Een vrouw die zingt. Maria als zangeres. Dat stoort ons niet en het verwondert ons ook niet. Er zijn genoeg vrouwen die zingen. En ze doen dat nog goed ook. Tot daar is er niets vreemd aan het lied van Maria. Het vreemde zit in haar tekst, in haar script. Ze zingt uit het hart, ze zingt over grote dingen die aan haar zijn gebeurd. Ze zingt als het ware van zichzelf weg. Het is geen solo, geen ontboezeming. Zij componeert, zij maakt een lied: een volkslied, een hymne voor het volk. Zij zingt uit naam van het volk. Het is alsof ze voor heel het verzamelde Israël staat, als op de ijzervlakte, en zingenderwijze zegt: zie toch wat ons te beurt valt, zie toch wat hier is geschied. Wat we al lang, al heel lang, al eeuwen hadden gehoopt en verwacht, is nu gebeurd. Wij beleven een einde en een begin. Gedaan die doffe ellende van ons volk. Iets nieuws is begonnen: de profeten hebben eindelijk hun gelijk gekregen. De gevestigde wanorde staat nu op zijn kop: nu wordt de vernederde verheven en de verhevene vernederd. Eindelijk! Er wordt orde op zaken gesteld. Dat is mijn diepe vreugde. Ik heb altijd van mijn volk gehouden. Vandaag mag ik zeggen, dat wij niets voor niets hebben gedroomd en gewacht en verwacht en gebeden. Zie, nu is het er allemaal ineens. Ik beleef een historisch moment: God ziet op ons neer.
Zijn eeuwenoude droom wordt nu gerealiseerd, Zijn eeuwenoude passie voor recht en gerechtigheid heeft vandaag succes: eindelijk staan we nu op de plek waar we al lang hadden willen staan, op de plek die ons was beloofd. We zijn thuisgekomen.
Daarover zingt die vrouw. Zij zingt over grote dingen. Er is al zoveel getreurd, er is al zo dikwijls een klaaglied gezongen. Het mag vandaag ook eens jubel zijn. Als het goed is, zeggen we het ook!
Dat is Maria. Geen klein lief vrouwke, maar een grote dame, een grote vrouw. Zij looft en prijst. Zij mag ook eens geloofd en geprezen worden. Zij is de moeite waard. Dat zeggen christenen al twintig eeuwen. We gaven haar al duizend namen.
Vandaag zegt God het ook. Dat is de betekenis van dit feest. Zoals Maria is opgenomen, geadopteerd door mensen; zo is zij ook opgenomen en geadopteerd door God zelf. Zij zong ooit eens Zijn loflied. Vandaag zingt Hij een loflied voor haar: zo iemand is bij Mij thuis. Zo iemand heeft een plaats in mijn hemel. Ik hoor zo graag een vrouw die zingt. Ze mag het eeuwig zingen voor Mijn troon.
Magnificat. In de hemel klinkt het nog beter dan hier op aarde.