Maria ten hemelopneming B - 2006

Feest · 15 augustus · Maria ten hemelopneming · wit

Zes miljoen bedevaarders per jaar.

Dat, zusters en broeders, is de aantrekkingskracht die van Maria uitgaat. Zes miljoen bedevaarders per jaar, alleen al in Lourdes. Nooit voorheen waren er zoveel als in deze laatste jaren. Een merkwaardig verschijnsel is dat. Overal in Europa zien we een achteruitgang van geloof en Kerk, maar Maria blijft onaantastbaar. Natuurlijk komen niet alle bedevaarders uit Europa, ze komen van over de hele wereld. En natuurlijk speelt ook het feit mee dat de mensen welvarender en mobieler geworden zijn en de reismogelijkheden veel groter. Een paar tientallen jaren geleden was een Lourdesbedevaart nog een heuse onderneming, vandaag de dag is het een comfortabele reis, met verblijf in comfortabele hotels, waar de materiële mens erg goed aan zijn trekken komt. Maar niet daarvoor trekken die zes miljoen mensen naar Lourdes. Comfortabele hotels kunnen ze immers overal vinden, en de materiële mens komt in al die comfortabele hotels goed aan zijn trekken. Neen, daarvoor doen ze het niet. Ze doen het wel omdat ze bij Maria willen vertoeven.

Want hoe dan ook, in Lourdes, en ook in andere grote bedevaartsoorden, is Maria aanwezig. Hiermee zeg ik niet dat ik zeker ben dat ze in 1858 effectief aan Bernadette Soubirous verschenen is. Nee, dat weet ik niet, en eerlijk gezegd, het interesseert me ook niet of ze er verschenen is. Wat me wel interesseert, en wat ik ook heel zeker weet, is dat ze er nu aanwezig is, in en door het geloof van al die mensen die tot haar willen spreken en bidden.

En ik denk dat al die mensen, of toch bijna al die mensen, een zeer juist beeld hebben van Maria. Misschien zijn ze niet echt kerkelijk, misschien brandt hun geloof op een laag pitje, misschien zijn ze zelfs ronduit ongelovig, maar veelal hebben ze wel een juist beeld van Maria.

Ik bedoel het volgende. In de oude litanie ter ere van Maria lees ik aanroepingen als ‘lofwaardige maagd, machtige maagd, geestelijk vat, eerwaardig vat, toren van David, ivoren toren, ark des verbonds, morgenster.’ En ook een hele reeks koninginnen: die van de engelen, de aartsvaders, de profeten, de apostelen, de belijders, de maagden natuurlijk en ga zo maar door. Ik heb die litanie als kind en als jongere honderden keren gehoord en meegebeden, en zoals iedereen heb ik altijd geprobeerd in het bijna mechanische ritme te blijven, dus om de zoveel seconden ‘bid voor ons’ te zeggen. Ik begreep er toen niet veel van, en dat is er met ouder worden niet echt beter op geworden. Ik begrijp dus nog altijd niet veel van al die hoge woorden en ronkende titels die aan Maria werden gegeven. ’t Is natuurlijk heel oneerbiedig om het te zeggen, maar ik vermoed dat Maria zelf er ook niet echt veel van begrijpt, en dat ze er ook niet echt blij om is. Zij koningin? Er was heel weinig koninklijks aan haar leven. Bevallen in een stal, op de vlucht voor Herodes asiel zoeken in Egypte, een Zoon die absoluut profeet wilde worden en die het lot van veel profeten voor Hem onderging: Hij werd bespuwd, gemarteld en vermoord. Iedereen was Hem afgevallen. Alleen zij en enkele andere vrouwen stonden onder het kruis. Niet echt koninklijk dus. En zij een ivoren toren? Als er iemand openstaat, in al haar eenvoud en oprechtheid en moederlijkheid, is zij het wel.

Ik denk dat de moderne versie van haar litanie een veel juister beeld geeft van Maria. Daarin lees ik dingen als ‘moedige vrouw, troostende vrouw, vergeten vrouw, ja-zeggende vrouw, helpende vrouw, zwijgende vrouw, sterke vrouw, moeder op de bres, moeder in weer en wind, moeder op de vlucht, moeder bij elke pijn, zorgende moeder, zalvende moeder en meer van die aansprekingen. Geen ronkende titels, geen hoge en grote woorden, geen koninginnenstoet. Wel wat Maria was: vrouw en moeder, in geluk maar ook in verdriet, en trouw in alle omstandigheden, tot onder het kruis van haar eigen Zoon, haar Kind van God.

Zusters en broeders, ik denk dat zo goed als al die zes miljoen bedevaarders naar die vrouw, naar die moeder toetrekken. Niet naar dat geestelijk vat, die ivoren toren en die koninginnenstoet, wel naar die vrouw van vlees en bloed, naar die sterke moeder van smarten die het allemaal heeft meegemaakt. Zij kan dus meevoelen met de moeder van een zoon of een man die om zijn ideeën in de gevangenis zit, gemarteld wordt en uiteindelijk vermoord door een regime dat leugen en geweld tot norm verheft. Zij lijdt mee met die ongeneeslijk zieke, zij blijft vertrouwen in dat kind dat op het slechte pad is geraakt, zij voelt de pijn van hen die door ziekte of ongeval verminkt zijn achtergebleven, zij gaat asielzoekers voor op hun vlucht voor de Herodessen van vandaag, zij weet wat het is om klein te zijn, en vrouw en arm en verdrietig en ongelukkig. Zij heeft het allemaal meegemaakt. Bij haar kan iedereen terecht met zijn vreugde en zijn pijn, zijn hoop en zijn wanhoop, zijn woede en zijn machteloosheid. Want zoals God zelf welwillend neerzag op haar kleinheid, zo ziet zij om naar de ellende van wie in nood verkeert, en daarom zal elk geslacht haar zalig prijzen en zal de almachtige God door haar wonderbare dingen laten gebeuren: bedroefden zullen getroost worden, hongerigen zullen met gaven overladen worden, rustelozen zullen weer vrede kennen en zwakken zullen gesterkt worden. En aan allen die haar aanroepen zal barmhartigheid geschieden.

Maria, moedige, troostende, sterke, meelevende vrouw; Maria, moeder bij elke pijn, moeder van het leven, moeder bij de dood, moeder over de dood, zie naar ons om. Amen.

Zoeken in Preken Online