Maria als eerste van de kerk van Jezus deel van Gods hemel (2009)

Feest · 15 augustus · Maria ten hemelopneming · wit

Dat Maria in de hemel ten hemel opgenomen is, vinden we niet in de Bijbel. De lezingen in de viering vandaag zeggen dit dus ook niet, want het staat er niet in. Wel is het een dogma, een leerstuk van de kerk, officieel sinds 1950, dus nog maar heel kort. Eeuwen lang konden gewone gelovigen zich niet anders voorstellen dan dat Maria, de moeder van Jezus, toch zeker wel bij hem, bij God in de hemel moest zijn. Zo behoort het al eeuwen tot het geloof van de kerk, en sinds de vorige eeuw ook officieel, maar het staat niet in de Bijbel, en dus zijn er voor dit feest andere Schriftlezingen uitgekozen. Zo horen we in het evangelie een stukje uit het leven van Maria, als ze net zwanger is van Jezus, en in het boek van de Openbaring over de Vrouw van de eindtijd, waarin velen Maria herkennen. Deze beide teksten zijn bedoeld om ons vandaag in contact te brengen met Maria, met haar betekenis in het leven van God en zijn volk, van Jezus, en van ons. Op het feest van vandaag wil ik iets eerst zeggen over hemel en aarde, God en mens, want dat Maria’s Tenhemelopneming niet in de Bijbel staat, wil niet zeggen dat we er vanuit de Schrift niets over kunnen zeggen.

Zo vieren we bijvoorbeeld elk jaar de Hemelvaart van Jezus (die staat wel in de Schrift beschreven), en dit jaar hebben we het gehad over hoe de Bijbelse mens er nog van uitging dat wij op een platte aarde wonen waar Gods hemel als een soort tentdoek over heen gespannen is. Wie veel buiten is, zoals velen toen, is dan ook vertrouwd met de hemel met al zijn sterren als een teken dat God heel vertrouwd en dichtbij is, en ons nooit ontbreekt. Zoals die sterren, zon en maan als richtingwijzers aan de hemel staan, en nodig zijn voor de aarde, zo is God altijd beschermend en richtingwijzend aanwezig voor allen die op Hem vertrouwen. Daarbij is in de Schrift heel duidelijk dat de aarde onder de hemel de plaats is voor de mens, en de hemel boven de aarde de plaats van God, maar de hemel is er voor de aarde. God wil er zijn voor ons: God is liefde, en liefde is er om te delen, niet om voor jezelf te houden. Wij kunnen niet van iedereen houden alsof die ander de enige is; dat kan alleen God. God houdt van alle mensen, en tegelijkertijd is God smoorverliefd op jou en u en mij, iedereen. Anders gezegd, Gods universele liefde wordt werkelijkheid in heel concrete mensenlevens. Zo vertelt de hele Bijbel ons op elke bladzijde van Gods unieke liefde voor het volk van Israël, en tegelijkertijd wordt in Gods liefde voor Israël ook zijn liefde voor alle mensen concreet. Als christenen vieren wij als hoogtepunt van Gods liefde dat God zelf uit zijn hemel boven de aarde is afgedaald naar de aarde van mens en in Jezus van Nazaret mens onder de mensen is geworden, mens op de aarde onder Gods hemel. Heel zijn leven op deze aarde is een beeld van hoe God in de hemel ons leven hier op aarde bedoelt. Met de Hemelvaart van de Heer vierden wij hoe Jezus Messias ons is voorgegaan naar Gods hemel. Dat hij ons heeft verlaten wil niet zeggen dat hij ons in de steek heeft gelaten, maar dat hij, aan Gods rechterhand, deel uitmaakt van Gods beschermende hemel boven de aarde. Ik zei al: op deze weg is hij ons vóórgegaan, opdat eens Gods hemel en onze aarde één mogen zijn, en ook wij eens worden opgenomen in Gods heerlijkheid.

Die hoop heeft de kerk, het lichaam van Christus hier op aarde, vastgehouden, de eeuwen door. We horen daarover bijvoorbeeld in het boek Openbaring waarin ene Johannes beschrijft hoe hij in de eerste eeuwen van zware vervolging door Romeinse keizers visioenen ziet die hij doorgeeft aan verschillende christengemeentes om daaruit hoop te putten en vol te houden. Zo begint het visioen van vandaag dat hij vanaf de aarde de hemel open ziet gaan en daar de ark van het verbond ziet, het teken van Gods aanwezigheid bij zijn volk, verdwenen sinds de verwoesting van Jeruzalem en de tempel, en die volgens een bepaalde traditie pas weer zal verschijnen op het einde van de wereldtijd. Johannes ziet dus voor zich dat die tijd nu of heel binnenkort is aangebroken - volhouden dus! - en vooral, dat God met zijn liefde en trouw ook nu met zijn volk is. En er verschijnen meer tekens: een vrouw bekleed met de zon, de maan en twaalf sterren. God is de zon, en de maan zijn zij die hun licht ontlenen aan de zon. Deze vrouw is dus iemand die vervuld is van God, die heel dicht bij God staat. Nu is het niet gek dat wij - zeker vandaag - in deze vrouw Maria herkennen, maar er zijn vanuit de Bijbel meer kandidaten. Zo kennen we Vrouwe Wijsheid, zij die God vergezelde vanaf het begin van de schepping; en Eva, de moeder van alle levenden (die met haar kroost de kop van de slang zal verpletteren); of Sara, de aartsmoeder van de twaalf stammen van Israël; of inderdaad Maria, de moeder van Jezus Messias, de opgaande zon; of ook de Vrouw als symbool van de kerk, heel de gemeenschap van Jezus, die op dat moment zo zwaar wordt vervolgd, in de tijd voorafgaand aan de wederkomst van de Messias en het aanbreken van de messiaanse tijd. En inderdaad, daar verschijnt als tweede teken een draak, een slang, symbool van alle kwaad. Het kwaad, de duivel in de hemel? Inderdaad, zegt de Schrift, waar goed is, is altijd ook kwaad, ómdat daar goed is, en de duivel is de grote tegenstrever, degene die goed en kwaad altijd andersom voorstelt. Als God ‘recht’ zegt, zegt hij ‘onrecht’; als God ‘dienen’ zegt, ‘heersen’; ’liefde’ - ‘haat’, ’leven’ - ‘dood’. Hij is - letterlijk - de anti-christ, en wordt aan het eind van dit visioen uit de hemel gegooid. Feest daarover in de hemel, maar de draak komt zo op de aarde onder de hemel waar hij voorlopig nog doorgaat met groot kwaad aan te richten. In ditzelfde visioen hoorden we - als het ware in één bliksemflits hoe de kwetsbare zwangere vrouw haar zoon baart, die als een herder alle volken zal weiden, en belaagd door de draak, wordt hij meteen weggevoerd naar God en zijn troon. Je zou kunnen zeggen: de geboorte van Jezus, zijn leven, lijden, opstanding en hemelvaart ineen. Zoals eerder Mozes tijdens zware vervolgingen als pasgeborene werd gered uit de Nijl, en Jezus ten tijde van de kindermoord onder Herodes, zo wordt nu de jonge kerk wonderbaarlijk gered. Tegelijkertijd is er ook de vrouw die vlucht naar de woestijn, 1260 dagen lang, naar men zegt de tijd dat de kerk in die dagen werd vervolgd onder Antiochus.

Dat er goed en kwaad is bij de mensen op aarde onder Gods hemel, weten wij in alle tijden. Zo horen we in het evangelie Maria, net nadat zij zwanger is van Jezus naar Elisabet gaan, en in de ontmoeting van die twee vrouwen met hun kind in de schoot, gebeurt er iets, komt er iets goeds in beweging, en zij zingen Gods lof. Toch klinkt in het Magnificat van Maria meer dan een meerstemmige lofzang voor God. Wie naar de tekst luistert, hoort hoe zij deel is van het volk van Israël, en als moeder van Jezus met recht ook zijn eerste volgeling mag worden genoemd. Zij is zich bewust van de droom die God heeft met zijn volk Israël, met alle kinderen van Abraham, en met alle mensen, met ieder van ons. Het eerste deel gaat over Maria zelf, in het tweede deel blijkt zij beeld van het hele volk, van Israël en voor de kerk. Zij bezingt God die grote dingen heeft gedaan aan haar, kleine vrouw, en aan het kleine volk Israël, want armen en kleinen maakt God groot; machtigen, zij die willen heersen, en weigeren te dienen, zij worden van hun zekerheden, van hun tronen gestoten. Beide delen - over Maria en over het volk - eindigen met een verwijzing naar Gods barmhartigheid. Deze omwenteling is niet het gevolg van menselijke macht, zoals bij een militaire coup waarbij meestal de ene overheerser de plaats inneemt van de ander, maar het gevolg van Gods liefde en trouw voor alle mensen. Maria vertrouwt op God, heeft geen eigen macht, heeft geen goddelijke allure. Zij is een eenvoudige, pure mens: aan haar is niets gegeven, wat niet ook voor ons bestemd is.

In dat licht vieren we vandaag Maria Tenhemelopneming. Als eerste van de kerk, van de volgelingen van Jezus, is zij die hem op heel zijn weg is gevolgd, letterlijk van de wieg tot het graf, hem nu ook gevolgd in zijn hemelvaart, om nu - met hem - deel uit te maken van de beschermende hemel boven onze aarde. Daar mogen wij haar aanroepen en vereren, bij haar komen met onze zorgen en vragen, met onze vreugde en verdriet, de kleine alledaagse dingen, en waar het bij ons gaat over leven en dood, in het vertrouwen dat zij voor ons wil zijn als een goede vertrouwde moeder,die onze weg is gegaan, en die wij eens mogen volgen naar Gods hemel boven onze aarde.

Zoeken in Preken Online