Een vrouwenzaak (2008)

Feest · 15 augustus · Maria ten hemelopneming · wit

Twee vrouwen staan aan het begin van het Lucas-evangelie: Elisabeth en Maria. Twee aanstaande moeders, maar hoe verschillend is hun situatie. De een is bejaard, haar gezicht is gerimpeld, haar gestalte gebogen. Zij is getekend door het leven. Wijsheid straalt uit haar ogen. De andere vrouw is nog bijna een kind. Haar huid is glad en ze loopt kaarsrecht, heeft haar blik op oneindig staan. Aan de ene kant de oudere vrouw, wier gezicht gerijpt is in verdriet en teleurstelling. Aan de andere kant dat jonge nog breekbare meisje. Beiden in blijde verwachting. Daarin zijn ze helemaal samen. Bij de een komt het kind bijna te laat (ze droeg al de smaad van een onvruchtbare), bij de ander komt het kind veel te vroeg (zij draagt de smaad van een ongehuwde moeder).

Twee zwangere vrouwen - Elisabeth en Maria - die schuilen in elkaars armen, tegen een wereld die altijd wat te zeggen heeft! Maar God legt zijn eigen Zoon in de schoot van het ongehuwde meisje Mirjam van Nazareth. Elisabeth herkent in Maria de moeder van de Messias. “Haar kind sprong van vreugde op in haar schoot”. (Lucas 1:44) Maria zingt haar beroemd geworden “Magnificat”. Het kan zijn dat Maria dit lied niet zelf heeft gezongen en dat deze woorden haar door de evangelist Lucas in de mond zijn gelegd. Maar hij moet daar een goede reden voor hebben gehad. Blijkbaar heeft Maria een grote indruk gemaakt op de eerste christenen. In het Magnificat zitten zoveel echo’s uit oude profetieën en heilige teksten, dat Maria die ongetwijfeld geneuried moet hebben tijdens haar werk, voor en na het verschijnen van de engel en tijdens haar zwangerschap.

Het lied klinkt als een strijdlied, als een golf van medelijden. Haar lied geeft kleine mensen hoop. In dit lied is God tegen niemand, maar kiest wel de kant van de kleinen. Maria’s lied is vol gelijkheid. Het klinkt in een wereld, waarin nog zoveel moet gebeuren. God luistert naar de onderdrukten en Maria vraagt de onderdrukkers daar rekening mee te houden! Stel je voor, dat jouw moeder je al vóór je geboorte met zo’n lied begroet en je later met dit lied in slaap wiegt. Jezus moet veel meer van haar hebben geleerd dan we vermoeden. Het is het licht in haar ogen dat oplicht in de ogen van Hem. Maria’s lied is een strijdlied. Het is ook een écht vrouwenlied gebleven. Vrouwen - dwaze moeders - die elke week bij elkaar kwamen op een van de grootste pleinen van Buenos Aires om te protesteren tegen het verdwijnen van zonen en echtgenoten zongen dit lied. Moeder Teresa zong het toen zij in Washington DC - ondanks alle protesten uit de buurt - toch haar huis voor Aids-patiënten opende. Al die zingende vrouwen zijn hun tijd vooruit. Door zo te protesteren hebben ze zélf de bestaande ellende en het heersende machtsmisbruik al overwonnen. Ze weten wat de toekomst brengen zal. Ze léven al in die toekomst.

Ook de eerste christenen zagen hoe machtige mensen kapot gaan aan eigenwaan en hoe rijke mensen verstikken in hun leegte. Hoe mensen verongelukken, omdat ze al te angstig omgaan met hun bezittingen en met hun verworven vriendschap. Ze zagen hoe zelfs het geweld kapot gaat aan zichzelf. En de geschiedenis heeft hen gelijk geven. Het onoverwinnelijke Romeinse Keizerrijk, dat hen bloedig vervolgde, stortte in elkaar. Grote vorstenhuizen en paleizen als onneembare vestingen zijn door de tijd onderuit gehaald. Van het machtige Jeruzalem is geen steen op de andere blijven liggen. God laat ons telkens zien dat het voor Hem ernst is dat de kleinen vooraan zullen staan.
En let u eens op het feit dat de geloofsbelijdenis van Maria begint met een bijzonder simpel gegeven. Maria spoedde zich door ’t bergland naar haar nicht Elisabeth die ook een kind verwacht. Gods revolutie begint blijkbaar niet in grote woorden. Waar mensen elkaar van dienst willen zijn, is Gods revolutie blijkbaar al begonnen!

Wie is ze toch, Maria? Zij is het gelovige meisje dat schuchter naar de boodschap van de engel luistert. De trotse moeder in de stal, met herders en wijzen aan haar voeten. De Mater Dolorosa met de Zoon, haar Kind, dood in haar armen. Maria, de koningin met duizend erenamen. Als milde voorspraak staat ze daar, omgeven door tal van kaarsen. Maria, de gezegende onder de vrouwen. Maria, Ark van het Verbond, Deur van de hemel, gouden huis, troosteres van de bedroefden, morgenster! Mooie namen, maar vandaag krijgen we een ander beeld van Maria voorgeschoteld: Zie Maria staan in het huis van Elisabeth. Recht overeind, het vuur schiet uit haar ogen, de woorden schallen uit haar mond, Het is één en al kracht wat ze zegt en zingt: “Groot maakt mijn ziel de Heer een machtdaad deed Hij met zijn arm. Overmoedigen heeft Hij verstoord, machthebbers verstoten, vernederden verhoogd, hongerigen verzadigd.” Zo’n Maria loopt voorop in de profetische beweging van God. Haar ogen vlammen, haar haren waaien in de wind. De kruik op haar hoofd en de man aan haar arm zijn achteloos aan de kant gezet. De handen heeft ze in haar zij. Steeds meer ga ik Maria op déze manier zien.

In de eerste lezing horen wij vandaag over een vrouw “bekleed met de zon, de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren. Zij was zwanger en kreet in haar weeën en barensnood”. Maar toch is het déze vrouw die de draken van deze wereld kan verslaan: de draak van de honger, het spook van de milieuvervuiling, de spoken van terrorisme en de oorlog, de draken van alle haat, geweld en dreigende ondergang. Het beeld van de strijdende vrouw is het beeld van de geschiedenis van God met de mensen. Deze geschiedenis staat vaak dwars op de geschiedenis van mensen. Het is het verhaal van het mosterdzaadje, het kleine beetje gist, van de graankorrel in de donkere aarde. Het is het verhaal van een kind in een voerbak. De geschiedenis van God is ook de geschiedenis van een onbekend meisje, geboren in een uithoek van de wereld, in een gehucht dat nog met krantenpapier is dichtgeplakt: Maria, het meisje uit Nazareth: “Zie de dienstmaagd des Heren. Hij heeft neergezien op de kleinheid van zijn dienstmaagd".

Maria, Miriam van Nazareth, dochter van Israël, getrokken uit het klei van het Oude Testament, weet dat God niet boven de partijen staat, maar juist partij kiest voor de kleinen. Zij is de gezegende onder de vrouwen, vanwege de vrucht van haar schoot. Laten we haar niet op een voetstuk plaatsen. Want zij staat achter ons op de bodem van Gods ontferming. Daar mogen we bidden: Ave Maria, gegroet, Maria. Loop maar met haar mee in de strijd, waarbij de onderste steen boven zal komen! En wij worden uitgenodigd om dat lied met haar mee te zingen, duizenden avondgebeden lang, op de weg van duizend mijlen.

Zoeken in Preken Online