bid voor ons, dat wij weer bewogen worden en op weg gaan met onze hoop en ons verdriet. Leer ons opnieuw de eenvoudige gebaren van bewogenheid: op zoek gaan naar wie ons nodig heeft, afdalen, indalen, ten dienste staan omwille van God en van de mensen.


Wees gegroet Maria, vrouw van alle tijden, moeder van alle moeders, draagster van Jezus, vruchtbare vrouw in elke zin van het woord. Gezegend is de vrucht van je schoot, de Zoon die ons de weg toont, ook vandaag. Die ons, zoals jij, ‘ja’ doet zeggen op de wereld anders, een wereld van vrede en gerechtigheid.

Moeder Maria, bid voor ons. Wees een steun voor allen die gebukt gaan onder zorgen, pijn en verdriet. Jij, Moeder van troost in moeilijke dagen, geef hen en ons nieuw leven in naam van de leven gevende God in wie wij geloven, op wie wij hopen. Voor nu en altijd. Amen.


HOMILIE

OP DE FEESTDAG VAN MARIA-TEN-HEMEL-OPNEMING

GODELIEVEPAROCHIE ROESELARE – 15/08/2023

** Inleiding op de lezingen**

Gode-lieve mensen, ik hoorde onlangs een merkwaardige verspreking van iemand die nog maar recent in het kerkelijk bedrijf werkzaam is: Straks moeten we ook nog teksten en liedjes zoeken voor 15 augustus, het feest van ‘Maria-opgehemeld’, zei ze, met een lichte zucht. Ik vond het een bijzonder mooie en veelzeggende verspreking. ‘Maria opgehemeld’ – ja, dat klinkt goed! Want over een ‘hemelvaart’ of ‘tenhemelopneming’ van Maria wordt in het evangelie nergens iets gezegd; er klinkt zelfs geen woord over haar dood en begrafenis, en al helemaal niet over wat na haar overlijden met haar is gebeurd. We moeten ons daar bij het horen van de lezingen van vandaag goed van bewust zijn. De eerste lezing, uit het Boek Apocalyps, dreigt ons namelijk lelijk op het verkeerde been te zetten. Daar wordt gesproken over ‘een Vrouw, bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren…’ Gelieve daar straks met enige kritische zin naar te luisteren, en best met een monkellachje op het gezicht. Hoho, moet je binnensmonds zeggen, beste schrijver van de Apocalyps, nu overdrijf je toch wel heel erg, in al jouw gepassioneerd bezig zijn met ‘Het Einde van de Tijden’… Want zo maak je van Moeder Maria een hemelse koningin met een kroon vol zware diamanten en een mantel van brokaat, en we mogen met zekerheid veronderstellen dat het eenvoudige meisje uit Nazareth zich helemaal niet op haar gemak zou voelen in zo’n plechtig heiligenkostuum, gedoopt in al dat dogmatisch en theologisch stijfsel en omgeven door zoveel felle zonnestralen en fonkelende sterretjes – en daar dan bovenop die zware kroon nog op haar hoofd (of op haar hoofddoek, wie weet?)… Nee – dan toch maar liever eventjes voor één dag ‘Maria opgehemeld’! Ik vond het zo mooi als nieuwe en eigentijdse benaming voor deze Hoogdag van 15 augustus, dat ik het jullie vandaag in deze inleiding op de lezingen absoluut eerst wilde vertellen, en het er straks ook graag nog verder wil over hebben in mijn preek…

Andere inleiding op de lezingen

YehudaAmichai*, Israëls meest bekende moderne dichter vertelt dit verhaal: *

Eens zat ik op een traptrede naast de poort bij de Toren van David, in Jeruzalem. Ik zette mijn twee zware manden met boodschappen die ik net had gedaan, naast mij op de grond. Een groep toeristen stond in een kringetje om hun gids heen en ineens werd ik hun referentiepunt.

“Zien jullie die man daar zitten met die twee manden? Iets rechts van zijn hoofd is een boog uit de Romeinse tijd te zien, en die is prachtig! Ja daar, precies rechts naast het hoofd van die man…”

Ik dacht bij mezelf: “We bereiken pas écht het begin van de verlossing en de humaniteit, als de gids ooit tegen dat groepje toeristen zegt: ‘Zien jullie die boog daar uit de Romeinse periode? Die is mooi, maar eigenlijk niet zo belangrijk. Maar er net naast, een beetje naar beneden en naar links, daar zit een man die zojuist groenten en fruit heeft gekocht voor zijn gezin. Dààr moet je goed op letten, want dat is pas echt mooi: dat een man dat zomaar doet en wel dag na dag..!’

Zo dadelijk horen we de eerste lezing uit het Boek Apocalyps, over een vrouw met een kroon op haar hoofd, die een vuurspuwende draak onder de voeten verplettert. Beste mensen: dat is mooi – maar je moet er toch maar niet te veel op letten…

Maar wat we daarna in het evangelie zullen horen: over een eenvoudig meisje met een hoofddoek aan uit Nazareth – dat is mooi! Zij is in verwachting, en van zodra ze het goede nieuws vernomen heeft, is ze op weg gegaan, over de bergen heen, op bezoek bij haar nicht Elisabeth, om haar van dienst te zijn… En als zij straks ook nog begint te zingen – dan moet je zeker luisteren, want dat is mooi – ja, eigenlijk is dat ‘magnifiek’…

Homilie

Gode-lieve mensen, een tiental jaren geleden mocht ik voorgaan en preken in de uitvaart van een oude kloosterzuster. Het was nog ‘verre familie’ van mij, en ik had haar behoorlijk goed gekend. Dus was het niet zo moeilijk om een en ander over haar te zeggen. Mag ik zo vrij zijn een stukje voor te lezen uit mijn preek van toen – het is lang genoeg geleden om daarmee de wetten van de privacy niet te schenden…

UIT DE HOMILIE BIJ DE UITVAART VAN EEN OUDE KLOOSTERZUSTER

Lieve mensen, de Zuster die we vandaag ten grave dragen is altijd ‘kleuterleidster’ geweest, onder andere zesentwintig jaar in de wijkschool ‘de Engel’ in Ichtegem. Maar vroeger heette dat zo niet: ‘kleuterleidster’. Vroeger was de kleuterklas nog de ‘bewaarklas’. En dus was deze Zuster bijna haar hele leven lang letterlijk en figuurlijk een soort van ‘bewaar-engel’, en daar op de ‘Engel’ in Ichtegem zelfs een echte ‘ENGEL-BEWAARDER’, van beroep en van roeping. Het was voor haar een full-time job, met ontelbaar veel onbetaalde overuren. En let wel: ‘De Engel’ in Ichtegem, dat is op de landkaart echt niet zó ver verwijderd van ‘Aart-rijke’ – het is een merkwaardig maar veelbetekenend toeval… Als ‘Zuster van de Bewaarschool’ was zij waarachtig een soort van engel, vol van genade. Wijd spreidde zij haar vleugels dag na dag, twee armen boordevol licht. Zo simpel waren in haar doen en laten de Liefde en de Zorg dagdagelijks aanwezig: een kinderjas wat warmer dichtgetrokken, een mutsje op, een dikke sjaal; een zakdoek voor een snottebel, een natte pamper vervangen, een kakkebroek verversen, een kleuter op het potje helpen gaan (kortom: het heilige van het alledaagse!) een tikje op de schouder, een kinderhand in de vertrouwde grote zusterhand om de straat over te steken – want het was daar een druk kruispunt vlak bij de school, en het verkeer van grote mensen en hun snelle wagens kan levensgevaarlijk zijn – dat is alom bekend… En later op de parochie speelde zij zovele rollen uit het evangelie en het eerste christendom. Of nee, ze spèèlde die rollen niet, ze was ze helemaal. Naar hartenlust cumuleerde zij een aantal pastorale functies, zonder enige benoeming of wijding, maar met een ongelofelijke toe-wijding en dienstbare bereidwilligheid… Zij was dienares, zij was op heel bescheiden wijze ‘diaken’ en ‘minister’ tegelijk. Rondlopend al weldoende, beredderde en bedisselde ze opvallend-onopvallend al wat op haar af kwam in haar eenvoudige bestaan. Ja waarlijk, zoals de dichter/schrijver Toon Tellegen het zo prachtig zegt: ‘Er lopen heiligen op straat. *** *** Ze zijn te herkennen aan hun onopvallendheid, *** *** aan hun onzichtbare mantels van een oneindige kostbaarheid *** *** die losjes om hen heen wapperen, *** *** en aan hun verdriet. *** *** Als we ze tegenkomen, lopen we ze voorbij. *** *** Maar we horen iets ruisen. *** *** Als we omkijken, zien we dat ze zich losmaken van de andere mensen, *** *** hun pas versnellen, zijstraten inslaan. *** *** Overal staan mensen stil en kijken om…’** Enkele collega-priesters die ook in de uitvaart waren, en een paar leidinggevenden van de congregatie van die Zuster hebben me achteraf bedankt voor de mooie preek en voor de verzorgde uitvaart. Maar… zeiden ze er vriendelijk bij: je hebt haar bij momenten toch wel hèèl erg opgehemeld. En je moet daar een beetje mee oppassen, zeiden ze heel goedbedoeld - want ja, wat moet er dan straks nog gezegd worden over al die andere zusters die daar in de uitvaart zaten, wanneer zij gestorven zijn… Beste Gode-lieve mensen, da’s waar, denk ik. We moeten oppassen met het teveel en het te gemakkelijk ‘op-hemelen’ van mensen. Maar toch - wat is het Magnificat dat we zojuist hoorden voorlezen anders dan het ‘op-hemelen’ van de kleine mens, de ongekenden in de schaduw; de slachtoffers en verliezers, de waterdragers en zorgdragers in de rand; al die zogenaamd ‘onvruchtbaren’ die zoals Elisabeth te oud zijn om nog toekomst te kunnen maken – of die nog ‘maagd-zijn’ zoals Maria – te jong en te onervaren om ook maar iets van nieuw en goddelijk leven in de schoot te kunnen dragen..? Weet je – zeg dat ik het gezegd heb in deze preek - we moeten elkaar toch maar beter af en toe eens ‘op-hemelen’ en even in de hoogte steken, eventjes maar. Elkaar een zon-dag bezorgen midden in de week, zoals vandaag; een hoog-dag te midden van alle grijze en geschiedenis-loze ‘laag-dagen’ die we in het leven ook meemaken. We moeten daar natuurlijk niet mee wachten tot iemand gestorven is – maar ja, dan mag het zeker wel, dan moèt het wel – want wat is anders de bedoeling van een uitvaartplechtigheid, wat anders dan te zeggen en te tonen dat wij jou, gestorven mens, waarachtig ‘hoog achten’ – en precies daarom steken we jou in dat laatste heilige uur nog eventjes in de hoogte, we hemelen jou nog even op, zodat je wat dichter bij God kunt komen – en Hij, de Grote Drager van alle leven, de Grote ‘Engel-bewaarder’, de Grote ‘Op-hemel-aar’ – Hij zal jou dan wel helpen om dat allerlaatste gevaarlijke kruispunt op je levensweg over te steken: Hij zal het wel overnemen van ons en jou – zo hopen en zo bidden wij – dan thuisbrengen bij Hem voorgoed… Gode-lieve mensen, dat is voor mij de betekenis van het feest van ‘Maria opgehemeld’ dat we vandaag vieren. De hemel wordt even binnen ons bereik gebracht – binnen het bereik van kleine mensen zoals jij en ik. De evangelist Lukas die Maria in zijn evangelieverhaal zo magnifiek huldigt en zalig prijst, tilt in dezelfde beweging waarmee hij dit prachtige verhaal schrijft van twee vrouwen in verwachting die elkaar ontmoeten, het doodgewone alledaagse leven van ons allemaal op een hoger niveau; hij prijst het zalig en noemt het heilig: het magnifieke-heilige van het alledaagse… Dus beste mensen, geef het niet op om in verwachting te willen zijn zoals de jonge Maria en de oude Elisabeth. Zoek elkaar op en wil elkaar in dienstbaarheid ontmoeten. Ga – desnoods in een verre reis over de bergen heen – naar elk-ander toe die jouw hulp en jouw diensten, jouw ‘diaconie’ misschien nodig heeft. Zoek de hemel niet te ver en niet te hoog. Weet hem meestal vlakbij, hier en nu op deze aarde – ergens verscholen in een ouderwets ‘bewaar-schooltje’ op ‘De Engel’ misschien, nooit ver van ‘Aart-rijke’ verwijderd wellicht… Maak de hemel zichtbaar, tastbaar en aanraakbaar voor de mensen om je heen in doodgewone-buitengewone, alledaagse dingen, en zeker ook op een gevaarlijk kruispunt, bij de momenten waar een moeilijke oversteek wacht voor het kleine weerloze kind dat wij toch allen zijn… Gode-lieve mensen, dit is de vraag van de dag, de fameuze vraag van één miljoen, weet je wel…: Wat moeten wij ‘in Godsnaam!’ (!) doen om hier op aarde ‘onze hemel te verdienen’ en een beetje ‘heilig’ te kunnen worden, of toch tenminste ‘zalig’ misschien..? Een zekere John Wesley zegt het op zijn manier, met een tekst die al dateert uit 1791: ‘Doe zolang het mogelijk is al het goede dat je kunt** met de middelen die je hebt** op de manier die je eigen is** op de plaats waar je staat** in de tijd die je gegeven is** voor de mensen die je worden toevertrouwd…’ Zo moge het zijn! Ik wens jullie allen van harte een Zalige Hoogdag van ‘Maria Opgehemeld’. Amen. geert dedecker

Voorbeden

MOEDER VAN DE DAGELIJKSE ZORGEN

Wees Gegroet, Maria. Moeder van het doodgewone, ongeziene werk, van de onverdroten inzet en het dagelijkse sjouwen, van de boodschappentas en het verse beddengoed. Lieve Vrouwe van het naaiwerk, van de afwas en de tuin en van het huishoudgeld dat soms maar net genoeg is om het einde van de maand te halen. Moeder van alle mysteries in het leven: de blijde, de droevige en ook de glorieuze, Wees Gegroet, Maria.


Wees Gegroet, Maria. Moeder van de stralende glimlach ondanks de vermoeidheid. Lieve Vrouwe van de gastvrijheid, van het koekebrood en de confituurtaart als het kermis is, van de hartelijkheid en van de vrede. Gij die uw kind gebaard hebt in een stal en die hebt moeten vluchten naar Egypte. Moeder van alle mensen op de vlucht, moeder van daklozen en nameloze kinderen te vondeling gelegd. Allochtone of autochtone sterke vrouw met of zonder hoofddoek, Wees Gegroet, Maria.


Wees Gegroet, Maria. Moeder van de angst en het verlies. Grote Lieve Vrouw wier enig kind gestorven is voor uw ogen op een kruis. Moeder van de vermisten en de vermoorden, Moeder van de gedetineerden én Moeder van de slachtoffers… Moeder van de ‘doodgewone’ mensen, die in ’t stille doen wat moet gedaan. Moeder van zoveel ‘buitengewone’ mensen die van harte zeggen: ‘Let it be…’ en ‘Mij geschiede naar Uw woord…’ Moeder van alle mama’s en oma’s in Vlaanderen en over de hele wereld, Wees Gegroet, Maria.

Kleine variaties op het Magnificat…

ROEPING (voor de Zusters van Liefde, te Weert) Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar verlamde oude mensen wast, in bed verschoont, en eten voert, zal nooit haar naam vermeld zien in de krant. Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij vóór dit, of tègen dat is, des middags het verkeer verspert, ziet ‘s avonds reeds zijn smoel op de tee vee. Toch goed dat er een God is.

Gerard Reve

Eens zat ik op een traptrede naast de poort bij de Toren van David, in Jeruzalem. Ik zette mijn twee zware manden met boodschappen die ik net had gedaan, naast mij op de grond. Een groep toeristen stond in een kringetje om hun gids heen en ineens werd ik hun referentiepunt. “Zien jullie die man daar met die twee manden? Iets rechts van zijn hoofd is een boog uit de Romeinse tijd te zien, en die is prachtig! Ja daar, precies rechts naast het hoofd van die man…” Ik zei tot mezelf: “Verlossing en echte humaniteit komen er alleen als de gids ooit tegen hen zegt: ‘Zien jullie die boog daar uit de Romeinse periode? Die is mooi, maar niet zo belangrijk. Maar er net naast, een beetje naar beneden en naar links, daar zit een man die zojuist groenten en fruit heeft gekocht voor zijn gezin. Dààr moet je goed op letten, want dat is pas echt mooi: dat een man dat zomaar doet..!’

*Een verhaal van Israëls meest bekende moderne dichter: *YehudaAmichai

Belangrijkste vraag

Tijdens het eerste halfjaar van mijn opleiding tot verpleegkundige kregen we van een docent een onverwachte toets. Ik nam gewoontegetrouw eerst alle vragen door. Met grote verbazing las ik de laatste vraag: hoe heet de dame die deze afdeling schoonmaakt? Dat moet een grap zijn, dacht ik. Ik wist hoe ze eruitzag, groot, met donker haar en rond de vijftig, maar hoe moest ik in vredesnaam haar naam weten? Ik liet de vraag dan ook open. Voor het einde van het college vroeg een student of de laatste vraag echt meetelde. ‘Absoluut!’ antwoordde de docent. ‘Dat is de meest belangrijke vraag van de toets. In jullie loopbaan zullen jullie veel mensen tegenkomen. Ze zijn allemaal belangrijk en verdienen jullie aandacht en zorg, al is het maar dat je even glimlacht en “Hallo” zegt. Minstens hun naam kent.’ Mopperend verlieten de studenten het lokaal. Maar deze les vergat niemand meer. (bron onbekend)

NUMMER ZOEKEN

Mijn dossier was zoek geraakt. Ik wist mijn nummer niet meer. Ik moest mijn nummer zeggen. Mijn naam was niet genoeg.

Aan een naam hebben we niets, zei het loket. Uw nummer hebben we nodig. Dan kunnen we zoeken in het bestand, u zit onder een code.

Ik heb toch een naam, zei ik. We kunnen u alleen op nummer vinden, mijnheer. Ik vergeet soms, zei ik. Ik ben suikerpatiënt. Ik ben soms ontregeld.

Daar hebben we niets mee te maken. Dat zijn dokterszaken. Wij willen alleen uw nummer.

Een lange rij stond achter mij. Er klonk steeds meer gemompel. Wie vergeet nu zijn nummer. Dan moet je wel stom zijn. We hebben hier allemaal een nummer.

Toen ging er een deur open. Komt u maar even hier rustig zitten zei een vriendelijke stem. Ik haal wat koffie voor u.

Toen ze terugkwam met haar koffie, wist ik mijn nummer weer. Hoe is uw naam, zei het jonge meisje. Ik noemde mijn naam. Zo heet mijn vriend ook, zei ze. Ik vind het zo een mooie naam…

uit een boekje van Welzijnszorg: ‘Uit de schaduw’

Arcabas annunciation


Homilie in de viering PCB Brugge

VOOR DE FEESTDAG VAN MARIA-TEN-HEMEL-OPNEMING

13-14 augustus 2022

Meer dan vijftig jaar geleden zong de bekende Nederlandse cabaretier Wim Sonneveld, verkleed als Frater Venantius, met de gitaar plus veelkleurige linten in de hand uit volle borst dit lied: “Zeg maar ja tegen ‘t leven, ja tegen ’t leven, van je Amen en je Gloria joechee.

  • Zeg maar ja tegen ‘t leven, ja tegen ’t leven, anders zegt ‘r ‘t leven nog nee.”* Het was een hilarisch nummer dat destijds insloeg als een bom. Maar dat grappige liedje bevatte eigenlijk een grote levenswijsheid: de affirmatie van het leven, met alles er op en er aan; de omarming van het bestaan zoals het op je afkomt, in goede en in kwade dagen. “Zeg maar ja tegen ’t leven…” Maar beste mensen, ‘Ja’ zeggen, hoe doe je dat? Je kunt het op vele manieren doen; je kunt in je leven het simpele woord ‘Ja’ vervoegen en verbuigen in alle wijzen en in alle tijden. Dat heeft Maria ook gedaan, haar hele leven lang. ‘Ja’ zeggen op de blijde, de droevige en de glorieuze mysteries. ‘Let it be’ – ‘Hineini’ – Me voici’ – ‘Amen’ – ‘Mij geschiede naar Uw woord’… Regelmatig zijn er mensen die tegen mij zeggen (en dat gaat dan vooral over mijn werk en mijn agenda): ‘Je moet “Neen” leren zeggen. En dat is waar. Die mensen hebben gelijk. Maar dan denk ik: er zijn zoveel mensen die geen keuze hebben. Hun leven ziet er uit zoals het is; je hebt het misschien niet zo gewild maar het is nu eenmaal zo. En vooral: je voelt je er verantwoordelijk voor… Voor dat gehandicapte kind Voor die oude moeder in het WZC Voor die zoon van jou die een stommiteit heeft uitgehaald en daarvoor nu in de gevangenis zit… voor die buur die zelf geen boodschappen meer kan doen voor die mens zonder papieren die hier ineens is aangespoeld en niet meer weet waarin of waaruit… En toch zijn er mensen die in zulke moeilijke omstandigheden onvermoeibaar ‘Ja’ blijven zeggen!

Ik ben voor! – Je suis pro! - I’m pro!

Om dat soms zo moeilijke ‘Ja-zeggen’ te illustreren en wat dichter bij jullie te brengen, lees ik een impressie voor die ik enkele jaren geleden neerschreef nadat ik thuis terugkeerde van enkele uren ‘onthaal’ met de tent van Thuisfront hier aan de gevangenispoort in Brugge:

ZO VOLWASSEN, EN TOCH NIET OUD GENOEG…

Zaterdagmorgen 3 april 2010 – we staan met de tent van Thuisfront aan de gevangenispoort van Brugge, om de bezoekers te onthalen en te bemoedigen, ter gelegenheid van Pasen… Een jonge vrouw loopt ijlings door de grote poort naar binnen, zonder op of om te kijken. Ik bied haar nog een paaseitje aan met een wens, maar daar heeft ze nu geen tijd voor. ‘Ze is hier een paar uur geleden ook al geweest’, zegt iemand van Thuisfront die daar al langer staat. ‘Maar ze was net te laat, en mocht niet binnen voor het bezoek…’ Na een paar minuten is ze daar terug, en blijft verweesd staan wanneer ik haar nog een keertje aanspreek. ‘Het is toch niet waar dat je weer te laat was?’, zeg ik verbaasd. ‘Neen’, zegt ze; ‘het is veel erger. Ik mag gewoon niet binnen omdat ik nog geen zestien ben. Pas ver in mei zal ik oud genoeg zijn om hier alleen te mogen komen, zeggen ze. Nu mag het niet, tenzij ik een wettelijke voogd meebreng. Ja kijk, tot verleden week verbleef mijn mama in Antwerpen, en daar mocht ik wel op bezoek, zonder problemen… Wie verstaat daar nog iets van..?’ Ze beeft van onmacht en kolère, ze weent met diepe schokken van eenzaamheid en verdriet. ‘Wat moet mijn mama daar nu van denken?’, zegt ze. ‘Ik ben tot nog toe elke zaterdag naar haar toe gekomen, zonder mankeren. Ze rekent er vast op dat ze mij ook vandaag zal zien. Nu is het morgen Pasen, en ik kan haar niet eens laten horen dat ik toch maar gekomen ben…’ ‘Kom, drink een tasje koffie of een frisdrank en zet je wat’, zeg ik bezorgd. ‘En vertel eens, hoe geraak jij straks weer thuis?’ ‘Met mijn papa’, zegt ze. Die zit daar op de parking in de auto te wachten tot ik terug ben van het bezoek. Zelf wil hij zeker niet naar binnen – hij wil mijn mama nooit meer zien. Maar ik heb hem kunnen overhalen om mij tenminste tot hier te brengen. En nu sta ik hier op straat zonder verweer – dat is toch onvoorstelbaar, vind je niet?’ Toen ze wat tot rust gekomen was, is ze maar weer opgestapt. Op weg naar de parking, naar haar vader en naar huis. Wat een volwassen jonge vrouw, denk ik. Zo eerlijk en zo trouw, zo loyaal, zo open en aanhankelijk jegens haar moeder én haar vader. Maar daar heeft het ‘systeem’ blijkbaar geen oren naar. Die rekenen met de kalender, en vinden haar dus net niet oud genoeg… Ik stop haar nog een paaseitje toe met deze wens: EN TOCH… blijven op bezoek komen, blijven geloven, blijven hopen, blijven naar de toekomst kijken, blijven gaarne zien… Elke keer dat het ons lukt, wordt het een beetje PASEN! ‘Dankjewel’, zegt ze bedeesd. ‘Nu mag ik mijn vader niet langer laten wachten, of hij wordt vreselijk kwaad…’ Hopelijk komt ze volgende week terug, denk ik haar achterna. Met haar papa, of met trein en bus. Maar wie van ons kan er voor zorgen dat ze dan binnen mag in de gevangenis van Brugge? Zestien of nog net niet – mij lijkt ze meer dan oud genoeg!

Op dit feest van Onze Lieve Vrouw Hemelvaart worden wij uitgenodigd om Maria’s gebed van overgave mee uit te spreken in alle omstandigheden, in ziek en zeer, in wind en weer. ‘Uw wil geschiede’ – help mij dat ik in mijn situatie, hoe onmenselijk moeilijk of ingewikkeld die ook mag zijn, uw weg blijf gaan. ‘Uw wil geschiede’. Het is een woord van beschikbaarheid: laat mij die weg ook gaan. Maar tegelijk een woord van grote* bescheidenheid*. Want we weten hoe onverzettelijk onze wil is in zijn weerstand tegen Gods wil. En we weten hoe moeilijk het is om te midden van de gecompliceerde problemen van onze tijd en van ons eigen leven Gods wil te verstaan, te vertalen, om te zetten in daden. Vandaar (het is en blijft een gebed): laat het tóch gebeuren, ook als ik niet meewerk of als ik tegenwerk, - laat uw beleid uitgevoerd worden, dwars door alles heen, dwars tegen alle machten en krachten van deze wereld in… Hoe dan ook: ‘Ja’ is het wacht-woord, het sleutelwoord, het ‘verlossende’ woord, het geboortewoord, het meest menselijke woord want het hoogst verantwoordelijke ant-woord dat er bestaat. Het klinkt ondubbelzinnig vanaf het begin van het evangelie, bij de engel die boodschapt aan Maria, en het weergalmt tot onder het kruis, zowat drieëndertig jaar later… Het ‘Ja’ van Maria - het ‘Let it be…’ en ‘Mij geschiede naar Uw woord’: dàt is de geheime code, het sleutelwoord dat de hemel-op-aarde voor haar en voor zeer velen om haar heen open maakte; het wacht-woord dat telkens weer kan ‘inleiden’ op en toeleiden naar de menswording en de geboorte. In een wereld die voortdurend ‘Neen’ zegt, is er hoge nood aan een krachtig ‘Ja!’. Dat ‘Ja!’ kadert niet in een vrijblijvend welles-nietes spelletje van ‘Ja maar’ en ‘Misschien wel’ of ‘Ooit eens’… Het is een ander soort ‘Ja!’ Een ‘Ja!’ dat onze veerkracht aanspreekt, onze verantwoordelijkheid en onze goede wil. Een ‘Ja!’ dat zoals bij Maria, niet van te voren kan inschatten wat de gevolgen zullen zijn; een ‘Ja!’ dat vertrekt van een utopisch vertrouwen in de toekomst. Een ‘Ja!’ dat ontvangt en open staat, zonder actief management, zonder beleidsplan of dure kosten-batenanalyse. ‘Zeg maar ja tegen het leven…’ zoals Wim Sonneveld en Frater Venantius zo overtuigend zongen… Zo moge het zijn. Let it be! Ja! Amen! geert dedecker

The Beatles – Let it be

When I find myself in times of trouble Mother Mary comes to me Speaking words of wisdom Let it be And in my hour of darkness She is standing right in front of me Speaking words of wisdom Let it be Let it be, let it be Let it be, let it be Whisper words of wisdom Let it be And when te broken hearted people Living in the world agree There will be an answer Let it be For though they may be parted, there is Still a chance that they will see There will be an answer, let it be. Let it be, let it be Let it be, let it be there will be an answer Let it be Let it be, let it be Let it be, let it be Whisper words of wisdom Let it be

And when the night is cloudy There is still a light that shines on me Shine until tomorrow Let it be I wake up to the sound of music Mother Mary comes to me Speaking words of wisdom Let it be Let it be, let it be Let it be, let it be there will be an answer Let it be Let it be, let it be Let it be, let it be Whisper words of wisdom Let it be

Zoeken in Preken Online