Vandaag vieren we het feest van Maria ten hemelopneming, of Onze Lieve Vrouw Hemelvaart zoals het gewoonlijk genoemd wordt.
In het evangelie horen we hoe Maria op bezoek gaat bij Elizabeth. Elizabeth verwelkomt haar hartelijk en prijst Maria zalig, gooit haar allerlei complimentjes toe.
Maria laat zich niet flateren door wat haar nicht Elizabeth zegt, maar ze antwoordt in een lang gebed, het Magnificat..
Lucas schetst Maria als een voorbeeld voor ons. Ook wat het bidden betreft. Af en toe hoor ik mensen wel eens zeggen: hoe moet ik nu bidden, ik wil wel, maar hoe kan ik dat? Lucas toont ons vandaag Maria als leermeester in het gebed. Laten we even stil staan bij dit Magnificat, dit gebed van Maria.
Als we even toekijken, dan vallen er vier zaken op:
1)Ze stelt God centraal, niet zichzelf
2)Ze looft en dankt, ze vraagt niets
3)Ze denkt collectief, vanuit het volk, niet individueel
4)Haar bidden is kritisch voor het bestaande onrecht, niet vrijblijvend.
Als eerste kenmerk zien we dat Maria zichzelf niet centraal stelt, maar God.
Als wij bidden, nemen we heel dikwijls een ander standpunt in: we plaatsen onszelf centraal. ‘God, het is toch erg wat er met mij gebeurt’, ‘God, kom mij te hulp’, ‘God wil alsjeblief mijn wensen vervullen’. Heel wat van ons bidden draait eigenlijk rond onszelf.
Heel anders is dat bij Maria. Ze werd door haar nicht Elizabeth bewieroookt, maar zal die lofprijzing doorschuiven naar God. Driekwart van haar gebed is een verheerlijking van Gods grote daden. En as ze over zichzelf spreekt, dan is dit niet om te klagen of te vragen. Neen: ‘mijn hart prijst hoog de Heer’. Bidden bij Maria is allereerst God prijzen, God loven en danken. En dat brengt ons bij een tweede kenmerk.
Maria looft en dankt, ze vraagt niets.
Als wij bidden, dan is dat vaak een smeekgebed, we vragen God iets voor onszelf, of in het betere geval: iets voor iemand anders. Het lijkt er soms dat we God slechts een plaats geven in ons leven als we het moeilijk hebben, als we in nood zijn. Sommige mensen geven de indruk dat ze gerust zonder God kunnen leven. Ze bidden niet, vinden dit tijdverlies, tot op het moment dat er een tegenslag plaats vindt in hun leven. Dan vinden ze de weg naar God terug.
Maria vraagt niets in haar gebed. Ze prijst, juicht en dankt. Ze richt zich vol bewondering tot God, de gever van alle goeds. Haar gebed, het Magnificat, zegt eigenlijk voortdurend: God, het is Magnifiek. Het is magnifiek wat u allemaal gedaan hebt in het verleden, het is magnifiek wat u nu ook allemaal doet, het is magnifiek wat u in de toekomst zult doen, uw belofte aan Abraham indachtig.
En dat brengt ons bij een derde aspect: het collectieve. Ze zegt ‘Zijn dienaar Israël heeft God zich aangetrokken, indachtig zijn barmhartigheid voor eeuwig, jegens Abraham en zijn geslacht, gelijk hij had voorzegd aan onze vaderen’. Deze bijbelse taal klinkt misschien wat vreemd. Maar Maria plaatst zichzelf in de traditie en de gemeenschap van het joodse volk. Ze bidt als het ware vanuit de kerk en met de kerk.
Haar gelovig zijn en haar bidden beleeft ze niet op haar eentje. Ze weet zich een deel van een veel grotere gemeenschap.
Wij leven echter in een zeer individu-gerichte tijd. We denken zelden vanuit een groepsverbondenheid. En toch zijn dit zeer waardevolle elementen, toch beleven we daar zeer veel deugd aan. Onlangs hoorde ik een collega van school. Hij is helemaal geen pilarenbijter en loopt de kerk zeker niet plat. Hij was met zijn gezin naar Spanje geweest en op de heenreis waren ze gestopt in Lourdes en daar een dag gebleven. Ik vroeg hen wat hen het meest opgevallen was. Hij zei: de kaarsjesprocessie: hoe veel mensen, honderden, daar samen bidden. Wat een kracht daarvan uitgaat. Hij vond dit het sterkste moment van zijn reis. En ik denk terecht.
Ook wij kunnen proberen daar meer gevoelig voor te worden. Samen bidden bijvoorbeeld in de eucharistieviering verrijkt ook ons eigen persoonlijk gebed. We zeggen soms zelf: daar op die parochie bidden ze niet of nauwelijks mee, terwijl op die andere parochie, daar doet het volk wel mee.
Tenslotte is het bidden van Maria niet vrijblijvend, het is kritisch voor de bestaande sociale verhoudingen. God werkt niet met de waardeschalen van deze wereld. Het Magnificat zegt: ‘Trotsen van hart slaat God uiteen, Heersers ontneemt hij hun troon, maar Hij verheft de geringen. Die hongeren overlaadt Hij met gaven en rijken zendt hij heen met lege handen’. Wie zo bidt kijkt ook met andere ogen naar de medemensen. Wie zo bidt wordt solidair met de zwaksten in de samenleving, de geringen, de armen. Wie zo bidt wordt voortdurend uitgenodigd om zich te bekeren en om net als God partij te kiezen voor de kleinsten in deze wereld.
Zusters en broeders
Het feest van Onze Lieve Vrouw Hemelvaart nodigt ons uit om even stil te staan bij het gebed, bij ons eigen bidden. En om de accenten van Maria’s gebed in ons eigen leven waar te maken.
Amen